Burgemeester Zoeterwoude: ’Waarom per se groot willen zijn?’

Foto Taco van der Eb
Burgemeester Liesbeth Bloemen van Zoeterwoude: ’je hebt bestuurlijke ego’s die overal aan tafel willen zitten en over alles willen meepraten. Ik ben zelf niet zo.’

ZOETERWOUDE - 62 jaar is Liesbeth Bloemen en dat ze haar derde termijn als burgemeester gaat volmaken, is hoogst onwaarschijnlijk. Dan ook maar meteen stoppen? Ze moet er niet aan denken. Op haar werkkamer praten we tijdens de lunch, tussen drie bruine boterhammen met kaas door, over Zoeterwoude en over haarzelf.

Door Laura Heerlienl.heerlien@hollandmediacombinatie.nl - 29-11-2016, 7:46 (Update 29-11-2016, 7:46)

Eerst maar eens de zelfstandigheid, toch wel een belangrijk punt voor Zoeterwoude en zeker voor Liesbeth Bloemen. „Kijk, als we het niet meer aankunnen, dan moeten we ons natuurlijk beraden, maar zo ver zijn we gewoon nog lang niet. Ik zie in de rest van het land overal gemeenten die samenvoegen en dan denk ik, waarom doen ze dat nou? Bij die gemeenten staat het bestuur kennelijk toch wat verder af van de burger.”

Want dat is juist de reden dat zelfstandigheid voor Zoeterwoude een groot goed is. „Korte lijnen zonder bij elkaar op schoot de zitten: dat hebben we hier. Ik wil de kloof tussen overheid en burgers zo veel mogelijk voorkomen. Een paar jaar geleden bleek, tijdens de landelijke verkiezingen, dat de PVV de tweede partij in Zoeterwoude zou worden. Ik verbaasde me daarover, maar het maakte me ook iets duidelijk. Stemmen voor de PVV zijn stemmen tegen de elite. Ik behoor ook tot die elite, aan mij dus de taak om op lokaal niveau dicht bij de inwoners te blijven.’’

,,Niet fuseren houdt ons kwetsbaar, maar dat is eigenlijk het enige nadeel. Want waarom zou je per se groot moeten worden? Mensen willen gehoord worden en dat kan toch echt het beste door kleinschalig te blijven. Nu krijgen burgers waar ze recht op hebben. Ja, zeggen voorstanders van een fusie dan: je moet toch een keer mee in de vaart der volkeren. Maar ik wil helemaal niet mee in de vaart der volkeren. Wat mij betreft hoeven we niet te groeien, geen duizend huizen neer te zetten en daardoor hoog op een of ander lijstje te komen.”

Bestuurlijke ego’s

Met de overheveling van landelijke overheidstaken naar de gemeente is het als kleintje wel lastig om goed te blijven functioneren. „Bestuurlijk is het te druk, zeggen ze dan. Maar dat valt echt wel mee en ligt toch vooral aan hoe je er zelf in staat. Je hebt bestuurlijke ego’s die overal aan tafel willen zitten en over alles willen meepraten, maar wanneer je die behoefte niet hebt, zoals ik, dan is het goed te doen.”

Liesbeth Bloemen hoeft niet zozeer regionaal in de schijnwerpers te staan. Ze geniet meer van een bezoekje aan een vijftig- of zestigjarig bruidspaar. „Dat ik bij de opening van de Vliko niet gewoon een lintje doorknipte, maar in hun vrachtwagen mocht rijden was ook al zo’n krent in de pap. Net als het jongetje dat ik op straat tegenkwam, die riep: ’Hé burgemeestertje, hoe gaat het vandaag’.”

Twaalf jaar terug voelde ze direct dat Zoeterwoude bij haar paste. „Ik ben een rustig type, wat verlegen. Ik vind het fijn om alleen te wonen, ik lees graag en verzamel postzegels. Enfin, ik wilde burgemeester worden en Zoeterwoude was een van de op dat moment ’vacante’ gemeenten. Ik kwam hier om even te snuffelen en werd spontaan begroet door inwoners. Toen voelde ik me dus meteen thuis. In een stadse omgeving ben je anoniemer.”

Ze woont op steenworp afstand van haar werkplek. Vanaf de bovenste etage van het gemeentehuis heeft ze uitzicht op haar tuin. „Kijk daar in de verte, zie je die stellage? Die heb ik gebouwd om vogeltjes te weren die van mijn fruit eten. Daarbinnen heb ik een bewateringssysteem gemaakt voor mijn aardbeienplanten.”

Voetstap

En daarmee komen we op een onderwerp waar ze misschien nog wel het liefst over praat: een duurzaam dagelijks leven. „Mijn ecologische voetstap is vrij groot omdat ik graag en per vliegtuig reis. Die voetstap probeer ik op andere manieren te verkleinen. Ik heb bijvoorbeeld zonnepanelen die meer elektriciteit opwekken dan ik gebruik.”

Het lukt haar ook om slechts één bak restafval per jaar te produceren. „Afval scheiden is voor mij een sport. Dat heeft met mijn achtergrond te maken: ik was een tijd manager van de afvalverwerking in Den Haag. Daar heb ik kennelijk een klap van de molen gekregen.”

En dus spoelt ze haar toilet door met regenwater dat ze opvangt in regentonnen, maakt ze zelf compost en staat in haar keuken geen vuilnisbak, maar een afvaleiland. Plastic, glas, papier, restafval: alles wordt gewogen voor ze het wegbrengt. „Ik heb een personenweegschaal waar ik een pallet op leg en daar rijd ik dan een kruiwagen op. Van alles wat ik weeg, noteer ik het gewicht. Ik zei al: het is een sport.”

Kroon

Bloemen probeert andere Zoeterwoudenaren net zo enthousiast te maken voor die ’sport’. Het zal dan ook niemand verbazen dat ze portefeuillehouder afval is. En met succes: de gemeente loopt voorop als het om afvalscheiding gaat. Geen kleine gemeente die zo goed scheidt als Zoeterwoude. Uit cijfers van het CBS blijkt dat Zoeterwoude op nummer één staat van de gemeenten onder de 10.000 inwoners. In 2014 was de hoeveelheid restafval per Zoeterwoudenaar gemiddeld 142 kilo, de bedoeling is dat in 2020 nog maar 50 kilo ia. Het zou mooi zijn als Liesbeth Bloemen dat als burgemeester nog zou mogen meemaken. Toch een kroon op het werk.



Reageren

Reageer op dit artikel

Draag bij aan dit artikel
Stuur een tip
Stuur een video
Stuur een afbeelding


Zoek een serieuze relatie in jouw omgeving