’Stijgende kans op Kleine IJstijd door terugval zonnevlekken’
AMSTERDAM - Komt er een nieuwe Kleine IJstijd aan? Britse wetenschappers en Bas van Geel, paleo-ecoloog bij de Universiteit van Amsterdam zeggen dat er reële kans is van wel. ,,Het broeikaseffect wordt flink overschat. De invloed van de zon is veel belangrijker dan men in het algemeen denkt.’’
De zon vertelt ons volgens klimaatscepticus Bas van Geel op dit moment dat de temperatuur wel eens flink kan gaan dalen. De paleo-ecoloog van de UvA baseert zijn verwachting op een terugval van het aantal zonnevlekken. ,, Hoe meer donkere vlekken, hoe meer explosies en andere activiteit er rondom die vlekken is. De laatste paar jaar zijn er - in vergelijking met de vorige eeuw - weinig vlekken. Dit betekent dat de zon zich rustig houdt. De activiteit is zelfs zo verminderd dat de gemiddelde temperatuur binnen een aantal jaren mogelijk zo’n anderhalve graad zal dalen.’’
Zonnevlekwaarnemingen worden gedaan sinds de zeventiende eeuw. Toen met een stuk glas bedekt met roet, nu met satellieten. Tijdens de tweede helft van de zeventiende eeuw was de zon net zo inactief als zij nu dreigt te worden en was er sprake van een Kleine IJstijd. Die periode wordt ook wel het Maunderminimum genoemd. De geschiedenis lijkt zich te herhalen, zegt Van Geel, maar zijn visie is omstreden. ,,Het punt is namelijk dat deze theorie niet strookt met de heersende opvatting over de opwarming van de aarde. En dat is precies de reden waarom de discussies zo fel zijn: waarom zouden we ons nog druk maken om het broeikaseffect, als dat effect helemaal niet zo groot is als men vreest?’’
Wat volgens Van Geel overigens niet wil zeggen dat we het gebruik van fossiele brandstoffen niet meer hoeven terug te dringen. ,,Aan de ene kant omdat we daar uiteindelijk niet genoeg van hebben, aan de andere kant omdat de luchtkwaliteit er wel degelijk door verslechtert. Bovendien: hoe meer CO2 uitstoot, hoe zuurder de oceanen. En dat is slecht voor de daar levende organismen. En vervuiling in de vorm van extra CO2 kan wel degelijk invloed hebben op het klimaat, dat sluit ik helemaal niet uit. Ik zeg alleen dat die invloed meestal overdreven wordt, terwijl de rol van de zon sterk wordt onderschat.’’
Want, zegt Van Geel, hoe verklaar je anders dat de temperatuur de afgelopen twaalf jaar stabiel is gebleven? ,,Terwijl de CO2-uitstoot onverminderd doorgaat, is verdere temperatuursstijging uitgebleven. Er was geen enkel computermodel dat zoiets voorspeld heeft.’’
Of dat daadwerkelijk komt door verminderde activiteit van de zon, dat is nu de grote vraag. Het antwoord? Dat moet er rond 2019/2020 zijn. ,,De zonactiviteit laat steeds een cyclus zien van elf jaar van maximum tot volgend maximum. Vanaf 2008 is de activiteit alleen maar minder geworden. Het effect daarvan merken we ook na een jaar of elf. Het is logisch dat dat even duurt. Denk maar aan het laten koken van water, dat heeft tijd nodig, net als het afkoelen.’’
Stel dat de verwachtingen van Van Geel en de zijnen inderdaad uitkomen? ,,Dan krijgen we extreem koude winters en maandenlang sneeuw en ijs. Op zich geen punt: je trekt gewoon een dikke jas aan. Maar het is inmiddels wel een stuk drukker geworden op aarde en wat de gevolgen zijn voor bijvoorbeeld de voedselproductie? De toekomst zal het moeten uitwijzen.’’
KNMI niet bang voor Kleine IJstijd
KNMI-meteoroloog Rob van Dorland is, tegenstelling tot Bas van Geel, helemaal niet bang voor een nieuwe Kleine IJstijd. ,,Ik zeg niet dat de zon geen invloed heeft, maar dat effect is veel kleiner dan de aanhangers van de zonkrachttheorie claimen."
,,Het KNMI heeft onderzoek gedaan naar de rol van de zon en becijferd dat wanneer de zonactiviteit afneemt, dat ongeveer 0,2 tot 0,4 graad scheelt in temperatuur", vervolgt Van Dorland. ,,Dat is wereldwijd en daar gaan decennia overheen. Het broeikaseffect zorgt voor een opwarming van 0,2 graden per ongeveer tien jaar. Met andere woorden: de inactiviteit zal de opwarming door de mens hooguit wat kunnen temperen. Andersom geldt: bij een toenemende zonneactiviteit zal de opwarming in combinatie met het broeikaseffect sneller gaan."
Van Geel ziet mede bewijs voor zijn theorie in het constant blijven van de temperatuur de afgelopen twaalf jaar. Van Dorland: ,,Wij verklaren dat weer met natuurlijke koelfactoren als bijvoorbeeld La Nina, de tegenhanger van El Nino.’’
En de Kleine IJstijd van toen dan, in de tweede helft van de zeventiende eeuw? ,,Ten eerste was dat een veel langere periode dan alleen dat Maunderminimum, ten tweede lijken sterke vulkaanuitbarstingen de Kleine IJstijd destijds in gang te hebben gezet.’’





