In de Leidse Haarlemmerstraat maakten de groenteboer, bakker en slager plaats voor beautysalons, grillrooms en telecom [video]

De Haarlemmerstraat in 2004, met feestverlichting van de winkeliersvereniging.
© archieffoto Mark lamers
Leiden

De Haarlemmerstraat maakte in 25 jaar een fikse metamorfose door. De groenteboer, bakker en slager verdwenen nagenoeg en de ketens rukten op. Winkeliers van het eerste uur blikken samen terug.

Het is misschien lastig voor te stellen voor de jongere Leidenaar, maar tot in de jaren zeventig reden er nog bussen en auto’s door de Haarlemmerstraat. Tot 1961 zelfs de Blauwe Tram. Er lag asfalt en de stoepen waren smal. Pas sinds 1985 is het een officieel wandelgebied en mogen er geen auto’s meer komen, op die voor de bevoorrading in de ochtenduren na. De winkels waren voornamelijk van kleine ondernemers. De groenteboer, slager en bakker waren ruim vertegenwoordigd en het winkelend publiek vond er verschillende meubelzaken.

Ketens waren in de minderheid. De Hema, C&A en Blokker hadden als oer-Hollandse grootwinkelbedrijven uiteraard hun plek veroverd, maar verder viel het mee. Franchise-zaken als de Benetton (nr. 80), Free Record Shop (83) en Dixons (122) werden door lokale ondernemers gerund en stonden dicht bij het winkelend publiek.

Tekst loopt door onder de video

Hoe anders is dat aanzicht nu? Een Favoriet Sport op nummer 45, Hans Anders op 49, Zeeman op 52A. Eventjes verderop huist de G-STAR op nummer 98, Jeans Centre op nummer 100 en de Zara op de nummers 101-111. Langzamerhand is de Haarlemmerstraat gaan lijken op al die andere winkelstraten in middelgrote Nederlandse steden. De groenteboer en de kruidenier zijn verdwenen, er kwamen koffietenten en kebabzaken voor terug.

Het Leidsch Dagblad blikt terug met ondernemers die al jaren hun eigen winkel hebben of hadden in de kilometer koopplezier van Leiden: de Haarlemmerstraat. Ook inventariseerden we met behulp van gegevens van Locatus, een bedrijf dat winkeldata verzamelt, en de geheugens van ondernemers welke winkels er sinds 1994 in de Haarlemmerstraat hebben gezeten.

Tekst loopt door onder de kaart

Rotzooi

„Een rotzooi”, noemt Peter Labrujère de oude Haarlemmerstraat. Labrujère bestiert al sinds mensenheugenis de legerdumpwinkel - voorheen campingspullen - op nummer 25. „Het was rommelig, maar er werden een paar centjes verdiend. We zijn de generatie van net na oorlog. Alles was verpauperd. Wij moesten alles opnieuw opbouwen. Dat is gebeurd.”

Tekst loopt door onder de foto

Peter Labrujère in zijn winkel.
© Foto Taco van der Eb

Met Labrujère is de bekendste ondernemer op de Haarlemmerstraat genoemd. De man met het markante uiterlijk - stevige baard, afgetopt met klompjes onderin - heeft al tientallen jaren een voortrekkersrol in de ontwikkeling van de winkelstraat. De inmiddels gepensioneerde Monique Coster (van de slijterij op 204) en Gerard Wisse (meubelzaak Wisse & Snelderwaard wonen op 224), Rob ter Haar (sigarenmagazijn op 249) en Hans van der Voet (lampenwinkel Voetlicht, 15) schuiven ook aan op de redactie. Het wordt al snel gezellig. De jaren mogen dan verstrijken, de onderlinge band tussen de ondernemers van het eerste uur blijft innig.

Echt strak georganiseerd waren ze niet. Labrujère: „We hadden drie winkeliersverenigingen, later teruggebracht tot eentje. Maar we hadden elkaar hard nodig. Allemaal kleine ondernemertjes met kleine winkeltjes.” Langzamerhand won de Haarlemmerstraat het als winkelstraat van de Breestraat. „De ondernemers met hun luxe winkels daar wilden de auto’s houden, bij ons gingen ze allemaal weg.”

