Bossenstrategie is in de praktijk een vrijbrief voor bomenkap met ernstige gevolgen | opinie

Naaldbomenkap in de Schoorlse duinen.
© Foto jjfoto.nl / Jan Jong

Onlangs heeft minister Schouten (LNV) de Bossenstrategie naar de Tweede Kamer gezonden. Een belangrijk motief voor deze nota was het groeiende maatschappelijke verzet tegen toenemende bomenkap.

Dat is geen loos alarm. Sinds 2013 is 11.100 hectare bos in Nederland definitief verdwenen door omvorming in open natuur. Daarmee is de ontbossing procentueel groter dan in het Amazonegebied, terwijl Nederland met 11 procent bos het bosarmste land is op het vasteland van Europa.

Naast ontbossing is er een toenemende kap in bossen. Overal zijn kapvlaktes, dunningen, kleine en grote gaten. Het landschap is daardoor vaak onherkenbaar veranderd. De open plekken worden in dit geval geleidelijk door jonge bomen ingenomen, maar de levensgemeenschap, harmonie en bosbeleving zijn voor tientallen jaren verstoord.

Kap van bossen ten behoeve van kwetsbare open natuur, zoals heidevelden of open duinlandschappen, kan zinvol zijn. Vaak is het resultaat echter teleurstellend. Daarnaast wordt onvoldoende gekeken naar natuurwaarden die verloren gaan. Ook wordt er nauwelijks geluisterd naar gebruikers van het bos.

Schoorl

De duinbossen nabij Schoorl vormen een geruchtmakend voorbeeld. Delen ervan zijn omgevormd in een kaal zandlandschap, terwijl de Schoorlse bossen hoge natuurwaarden hebben. Volgens een rapport uit 2019 vormen ze het allerbelangrijkste gebied voor paddenstoelen in Nederland. Bovendien zijn deze bossen geliefd bij omwonenden en recreanten. Toch verdwijnen delen van het bos.

De ambities van de Bossenstrategie klinken mooi: vergroting van biodiversiteit in bossen en meer koolstofopslag in bomen in het kader van klimaatbeleid. Beleidsvoornemens zijn onder meer uitbreiding van het bosareaal met 37.000 hectare vóór 2030, aanleg van 150.000 km landschapselementen in het boerenland vóór 2050, toename van stadsbomen met 1 procent per jaar en toename van natuurbos tot 39 procent van het bosareaal.

De uitwerking is echter vaak vaag, onrealistisch of contraproductief. De ontboste oppervlakte ten behoeve van open natuur zou ’ruimhartig’ worden gecompenseerd door aanleg van nieuw bos. Genoemd wordt een oppervlakte van 3400 hectare, terwijl er in werkelijkheid 11.100 hectare ontbost is. Nieuwe bossen zijn gepland in problematische gebieden, zoals 2000 hectare langs de grote rivieren. Rijkswaterstaat heeft daar recent juist bossen gerooid omdat ze de doorstroming zouden belemmeren. De aanleg van nieuwe houtwallen zou volgens de nota ’voordelig’ zijn voor boeren, terwijl bestaande houtwallen nog steeds worden opgeruimd omdat ze nadelig zijn voor de bedrijfsvoering. De voornemens zijn planologisch, juridisch en financieel niet onderbouwd. Kortom: luchtfietserij.

Kwaliteit

Compensatie van ontbost gebied betreft de oppervlakte, niet de verloren kwaliteit. Dat is door de langzame groei van bomen onmogelijk. Het nog te planten bos kan pas voor toekomstige generaties het gekapte bos vervangen. Men zou dus in de Bossenstrategie bescherming van de resterende bossen verwachten. Het tegendeel is waar. Er wordt zelfs een verhoging van de houtoogst aangekondigd.

Tegelijk wordt gesteld dat bossen veel te weinig oude bomen en dood hout bevatten. Een onoverbrugbare tegenstelling. De voorgestelde uitbreiding van natuurbos is een fopspeen, want met natuurbos wordt geen bos zonder menselijke invloed bedoeld. Het is bos met als hoofddoel ’biodiversiteit’, die op kunstmatige wijze wordt bevorderd door ’revitalisering’, een pakket van twintig maatregelen, waaronder planten, mesten, verjongen en vooral kappen. ’Natuurbos’ is een tekentafelbos, de tegenpool van natuurlijk bos. Het doel is reconstructie van het ’Lindewoud’ dat hier 6000 jaar geleden voorkwam, onder totaal andere omstandigheden. Een utopie, met een prijskaartje van 1,5 miljard euro gemeenschapsgeld.

Houtoogsten

Vermeld wordt dat door revitalisering de houtopbrengst zal stijgen. Dat lijkt het hoofddoel van de Bossenstrategie: meer hout oogsten. Een citaat uit de Bossenstrategie: ’Het kappen van bomen is onlosmakelijk verbonden aan duurzaam beheer van bos’. Nonsens. Bossen hebben zich miljoenen jaren ontwikkeld zonder menselijk ingrijpen en zijn prima in staat zijn om zichzelf in stand te houden. Bosbeheer is een keuze. Nog een stelling: ’houtoogst is vaak een onmisbare inkomstenbron voor de boseigenaar’. Onzin. Houtoogst was in Nederland over de laatste veertig jaar zonder beheersubsidie zelfs verliesgevend. Driekwart van het hout wordt met miljarden subsidie verstookt in bioenergiecentrales , waarbij meer CO2 vrijkomt dan in gas- en kolencentrales. Inlands hout draagt slechts 6 procent bij aan het gebruik van constructiehout.

Bossen en bosliefhebbers worden de dupe van dit beleid. Iedereen heeft in deze coronatijd ervaren hoe belangrijk bossen zijn voor mensen. Het CBS schat de economische waarde van recreatie in bosrijke gebieden op duizenden euro’s per hectare per jaar, een veelvoud van de houtopbrengst. Bovendien levert niet-ingrijpen mooiere bossen op met een hogere biodiversiteit en een betere koolstofvastlegging.

Als je toch hout wilt oogsten, doe het dan op een kleinschalige manier die het bos als levensgemeenschap in tact laat. Natuurvolgend bosbeheer, zoals beschreven door Henk Kuper, de voormalige houtvester van Kroondomein Het Loo. Zo hout oogsten is ook economisch rendabeler. Alternatieven genoeg voor de heilloze weg die de Bossenstrategie inslaat!

Eef Arnolds is voormalig bosecolooog en directeur van het Biologisch Station te Wijster van de Landbouwuniversiteit Wageningen.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.