De Keniaanse tak van de Leidse pinkstergemeente GCCI laat daar een spoor van vernieling achter. Tientallen Kenianen voelen zich opgelicht door de voorganger Gertjan Agtereek en zijn aanhang. Ze krijgen nog grote sommen geld van de Great Commission Churches International. Gedupeerde Kenianen zijn vastbesloten de kerk voor de rechter brengen. Terwijl het leger van boze ex-stafleden, muzikanten, docenten, klusjesmannen, huisbazen, verhuurders, beschermelingen, bewakers en chauffeurs groeit, leidt het restant van de kerkbestuurders een goed leven in het rijkste deel van Nairobi.
GCCI -in Leiden gevestigd aan de Turkooislaan- heeft drie jaar geleden, ondanks oplopende schulden de vleugels uitgeslagen naar het Afrikaanse continent. Met geld van de Leidse kerkleden werden in Nairobi drukbezochte diensten georganiseerd. GCCI tilde projecten van de grond om prostituees van de straat te halen, weeskinderen te steunen en sloppenwijkbewoners te helpen. Inmiddels zijn de projecten als een nachtkaars uitgegaan en is de kerk in Kenia vrijwel tot nul gereduceerd. Diensten zijn er niet meer. Van de 32 personeelsleden zijn er nog vier over. ,,Ze doen daar niets’’, zegt een van de talloze gedupeerden. ,,Het enige dat deze kerk doet’’, zegt een ander, ,,is Kenia misbruiken. Ze vieren vakantie op andermans kosten. In naam van het geloof.’’
Betalende kerkgangers in Nederland is voorgehouden dat GCCI in Afrika ’duizenden’ prostituees zou helpen. Maar de twaalf Keniaanse vrouwen die feitelijk uit de prostitutie zijn gehaald, zijn door GCCI letterlijk weer op straat gezet toen het geld op was. Een aantal van hen leidt weer een eerbaar leven, maar veel anderen zijn teleurgesteld teruggekeerd in de seksindustrie. Ook een inzameling voor weeskinderen liep op niets uit. Twee weeskinderen zijn gestorven omdat beloofd hulpgeld uit Leiden niet kwam, verklaart de bemiddelaar tussen GCCI en het weeshuis. Een auto-verhuurbedrijf is ten dode opgeschreven als Agtereek zijn schuld niet betaalt, zegt de eigenaar.
Gertjan Agtereek weigert commentaar. Ook staflid Stef van Rijn ziet ’bij nader inzien af van een gesprek’.