Tekst loopt door onder de video

De winkeliersvereniging zorgde voor de gezelligheid rond het winkelen. Feestverlichting met Kerst, met Pasen deelden meisjes bloemen uit, Pieten strooiden suikergoed rond in de sinterklaastijd. Iedereen droeg bij in de gezamenlijke pot, behalve de grotere ketens. „Het waren allemaal filialen en de directie gaf geen permissie om lid te worden van de winkeliersvereniging”, zegt Coster. Wisse: „Ja, die filiaalbedrijven hielden de boot af.” Coster: „Steeds meer particuliere winkels stopten en verkochten hun pand. Daar kwamen die ’grootgrutters’ voor terug. Die deden nergens aan mee. Daardoor kreeg je niemand op één lijn. Op een enkeling na.”

Tekst loopt door onder de video

Voormalig wethouder en eerste centrummanager Robert Strijk loste het probleem van de ongelijke bijdragen later op door de onroerendezaakbelasting (ozb) voor winkels te verhogen en een deel daarvan in de gezamenlijke pot te stoppen. De wrijving tussen de reguliere winkeliers en de filiaalhouders loste hij er niet mee op. Coster omschrijft het verschil in mentaliteit: „Wij moesten hard werken voor onze centjes en zij kregen aan het einde van elke maand salaris.”

En het scheelt nogal als er personeel is dat een zaak draaiende houdt of dat je als zelfstandige lange werkweken maakt. „De bedrijfsleider van de Hema kwam met het idee om koopzondagen in te voeren. In Amsterdam was het een succes”, zegt Labrujère. „Hij wilde er 52 in het jaar, maar wij dus niet. Toen kwamen we op twaalf koopzondagen. Maar dan moet je ook publiek lokken. Ik ging het entertainment doen en Gerard Wisse de logistiek. Ik huurde bandjes in en artiesten en Gerard regelde bussen, die voor een gulden passagiers heen en weer bracht naar het station. De zondag liep beter dan de hele zaterdag.”

Tekst loopt door onder de foto

Gerard Wisse voor zijn voormalige meubelzaak Wisse & Snelderwaard.
© Foto Taco van der Eb

„Toen kwam die bedrijfsleider de eerstvolgende vergadering: ’De zondag loopt nu zo goed, ons hoofdkantoor wil dat we elke zondag open gaan.’ Ik zeg nou: aju, dan doe ik geen entertainment meer, Gerard zei: dan doe ik de logistiek met die bussen niet meer. De volgende vier koopzondagen brachten bij elkaar minder op dan de koopzondag ervoor. Komt-ie weer, nu met een rooie kop: ’Zullen we dan maar teruggaan naar die twaalf koopzondagen?’ Nou, hij mocht het zelf gaan doen. Wij deden niks meer.”

Stadsparkeerplan

De ’busjes van Wisse’ voor de koopzondagen waren de voorloper van het Stadsparkeerplan aan de Haagweg, ook weer - mede - op initiatief van Labrujère. De jaarlijkse braderie mocht zich in een grote belangstelling verheugen, maar is gesneuveld. „We hadden twee dagen braderie. Het was een grandioos iets”, herinnert Coster zich.

„Dat hebben ze geweten. We hadden banners, lichtbakken, weet ik veel wat allemaal geregeld. Alle toegangswegen lagen stil. Overal file, file, file. Moesten we van de gemeente het jaar daarop ineens zelf betalen voor het vuil ophalen. Dat kostte zo een paar duizend euro, terwijl we iets deden om Leiden bij elkaar te brengen. Alles wat we ondernamen om Leiden te promoten, werd bestraft. Dat haalt je motivatie weg. Het jaar erna dachten we: Met de hele club hebben we hele straat van de Blauwpoortsbrug naar de haven geveegd.”

Tekst loopt door onder de video

Initiatieven te over, maar het heeft allemaal niet mogen baten. De Haarlemmerstraat is stukje bij beetje veranderd van eenmanszaakjes naar ketens en het aantal gevulde winkelpanden is de afgelopen 25 jaar gedaald. In 1996 telde de straat 225 winkels, in 2021 zijn dat er 40 minder: 185. Door de jaren heen zijn sommige branches compleet uitgestorven. De fotowinkel bijvoorbeeld. In 1995 had de Haarlemmerstraat er nog vijf. Sinds 2016 zijn het er nul.

In 1999 stopten de laatste twee groenteboeren in de straat: Bakker op 212 en JW Dirkse op nummer 75. Van de vijf bakkers in 1994 is alleen nog Bakkerij Nur, aan het einde van de straat richting de Haven, over. En van de vier slagers bestaat alleen Van der Zon nog. Rob ter Haar overleeft met zijn tabaks- annex tijdschriftenzaak vooralsnog. „Ik heb wel last gehad van het verdwijnen van de groenteman en de slager in de straat. Die zijn altijd belangrijk geweest voor mijn branche. Zonder groenteboer en slager komen de mensen ook niet meer voor hun krantje.”

