De twintig woonboten langs de Veurseweg in de Voorschotense Vliet kunnen daar voorlopig nog blijven liggen. De Raad van State honoreerde gisteren het beroep dat een aantal woonbootbewoners had ingesteld tegen het al door Gedeputeerde Staten goedgekeurde bestemmingsplan Buitengebied van Voorschoten. En zette deels een streep door dat plan.
De gemeente vindt dat de woonboten, net als de kassen, niet passen in het groene, landelijke karakter van het gebied tussen Leidschendam en Voorschoten, de zogenoemde Duivenvoorde-corridor. Zij schrapte de boten, net als de kassen, uit het nieuwe bestemmingsplan dat ernaar streeft de 'oude landschappelijke' waarden weer te herstellen.
De boten, stelt Voorschoten, liggen er al meer dan vijftig jaar illegaal. Ook in het vorige bestemmingsplan waren zij niet opgenomen. In 1997 besloot de gemeente ze alsnog op te nemen in een nieuw bestemmingsplan, maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan zou de eigenaren een tijd geleden een plek zijn aangeboden in Starrenburg III.
Naar het oordeel van de Raad van State is de gemeente echter niet duidelijk genoeg geweest over de toekomst van de woonschepen. Zo verleende zij in 2007 nog enkele ligplaatsvergunningen en meldde zij in haar rapport over de Duivenvoorde-corridor, 'Van glas naar gras', slechts dat uitplaatsing van woonboten wenselijk werd geacht en dat Starrenburg III daarvoor een mógelijke plek was. Bovendien, zegt de Raad, zijn bezwaren tegen ligplaatsen op die plek denkbaar. De gemeente wil nog geen commentaar geven. Eerst moeten de eigen juristen zich over de uitspraak buigen.

