De dreiging voor de weidevogels komt nu ook uit de lucht; veehouders willen natuurlijke vijanden zelf bestrijden

Eieren van de tureluur.
Twee jonge kievieten wachten tot hun broertjes of zusjes geboren worden.
Een jonge grutt0.
1/3
Zoeterwoude

Het gevaar voor jonge weidevogels komt niet langer alleen maar vanaf de grond. De jacht van roofvogels op pullen en kuikens neemt hand over hand toe.

Veehouder Quno Onderwater, die in Zoeterwoude jaarlijks vele nesten op zijn weilanden heeft, noemt de buizerd (smalend) de ’vliegende vos’. ,,Talloze keren per dag zag ik een buizerd uit de lucht duiken om een jonge vogel te pakken. Dag in dag uit ging dat door. Het is pijnlijk om te zien hoe het misgaat. Ik heb dit jaar helaas heel weinig pullen gezien. En in mijn omgeving was het niet anders.”

Bedreigd

Weidevogels als de grutto en kievit worden in toenemende mate bedreigd door vossen, kraaien, meeuwen, reigers en buizerds. Dit concluderen veehouders en weidevogelbeschermers in Zoeterwoude, Stompwijk, Noordorp en Leidschendam aan de hand van hun ervaringen in het afgelopen broedseizoen. Van ruim een kwart van de nesten werden de eieren geroofd, zoigenaamde predatie. En als de jonge weidevogels uit het ei kropen, vielen ze meestal ten prooi aan dieren op de grond en - in toenemende mate - aan hun natuurlijke vijanden in de lucht.

Op het melkveebedrijf van Onderwater, 36 hectare grasland, zijn dit voorjaar ruim 120 nesten gevonden van weidevogels als de grutto, kievit, tureluur en scholekster. Een op de vijf nesten werd al geplunderd voordat de legsels compleet waren De veehouder noemt het onthutsend en frustrerend om te zien hoe weinig jonge vogels het uiteindelijk hebben gered. De bescherming van vogelsoorten als de meeuw, buizerd, valk, reiger en ooievaar werkt voor de weidevogelstand averechts. Hun populaties raken steeds verder onder druk.

Demotiverend

Al jaren zet Onderwater zich, samen met een groep vrijwilligers, in om de kwetsbare weidevogels op zijn bedrijf te beschermen. En met succes, het aantal legsels is indrukwekkend. Hij kocht dit extreem droge voorjaar zelfs een speciale pomp om stukken weiland onder water te zetten om de vogels in het droge voorjaar betere overlevingskansen te bieden. Maar het begint te lijken op vechten tegen de bierkaai. „Er zijn genoeg boeren die zich sterk maken voor de weidevogels, maar dit zó demotiverend. Als de predatoren niet worden bestreden, is het in deze regio binnen afzienbare tijd gedaan met de weidevogels.”

De dreiging komt niet alleen uit de lucht. In het veenweidegebied huizen ook wezels en hermelijnen, die niet alleen eieren uit nesten roven maar ook jonge én volwassen vogels doden. De meest gevreesde belager is echter de vos, die al jarenlang een ware plaag vormt voor de weidevogels. De vos mag weliswaar net als de kraai bejaagd worden, maar het dier huist onderhand in alle polders. En er zijn er véél: in de Nieuwe Driemanspolder nabij Zoetermeer zijn dit jaar tientallen vossen geschoten. Ook kraaien en (mantel)meeuwen trekken meer naar het platteland omdat in de steden minder voedsel te vinden is.

Veehouder Kees van Swieten in Stompwijk heeft dezelfde ervaring en spreekt van een ’droevig weidevogelseizoen’. Ook hij heeft amper jonge weidevogels gezien: „Welgeteld heb ik drie jonge kieviten gezien, maar geen jonge grutto’s, geen jonge tureluurs en ook geen scholeksters. Ik had op mijn land 65 nesten. Toen de vos hier op rooftocht ging, zijn er bijna geen nesten meer bijgekomen. We hebben hier ook buizerd, kraaien en zelfs poezen gezien die nesten leeghaalden.”

Vossen en kraaien

Wat te doen om het tij te keren? „De vossenstand moet worden aangehaald, één vossenpaar per 5.000 hectare past bij goed natuurbeheer. Voorts is de kraaienpopulatie veel te groot”, meent Van Swieten.

Ronald de Jong, veehouder in Zoeterwoude, heeft ook weinig pullen gezien en komt tot dezelfde conclusie: „Hele zwermen kraaien zaten bij ons op het land. Ook liepen meerdere mantelmeeuwen op percelen waar jonge vogels rondliepen.”

Een beter en intensiever jachtregime en de inzet van vangkooien kan volgens hem helpen om de weidevogels doelgericht te beschermen. „Verjagen klinkt aardig, maar die vogels zijn zo weer terug”, zegt hij. Nesten van roofdieren leeghalen in de omgeving van de polders kan naar zijn mening de weidevogels ook helpen.

De resultaten van het weidevogelbeheer bij veehoudster Lida van den Akker in Leidschendam waren minder negatief. „Het verschilde niet veel van vorig jaar, ietsje meer grutto’s. Ik heb wél heel wat jonge vogels gezien. Dat komt omdat er hier het hele jaar door wordt gejaagd op kauwen en kraaien”, stelt zij. Zorgwekkend vindt ook zij de groeiende hoeveelheid roofvogels in de polder. „Daar moet echt wat aan gedaan worden. Want die beesten pakken alles, tot en met meerkoeten uit de sloot.”

Hermelijnen

Martin van de Reep in Nootdorp verwijst naar het onlangs afgeronde jaaroverzicht over het seizoen 2020 van de weidevogelwerkgroep Nootdorp-Leidschendam. In dit werkgebied werden in totaal 672 nesten beschermd. De eieren van ruim één van de drie nesten (181 stuks) gingen in de broedfase verloren. „Het is niet alleen de vos, maar vooral ook de hermelijnen die het afgelopen jaar hebben huisgehouden in onze polders. (...) Ook de torenvalk richtte zich dit jaar meer op jonge weidevogels.” Er waren minder veldmuizen (zeer nat voorjaar), waardoor het min of meer voorspelbaar was dat 2020 een slecht weidevogeljaar zou worden, staat in het jaaroverzicht.

Er zijn heel wat boeren die zich op basis van adviezen van de gebiedscoöperatie De Groene Klaver met verschillende vormen van beheer inzetten voor het behoud van weidevogels. Aan de andere kant: er zijn ook genoeg boeren, die zelf actie kunnen nemen om de weidevogelstand positief te beïnvloeden, vindt Onderwater. Hij doelt bijvoorbeeld op maatregelen om het bodemleven verder te verbeteren, zoals het gebruik van ruige mest. Wat ook helpt is om een deel van de bodem gedurende het weidevogelseizoen voldoende vochtig te houden.

Tot slot stelt Onderwater dat het nog steeds ontbreekt aan een goed predatieplan. „25 keer een verzoek indienen voor ontheffingen staat slagvaardig handelen in de weg. Wat mij betreft: geef de boer meer ruimte om naar eigen inzicht de predatoren op een aanvaardbaar niveau te houden.”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.