Tekst loopt door onder de foto

Rob ter Haar en zijn vrouw in hun tabakszaak.
© Foto Taco van der Eb

Het aantal zaken dat etenswaar verkoopt, is nagenoeg stabiel gebleven, maar wat er verkocht wordt, is wel veranderd. Het aantal afhaaltenten is toegenomen, net zoals de grillrooms en shoarmatenten. In 2015 en 2016 waren het er maar liefst acht. Al lijkt de beste tijd van het broodje döner in de straat ook voorbij: er zijn er nog maar drie over. Ook het aantal lunchrooms is iets toegenomen: van drie in 1994 naar vijf in 2021. En er zijn wel koffiezaken bijgekomen in de straat, maar toen Monique Coster ermee stopte, was er geen slijterij meer. Het betekende het einde van 200 jaar Coster-dynastie.

Tekst loopt door onder de kaart

Centrummanagement benadert actief landelijke en internationaal opererende ketens om zich in de Haarlemmerstraat te vestigen. De ketens moeten de trekkers zijn voor de overige winkels. Niet alleen die in de Haarlemmerstraat, maar ook in de rest van de stad.

De komst van de Spaanse modegigant Zara is de grootste vis die de laatste jaren is binnen gehengeld. Zonder omhaal zegt iedere ondernemer op de Haarlemmerstraat blij te zijn met diens komst, waarvoor zes panden werden opgeofferd.

Sofie Dijkhuizen is sinds twee jaar vestigingsmanager voor winkels in Leiden. Als intermediair tussen pandeigenaren en ondernemers in spe heeft ze al heel wat leegstaande winkels kunnen vullen, variërend van pop-up stores tot kattencafé tot kringloopwinkel. Volgens Dijkhuizen valt het mee met de leegstand. „Wij zitten onder het landelijk gemiddelde. Er gebeurt nog best veel. Maar dan gaat het meer om food gebied en minder om echt retail.”

Er is plek voor meer (dag)horeca op de Haarlemmerstraat, zegt Dijkhuizen, mede ingegeven door de ’nieuwe beleving’ die het winkelend publiek wil ervaren. „Ik geloof in een goed concept, maar het moet wel iets toevoegen aan wat er zit. Niet de zoveelste shoarmatent, maar een sap- of juicebar is onderscheidend. Dat zie je ook aan de boetiekjes die de laatste tijd zijn geopend. Daar had Leiden er niet heel veel van en die slaan gewoon aan.” Ze wijst erop dat Leiden zijn ’stoffige imago’ aan het kwijtraken is. Dijkhuizen: „Leiden had iets braafs en niks hips, maar dat is gewoon niet waar. We zijn geen Amsterdam met zijn negen straatjes, maar er zit genoeg origineel aanbod tussen.”

Toch zullen er de komende jaren weer enkele ’Leidse parels’ zoals de slijterij van Coster uitsterven in de Haarlemmerstraat. Ter Haar denkt er nu, zelfs na een recent hartinfarct, nog niet over na om ermee te stoppen. Maar hij raadt zijn eigen zoon af om de zaak (sinds 1922) over te nemen, voornamelijk vanwege het tabaksontmoedigingsbeleid van de overheid.

Tekst loopt door onder de foto

Monique Coster voor haar voormalige slijterij.
© Foto Taco van der Eb

Wisse, net als Coster geboren op de Haarlemmerstraat, zag zijn branche veranderen voor hij in 2007 zijn zaak definitief dicht deed. „Ik had 1000 vierkante meter, maar dat is te weinig voor een meubelzaak. Je moet minimaal 2500 vierkante meter hebben, wil je overleven. Bij elke stad of dorp kwam eind vorige eeuw aan de rand een woonboulevard. Wat is overgebleven? Leen Bakker, Kwantum, Ikea. Goedkoop spul. Die hebben een product in de markt gezet dat na twee jaar kapot was en vervangen moest worden. Dat mocht bij mij niet. Ik verkocht geen duur bankstel aan iemand met drie jonge kinderen, die hem gebruiken als een trampoline. Dan adviseerde ik om een andere te kopen.”

