T.rex kuierde loom swingend door de oerjungle [video]

Trix.
© Mike Bink fotografie
Een t.rex kuierde vermoedelijk met ongeveer dezelfde snelheid als mensen.
© Illustratie Rick Stikkelorum, Arthur Ulmann, Pasha van Bijlert
Spierreconstructie op een t.rex-staart.
© Pasha van Bijlert
1/3
Leiden

Niet agressief stevig doorbenend, maar loom kuierend en haast swingend bewoog een Tyrannosaurus rex zich voort. Dat concluderen onderzoekers van Naturalis, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Utrecht op basis van een methode die zij ontwikkelden om de loopsnelheid van dinosauriërs te berekenen.

De onderzoekers onderwierpen met name de staart van Naturalis-dino Trix aan nauwgezet onderzoek. De resultaten zijn woensdag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Royal Society Open Science.

Door de staart te modelleren als een soort ’hangbrug’ en te combineren met gevonden gefossiliseerde t.rex-sporen denken de onderzoekers dat het normale wandeltempo van de bekende dino zo rond de 4,6 kilometer per uur lag. Veel langzamer dan tot dusver gedacht. Volgens student bewegingswetenschappen Pasha van Bijlert is die snelheid wel vergelijkbaar met die van andere dieren die nu op de aarde leven.

Uitgangspunt is dat mensen en dieren het liefst op een snelheid wandelen die zo min mogelijk energie verbruikt. Hoe hoog die voorkeurssnelheid is, hangt sterk samen met de lichaamsbouw en de zogeheten resonantie die ontstaat als ritme, beweging en tempo goed samenvallen.

Van Bijlert wilde weten hoe die resonantie zat bij de t.rex, die door zijn bouw van twee enorme poten en lange, zware staart heel anders bewoog dan alles wat er nu op aarde loopt. Net zoals de nekwervels van mensen zaten die staarten vast aan gewrichtsbanden (ligamenten). ’Dat kun je vergelijken met een hangbrug’, legt Van Bijlert uit, ’Maar dan met bijna een ton aan spieren erin.’

Samen met zijn begeleiders Anne Schulp (Naturalis/Universiteit Utrecht) en Knoek van Soest (Vrije Universiteit) bouwde Van Bijlert een driedimensionaal model van Naturalis-dino Trix om de voorkeurssnelheid te bepalen. Aan het beroemde skelet voegden ze digitale spieren toe. Op dat model konden ze biomechanische analyses uitvoeren. Van Bijlert: ’Er bestonden al studies naar het looptempo van dino’s, maar die keken vaak alleen maar naar de benen. Die negeren dus de staart, terwijl dat het lopen van dino’s uniek maakt. Dan vind je meestal een een veel hogere wandelsnelheid. Onze snelheid is een stuk lager, maar dit komt veel beter overeen met levende dieren.’

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.