ROELOFARENDSVEEN - Met het keurmerk Veilig Ondernemen hopen de ondernemers op bedrijventerrein Veenderveld in Roelofarendsveen gevrijwaard te blijven van criminaliteit en vervuiling. Samen willen ze iets doen aan slecht onderhoud, verkeerd geparkeerde auto’s, bedrijfsinbraken en onveiligheidsgevoelens.
De 64 ondernemingen op het Veense bedrijventerrein Veenderveld zijn verplicht verenigd in de ’Coöperatieve Vereniging Parkmanagement Veenderveld’. Twee keer per jaar komen de bedrijven bijeen om te overleggen over de gang van zaken, de veiligheid en het onderhoud van het gebied. Uit de contributie worden bijvoorbeeld camerabewaking, een slagboom, de bewegwijzering en schoonmaakwerk betaald. De ondernemers kopen ook wel eens collectief stroom in en betalen voor gladheidbestrijding op plekken waar de gemeente niet komt.
Een jaar geleden kwam bij de ondernemers het idee op om het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) aan te vragen. Directeur Peter Bakker van Vink Installatietechniek vindt dat vooral de veiligheid van het Veenderveld ’naar een hoger peil’ gebracht moet worden. ,,We nemen al maatregelen, maar het kan natuurlijk altijd beter.’’
Het aanvragen van het keurmerk kost de vereniging 1850 euro, maar daar staat tegenover dat MKB Nederland gratis hulp en begeleiding geeft.
Een KVO is in essentie een stappenplan, zegt programmaleider veilig ondernemen Rodney Haan van het Centrum Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) in Utrecht. Het CCV is de bedenker van het keurmerk. ,,De ondernemers moeten, samen met de gemeente, de politie en de brandweer gaan nadenken over de vraag: wat heeft mijn bedrijventerrein nodig? Wat zijn bij ons de veiligheidsvraagstukken? En natuurlijk hoort er ook een financiële paragraaf bij: als de ondernemers eenmaal weten wat zij anders willen zien, wie gaat dat dan betalen?’’
Hoe de kosten worden verdeeld, mogen de partners zelf weten, zegt Haan. ,,Het ligt voor de hand dat de gemeente zich extra inspant voor het groenonderhoud, omdat zij daar al goed in is.’’ Ondernemers kunnen bijvoorbeeld enquêtes betalen om erachter te komen wat het bedrijventerrein nodig heeft. Zij zetten volgens Haan een grote stap door zich met collectieve belangen bezig te willen houden. ,,Voor de overheid is dat dagelijks werk, maar bedrijven denken allereerst aan hun product.’’