De internetrevolutie hebben de ondernemers gemist. Als eenpitter is het een stuk lastiger een webshop te onderhouden naast de reguliere winkel. Labrujère heeft inmiddels met behulp van zijn dochter digitaal iets opgetuigd en ook bij Voetlicht is er online te bestellen, maar het gaat eigenaar Hans van der Voet niet de rest van de 21ste eeuw in helpen.

Tekst loopt door onder de foto

Hans van der Voet in zijn winkel Voetlicht.
© Foto Taco van der Eb

Van der Voet dacht in zoon Chris na veertig jaar een opvolger te hebben, maar die gaf de opdracht onlangs terug. „Hij heeft het zeven jaar gedaan, maar nu heeft hij gewoon een baan gevonden. Dat verdient meer dan dat-ie mij huur moet betalen en ook nog eens zestig uur moet werken.”

Daarmee strandt binnenkort weer een unieke winkel, wat het aanbod alleen maar verschraalt. Labrujère: „Dat hele systeem van vroeger kan je niet terughalen. Tenzij je echt iets aparts gaan doen. Een speciaalwinkeltje met natuurproducten uit de buurt. Vlees, kaas, melk. Dat moet een haalbare kaart zijn.”

Dat een winkel als Voetlicht dreigt te verdwijnen, noemt Sofie Dijkhuizen vervelend. Juist de ’parels’ zijn bepalend voor een winkelstraat als deze, zegt ze. Mede daarom wordt er door centrummanagement actief gezocht naar een opvolger voor Hans van der Voet, wiens zoon in eerste instantie de zaak zou overnemen. Bij Comtesse in de Breestraat is dat ook gelukt toen eigenaar Laurens Verspaandonk ermee stopte en er geen opvolger voorhanden was. „Het vinden van een nieuwe ondernemer voor een Leidse parel, is een nieuw project. Dat het met Comtesse is gelukt, is superleuk. Met Fiorella in de Burgsteeg zijn we ook bezig.”

Minder mode en meubels, meer kapper en koffie

Mode is nog steeds de meest voorkomende branche in de Haarlemmerstraat, maar het aantal winkels is wel afgenomen ten opzichte van 1994. Toen vond je nog 66 modezaken, inmiddels zijn het er 48. Ook het aandeel modezaken is tussen deze jaren afgenomen: van 30 naar 23 procent.

Tekst loopt door onder de kaart

Schoenenzaken gingen tussen 2000 en 2014 als een tierelier. Er zaten in die tijd tussen de tien en veertien winkels. Na 2011 is dat aantal afgenomen. Sinds 2019 nu nog maar vijf schoenenzaken in de Haarlemmerstraat.

In 1995 zaten er nog twintig woonwinkels in de Haarlemmerstraat. Voetlicht, de Lampenkoning, Lampenier en Kastner verkochten verlichting. Er waren echte meubelzaken zoals Van der Klugt, Jencikova en Wisse & Snelderwaard. Op nummer 200 zat stoffeerder Toff en op nummer 111 behang- en tapijtwinkel De Eenen. Sinds 2018 zijn er nog maar vijf van die winkels over: Voetlicht, Oudshoorn (servies), Otto Vuur (haarden), Blokker en Xenos.

Opvallend in de categorie beauty en persoonlijke verzorging: in 2006 kwam de eerste schoonheidssalon in de Haarlemmerstraat. Sindsdien zijn er daar nog een paar bijgekomen. Ook een nagelstudio (nummer 218 en 235) en een tandenbleker (253) openden de deuren. In 2016 en 2017 huisden er wel acht beautywinkels in de straat, ten opzichte van twee in 1994. Ook kappers en winkels voor haarproducten doen het goed in de straat. In 1994 waren er daar twee van, inmiddels zes. Andere branches die zijn toegenomen ten opzichte van 1994: vintagezaken, juweliers, koffiezaken en telecomwinkels.

Tekst loopt door onder de foto

Yaacov Cohen voor zijn winkel ’t Oorzaakje.
© Foto Taco van der Eb

Yaacov Cohen, ’t Oorzaakje

„Ik kom uit Israël. Daar heb ik in de kibboets mijn vrouw Wilma ontmoet. Voor mij is de Haarlemmerstraat alles. Ik begon te werken in de croissanterie van een Israëliër. In 1986 zag ik straatverkopers voor de Hema staan. Ik heb altijd oorbellen gemaakt voor de meisjes, dus ik dacht: dat kan ik ook. Ik begon met een bordje van een meter bij een meter op fluweel. Oorbellen en kralenkettingen met alpacadraad. De eerste dag verkocht ik voor 27 gulden op zaterdag. Ik heb in Japan ook op straat gewerkt, met Wilma. Veel verdiend. Wat ik maakte voor 1 dollar verkocht ik voor 50 dollar. We waren een sensatie in Tokio, die blonde vrouw en ik. En nu heb ik drie Oorzaakjes, in Delft, Alphen aan den Rijn en hier.

