Van den Toorns portret van Büch: mooie solo zonder zin

Dick van den Toorn al Büch.
© Foto: pr
Leiden

Imiteren staat in toneelkringen niet hoog aangeschreven. In de solo over Boudewijn Büch hoef je dan ook geen imitaties te verwachten. Niettemin herken je in het personage dat Dick van den Toorn in zijn solo creëert, zo af en toe de bekende publieke persoon van Büch. Misschien is dat pure projectie. Maar dan toch wel ’getriggerd’ door het optreden van deze acteur die onmiskenbaar een mooi opgebouwde solo neerzet.

Bewondert hij Büch, distantieert hij zich van hem, ontmaskert hij hem, herstelt hij hem alsnog in eer of analyseert hij het televisiegenieke fenomeen? Van den Toorn laat dat deskundig in het midden. Dat is in zekere zin de kracht van de voorstelling. Het biedt geen eenduidige portrettering van Büch. Tegelijkertijd zit daarin ook een bepaalde mate van zwakte. Na afloop van de vijf kwartier durende solo resteert de twijfel, of het wel ’zin’ heeft gehad om deze figuur uit het recente verleden weer even tot leven te wekken.

Dat laatste gebeurt overigens met een aardige Büchiaanse knipoog. Van den Toorn memoreert aan het begin van zijn optreden de plotselinge dood van Büch: hij kan hier dus vanavond niet zijn en toch spreekt hij met het publiek. De verklaring is eenvoudig, ’dat ik dood ben, is toch ook maar een verhaal.’ Wat natuurlijk een niet mis te verstane verwijzing is naar diens publieke leven, waarin feit en fictie, oftewel in termen van de door hem geadoreerde schrijver Goethe Dichtung en Wahrheit sterk door elkaar liepen.

Befaamd is zijn koketteren met nutteloze feitenkennis. In zijn tijd – toen nog zonder internet – dwong hij bij menigeen daarmee enige bewondering af. Evenzo bekend zijn zijn gedweep met Mick Jagger of zijn maniakale verzamelwoede van boeken en buitenissige voorwerpen. Het komt allemaal aan de orde in de solo van Dick van den Toorn. Puur constaterend en met zo nu en dan een subtiel gesuggereerd vraagteken: wat is de ’zin’ van dit alles geweest? Voor hem zelf en voor zijn publiek? En die zingevingsvraag kun je dus zelfs doortrekken naar deze solo als geheel. Is een toneelmatige terugblik op leven en werk van Boudewijn Büch ongeveer twintig jaar na dato nog zinvol?

Twijfels

Het feit dat de voorstelling er is, lijkt de vraag bevestigend te willen beantwoorden. Maar het aardige is nu juist dat de voorstelling zelf inhoudelijk de nodige twijfels aan deze zingeving bewust lijkt op te roepen.

Om Büch zelf kon je nog wel eens lachen. Dat aspect ontbreekt hier. Misschien was een enkele eendimensionale imitatie toch niet misplaatst geweest.

Wijnand Zeilstra

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.