LEIDEN - Als de nieuwe Europese drietraps Vega-raket maandag wordt gelanceerd, zit daar ook een stuk Leidse technologie in. Het bedrijf Dutch Space op het Bio Science Park ontwierp een tussentrap, het afscheidingsmechanisme tussen de eerste en de tweede trap van de raket.
Het wordt spannend, maandag 13 februari, als de Vega 1 vanaf de Europese basis op Kourou in Frans Guyana de lucht in gaat. Frank Meiboom, directeur operations and engineering van Dutch Space, heeft er alle vertrouwen in. Aan de Mendelweg op het Bio Science Park is vanaf 2003 gewerkt aan de ontwikkeling van de tussentrap. In oktober was die na uitgebreide testen klaar. Er is onder meer gekeken naar de sterkte en stijfheid van het aluminium en het vermogen extreem hoge temperaturen te weerstaan.
De tussentrap bestaat uit aluminium panelen, die op 0,2 millimeter nauwkeurig aan elkaar worden gezet. Kaal weegt de 'trap' 645 kilo, inclusief elektronica en bekabeling zo'n 900 kilo. ,,De uitdaging in de ruimtevaart is altijd om zo licht mogelijk werken'', licht Meiboom toe.
Als de raket wordt gelanceerd, is het de bedoeling dat het onderste deel op een precies berekend moment zo snel mogelijk wordt gescheiden van het deel daarboven. Een ring met daarin een groef met zeven gram springstof moet dat regelen. Als die tot ontploffing wordt gebracht, komen beide delen los en zes kleine raketjes in de onderste trap zorgen er vervolgens voor dat dat deel zo snel mogelijk in neerwaartse richting wordt 'weggeschoten' van de rest van de raket die door moet richting heelal. Uiteindelijk moet de raket een snelheid van 28.000 kilometer per uur te bereiken.
De tussentrap was in mei klaar. Daarna is het eindproduct in folie verpakt en via Rotterdam naar Frans Guyana verscheept. Daar zijn de onderdelen samengevoegd. Ontwikkeling en assemblage van de tussentrap hebben 20,5 miljoen euro gekost, 4 procent van de kosten van het Vega-project.