Butskopschedels uit Oosterschelde naar Naturalis

Op 7 september spoelde de eerste butskop aan in Terneuzen
© Archieffoto Wouter Jan Strietman
1/2
LEIDEN

De schedels en nekwervels van de twee butskoppen die begin deze maand dood aanspoelden op de oevers van de Oosterschelde, worden opgenomen in de collectie van biodiversiteitscentrum Naturalis in Leiden. De twee grote dieren blijken geen moeder en haar jong te zijn, zoals tot nu toe werd aangenomen.

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht hebben vastgesteld dat het om twee volwassen vrouwtjes gaat. Moeder en jong dwalen waarschijnlijk nog ergens rond, aldus biologe Lonneke IJsseldijk.

Butskoppen zijn walvisachtigen uit de familie van de spitssnuitdolfijnen. Ze leven gewoonlijk in de diepzee. In augustus doken een moeder en haar jong op de Oosterschelde. Dat was zeer uitzonderlijk. Daarom probeerde natuurorganisatie SOS Dolfijn de dieren op te sporen in de hoop dat ze de butskoppen terug naar zee zou kunnen drijven.

Op 7 en 8 september spoelden dode butskoppen aan bij Terneuzen en Borssele. Dat blijken nu dus andere dieren te zijn dan de moeder en het jong waarnaar werd gezocht. De dieren hadden zware verwondingen en zijn vermoedelijk overleden na een aanvaring met een schip. Volgens IJsseldijk zijn er laatste tijd meer raadselachtige strandingen van spitssnuitdolfijnen geweest, ook in België, Engeland en Ierland. Onderzoekers proberen uit te vinden hoe dat komt.

Naturalis heeft al skeletten of schedels van achttien andere butskoppen. Voor het eerst in dertig jaar komen daar nu nieuwe schedels bij, wat Naturalis "heel speciaal en zeldzaam" noemt.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.