Wie een misdrijf heeft begaan - waarvoor een rechter een gevangenisstraf oplegt van meer dan vier jaar - loopt de kans in een TBS-kliniek te worden opgenomen bij geheel of gedeelte toerekeningsvatbaarheid.
Achter gesloten deuren vindt behandeling plaats. De behandeling is gericht op resocialisatie. In de meeste gevallen slaagt de resocialisatie. Een kijkje in de bijzondere wereld van het forensisch psychiatrisch centrum Oostvaarderskliniek in Almere Buiten.
Marja Vinken is sinds elf jaar in de forensische wereld werkzaam. Vandaag treedt ze naar buiten in een werkomgeving die juist erg gesloten is. De veiligheidsvoorschriften zijn enorm, de controle op naleving daarvan is evident. Je komt er niet makkelijk in, maar zeker ook niet uit. ,,We proberen binnen onze mogelijkheden het beste uit de patiënten te halen. Zeker niet iedereen komt in aanmerking voor verlof. En ja, soms gaat zo’n verlof ook mis. Landelijk vinden jaarlijks 50.000 verlofbewegingen plaats en het gaat – helaas – enkele keren per jaar mis. Het lijkt op een dorp: een supermarkt (waar patiënten leren werken en omgaan met elkaar), een kok die samen met de patiënten kookt en leert hoe je een gerecht moet maken, met sportinstructeurs die zorgen voor de nodige lichaamsbeweging. Maar ook een onderwijzer die je helpt bij je studie of het volbrengen van je middelbare school. Alles in dienst om de patiënten verder te helpen.
,,Een patiënt krijgt te maken met verschillende medewerkers. De sociotherapeut is de begeleider, maar er wordt ook een bezoek gebracht aan de psycholoog of psychiater. Of gewerkt op de houtafdeling of in de keuken. ’s Nachts zijn alle deuren dicht en verblijft iedereen op zijn eigen kamer. We lopen in de nacht twee rondes om te kijken of het goed gaat met de patiënt. Je moet niet vergeten dat een patiënt hier zit omdat hij door het Pieter Baan Centrum is doorverwezen. Er is iets met hem aan de hand. Je moet dus op alles voorbereid zijn. Daarom loop je ook met zijn tweeën. Stel dat er wel iets aan de hand is, sta je sterker. We melden ontrust in een kamer bij de achterwacht en die neemt de beslissing of de deur opengaat en hoe er moet worden gehandeld. Dat zijn stringente voorwaarden’’, legt Vinken uit. De beveiligers bij de receptie zitten er ten slotte niet voor niets. Bij een calamiteit kan er flink worden opgeschaald: er zijn allerlei scenario’s uitgewerkt wat er bij welke situatie moet gebeuren. ,,Ook zit er op onze telefoons een noodknop waarmee we het alarm kunnen inschakelen.’’
Omdat Marja Vinken de opleidingen voor het personeel verzorgt, weet ze ook als geen ander wat er kan gebeuren. ,,Het is opvallend dat de meeste patiënten mannen zijn (we hebben sinds kort drie vrouwen), maar de therapeuten zijn weer meestal vrouwen. Dit begint al bij de hoge scholen en universiteiten, waar je de tendens ziet dat tegenwoordig meer vrouwen dan mannen de opleidingen volgen. Ik roep de mannen dan ook op om te solliciteren. Als vrouw moet je over bepaalde kwaliteiten beschikken om dit werk te kunnen doen. Wat doe je als een jonge meid van 21 als je verliefd wordt op een patiënt? Je moet dan wel sterk in je schoenen staan. Over dat soort zaken geven we voorlichting. Die situaties bespreken we ook tijdens de intervisie, een overlegmoment met meer collega’s. Er is aandacht voor de patiënten – boeken ze voortgang of gaan ze achteruit – maar ook voor onze eigen medewerkers.’’
Overdag wordt veel aandacht besteed aan de behandelingen. Tegen het einde van de middag kookt er één patiënt voor de patiënten van zijn woonunit. Dat gebeurt uit sociaal oogpunt: om iets voor elkaar te doen en om de vaardigheden te verbeteren.
Vinken vindt het fascinerend werk. ,,Je helpt een patiënt zijn problemen in kaart te brengen en te zorgen dat er verbetering optreedt. Dat is waar de goede momenten van je baan uit bestaan. Natuurlijk zie je mensen ook wegglijden, maar je probeert altijd het beste in de mens naar boven te halen. Het weer terug laten keren in de maatschappij is niet het enige doel. Het verbeteren, hoe klein die stapjes soms ook zijn: daar gaat het ook om. Je kunt mensen wel behandelen, maar niet genezen.’’