Op nummer 57 zat Capricorn. Gijs, de eigenaar, vroeg of ik sieraden aan hen kon verkopen. Ik droomde ook van een winkel, maar ik had geen geld. In 1998 kon ik het overnemen. Ik moest twee jaar lang duizend euro per maand betalen.

Alles wat ik verkocht, was van mijn hand. Ik heb een eigen merk: OZZ jewelry. Ik ontwerp nog en laat het in Thailand maken. Wat nu ’t Oorzaakje is, was voorheen Goudmijn. Die ging failliet. Ik huur dit sindsdien van de stichting Leids Volkshuis.

De Haarlemmerstraat is heel erg veranderd. Het is een wereld van verschil. De mensen kwamen hier nog voor groenten. De straat was altijd helemaal vol. Internet heeft een groot deel overgenomen, maar we doen het nog steeds goed. De mensen kennen ons wel.

Sinds een half jaar heb ik ook een webshop. Dat was eerder niet nodig. We verdienen er niet zo veel mee, maar het is wel leuk. OZZ is echt van ons. Daarnaast werken we met merken die niemand anders in Leiden heeft. Pandora, Buddha to Buddha. Ze komen specifiek daarvoor naar de winkel. Twintig procent komt speciaal, 60, 70, 80 procent loopt langs en doet een impulsaankoop. De locatie is daarom belangrijk. Als ik op het andere gedeelte had gezeten, had ik het niet gered.”

Tekst loopt door onder de foto

Har Walenkamp in zijn drogisterij Boerhaave.
© Foto Taco van der Eb

Har Walenkamp, drogisterij Boerhaave

Drogisterij Boerhaave begon in 1907 op nummer 70. In 1915 verhuisde de boel naar 68. Har Walenkamp woonde tot zijn veertiende boven de winkel. Ondanks zijn 70 jaar is hij nog vrijwel dagelijks in de drogisterij te vinden, zag een hoop veranderen de laatste 25 jaar, maar niet zo zeer bij Boerhaave: ,,De klanten willen ook niet dat het verandert.’’

,,We hebben een leuk vak. Elke dag zijn er veertig tot vijftig mensen binnen met specifieke wensen. Ze komen al lang niet meer voor een tubetje tandpasta. Dat laat ik over aan Etos en Kruidvat met hun 1+1 aanbiedingen. Dat kan ik niet bieden. Bij de groenteboer krijg je ook niet twee appels voor de prijs van een. Mijn assortiment is erg aangepast sinds de komst van die ketens. Ik verkoop geen Nivea of luiers. Ik krijg per week drie bestellingen uit Duitsland wat elders niet meer te krijgen is. En veel uit Amerika. Veel vitamines zijn hier al meer dan een jaar niet te krijgen. Daar zijn veel specifieke, trouwe klanten voor. Die worden doorgestuurd door een of andere natuurarts. Mineralen, vitamines zonder e-nummers en kleurstoffen; natuurlijk spul. Daar zitten potten van 85 euro tussen, zelfs eentje voor 179 euro.

Ik spring op elke trend in. Leuk en commercieel ook, zeker in corona tijd. Van mondkapjes tot handgel tot sneltesten, ze komen het halen. Het is de enige manier om te blijven bestaan. Er is vraag naar duur spul, van mensen uit hele land. Zelfs internet begint te lopen. Er komen elke dag nieuwe dingen bij.

Mijn zoon Pim gaat het overnemen. Hij is al voor 95 procent eigenaar. Hij vond het zelf leuk, ik heb hem nooit gedwongen. Hij gaat het niet anders doen. Hij vindt het wel prima zo.”

Lees ook: Winkeltje in, winkeltje uit is er niet meer bij. Hoe het laatste stukje Haarlemmerstraat langzaam uitstierf

Lees ook: Elke meter van de Haarlemmerstraat verkennen, dat doen journalisten Nina Eshuis en Gertjan van Geen: ’Nergens in Nederland vind je zoiets’

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door financiële steun van het Leids Mediafonds.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.