Klachten over misbruik in topturnen in doofpot, prestatiecultuur is doorgeschoten. Onderzoekers misstanden trekken nietsontziende conclusies in rapportage en bevelen schadeloosstelling aan

© Foto ANP/Robin van Lonkuijsen
Utrecht

Grensoverschrijdend gedrag, als uitvloeisel van een doorgeschoten prestatiecultuur, is ingebed in het turnen. Dat blijkt uit ’Ongelijke leggers’, de vandaag verschenen rapportage over aard en omvang van de misstanden. De uitwassen doen zich vooral in de topsport voor.

Tweederde van de ondervraagde oud-sporters heeft in de carrière met een of meer vormen van grensoverschrijdend gedrag te maken gehad, staat in het rapport. Bij volwassen huidige sporters is eenderde met psychisch, lichamelijk of verbaal geweld geconfronteerd, terwijl dat bij minderjarige sporters 35 procent (en zelfs tweederde onder topsporters) is.

De onderzoeksuitkomsten volgen op de bekentenis over wangedrag van Gerrit Beltman, die voormalig vrouwenbondscoach die eind juli vorig jaar in deze krant toegaf decennialang jonge turnsters stelselmatig fysiek en geestelijk te hebben mishandeld tijdens trainingen.

Lees ook: Ouders, denk goed na: in het turnen zijn al zo veel meisjesdromen in nachtmerries veranderd | Commentaar

Schrikbewind

Op dezelfde dag beschreven in deze krant tien (ex-)turnsters tot in detail het schrikbewind van hem en andere trainers. Als gevolg van die onthullingen volgden nieuwe turnstersgetuigenissen, werden Kamervragen gesteld, werd het vrouwentopsportprogramma tijdelijk stilgelegd, had een rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden plaats, werden coaches in de ban gedaan plus uitgesloten voor de Olympische Spelen in Tokio komende zomer en lopen er momenteel tuchtzaken tegen in totaal 25 trainers.

Lees ook: Turntrainer Gerrit Beltman geeft grensoverschrijdend gedrag toe en doet een boekje open: ’Ik was bezeten en ik was niet de enige’

En: ’Hij grijpt met zijn handen mijn keel vast en tilt me aan mijn nek de lucht in.’ Mishandeld, vernederd en van je identiteit beroofd: dit overkwam topturnsters in Nederland

Bij ex-sporters waren - zo stelt het rapport vast - vernederen, beledigen, uitschelden, schreeuwen, intimideren, manipuleren, chanteren, (be)dreigen, isoleren en controleren veelvoorkomend. Fysieke mishandeling werd niet geschuwd, terwijl seksueel misbruik zich sporadisch voordeed. Gewichtsproblematiek en het negeren van blessures speelden eveneens een bepalende rol.

Tweederde van de ondervraagde oud-sporters heeft in de carrière met een of meer vormen van grensoverschrijdend gedrag te maken gehad, staat in het rapport. Bij volwassen huidige sporters is eenderde met psychisch, lichamelijk of verbaal geweld geconfronteerd, terwijl dat bij minderjarige sporters 35 procent (en zelfs tweederde onder topsporters) is.

Bij ex-sporters waren vernederen, beledigen, uitschelden, schreeuwen, intimideren, manipuleren, chanteren, (be)dreigen, isoleren en controleren veelvoorkomend. Fysieke mishandeling werd niet geschuwd, terwijl seksueel misbruik zich sporadisch voordeed. Gewichtsproblematiek en het negeren van blessures speelden eveneens een bepalende rol.

Machtsmisbruik

Bij de huidige volwassen en minderjarige sporters wordt vooral gerept van het doortrainen met (zware) blessures. Ook is er sprake van dwang, chantage of machtsmisbruik.

De onderzoekers Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht, en Anton van Wijk spraken in de afgelopen zeven maanden met 179 (oud-)sporters, ouders, bestuurders, trainers, wetenschappers en journalisten, terwijl nog eens ruim drieduizend (ex-)sporters en ouders een vragenlijst over grensoverschrijdend gedrag invulden. Buiten het vrouwenturnen hebben de excessen met name in het acrogym en ritmische gymnastiek plaats.

Bij de sporters dringt het besef van grensoverschrijdend gedrag doorgaans pas na te zijn gestopt echt door, aangezien er tijdens de carrière sprake is van een normalisatieproces. Bovendien ervaren zij een drempel om negatieve ervaringen te delen, uit schaamte- en schuldgevoel.

Het machtsoverwicht van trainers (in de meeste gevallen de plegers), het besloten karakter van het topsportsegment, het op zeer jonge leeftijd selecteren en de vele trainingsuren zijn belangrijke risicofactoren voor het ontstaan en voortduren van de wanpraktijken. De slachtoffers zijn meestal meisjes die al op een zeer jonge leeftijd met de sport in aanraking zijn gekomen.

’Doofpotcultuur’

Klachten zijn onvoldoende serieus genomen en er heerste een ’doofpotcultuur’. Met vier, nooit geopenbaarde, onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag in de periode 2003-2015 is door de Nederlandse gymnastiekunie KNGU en/of sportkoepel NOC NSF niets of weinig gedaan, terwijl meldingen bij (de vertrouwenscontactpersoon van) de bond ’informeel’ werden afgehandeld. Prestaties – aangejaagd door de door NOC NSF uitgedragen toptienambitie – prevaleerden boven het welbevinden van sporters. Gebrek aan investeren in pedagogisch hoogopgeleide (en fatsoenlijk betaalde) trainers speelde daarnaast een prominente rol.

De gevolgen van de wanpraktijken zijn schrijnend en langdurig. Slachtoffers ondervinden (mentale) gezondheidsproblemen, zoals depressie, angst, een laag zelfbeeld, dissociatie en posttraumatisch stresssyndroom en sommigen kampen met zelfdodinggedachten. Ook zijn er lichamelijke, veelal chronische, klachten als gevolg van het veronachtzamen en verplicht doortrainen met blessures. Het constant de nadruk leggen op voeding en gewicht heeft eetstoornissen uitgelokt. Bij velen is bovendien sprake van existentieel trauma: de identiteit is onvoldoende ontwikkeld, doordat de sporters in hun jeugdjaren tot een object zijn gedegradeerd.

Schadeloosstelling

Voor de oud-sporters bepleiten de onderzoekers naast excuses een schadeloosstelling voor het aangedane leed in de orde van grootte van 5000 euro, een passend hulptraject, lotgenotencontact en herstelbemiddeling. Voor huidige sporters moet in de trainingszaal het ’meer-ogenprincipe’ gaan gelden, belangentegenstellingen (dubbele petten en rolvermenging) worden voorkomen en dienen topsporters aan het eind van hun carrière te worden begeleid naar een maatschappelijk bestaan.

Belangrijke speerpunten zijn verder: betere scholing en bijscholing van trainers, centralisatie van het vrouwentopturnen, professionelere tuchtrechtspraak, het losweken van het Centrum Veilige Sport van NOC NSF, het heroverwegen van het huidige landelijke topsportfinancieringssysteem, plus het oproepen tot een internationale heroriëntatie op de gymsport én het delen van informatie over veroordeelde coaches (tucht- en strafrecht).

Lees hier alle verhalen over dossier turnmisbruik.

Meer nieuws uit Sport

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.