Vijf excuses om toch naar het Songfestival te kijken

Nikkie de Jager, Chantal Janzen, Jan Smit en Edsilia Rombley presenteren het Eurovisie Songfestival 2021.

Jazeker, er zijn belangrijker dingen dan het Eurovisie Songfestival. Maar het is niet louter een glittercircus van wansmaak, want sommige liedjes groeien uit tot klassiekers. Dus doe nou niet al te neerbuigend over het liedjesfestijn dat morgen in Rotterdam van start gaat.

Hier vijf excuses om tóch te kijken.

1. Omdat het nu óns festival is.

Nadat landgenoot Duncan Laurence het laatste festival won, is Nederland de organisator van het evenement. In Ahoy in Rotterdam staan deze week afgevaardigden van 39 landen op het podium. Jan Smit, Chantal Janzen, Edsilia Rombley and Nikkie de Jager (NikkieTutorials) zijn de presentatoren. De Volendamse zanger is vorig jaar op les geweest om zijn Engels bij te spijkeren. Hoewel hij op school een acht voor Frans had, vindt hij zijn Frans niet goed genoeg om voor de camera in die taal te spreken. Dat laat hij over aan Chantal Janzen. De vier kunnen elk woord van een autocue voorlezen, maar hebben het hele script uit hun hoofd geleerd. Behalve de puntentelling: dan moet er worden geïmproviseerd. Duncan Laurence komt in de slotfase in beeld om de punten van Nederland door te geven.

Over geld: volgens NRC kost het festival bijna vijftig miljoen euro. Dat bedrag wordt opgebracht door de publieke omroep, de European Broadcasting Union, het Rijk, de gemeente Rotterdam, sponsors en het publiek in Ahoy. Kaartjes voor de beste plaatsen bij de finale kosten bijna 250 euro.

Abba in 1974
© archieffoto

Het spektakel levert ook wat op, rekende de organisatie de gaststad voor. Het Songfestival trekt doorgaans zo’n honderdtachtig miljoen kijkers. Mooie beelden van Rotterdam zouden dat publiek moeten verleiden om naar de stad te komen. Bovendien is het evenement een etalage voor Nederlandse producten. Zo dragen de presentatoren creaties van ontwerpers uit eigen land. Ook de techniek moet een uithangbord van Nederlandse creativiteit worden: het decor en het podium zitten vol innovatieve snufjes, zodat elk optreden er anders uitziet.

2. Om te zien hoe de Nederlandse act het er vanaf brengt.

Dan hebben we het over Jeangu Macrooy, een 27-jarige zanger die het lied ’Birth of a new day’ vertolkt. Hij beschrijft het nummer als ’een eerbetoon aan iedereen die in zijn eigen kracht gelooft en voor zichzelf opkomt’. Opmerkelijke tekstregel: Yu no man broko mi, mi na afu sensi. Die zingt hij in het Sranantongo, de taal van Suriname. De betekenis: ’Je kunt denken dat ik klein en minderwaardig ben, maar ik ben niet kapot te krijgen’.

Bij een songfestivalinzending hoort een beetje drama: de zanger moet het in Ahoy zonder zijn ouders stellen. Zijn vader had visumproblemen, zijn moeder kan ’haar’ Suriname niet uit omdat er een reisverbod geldt vanaf Paramaribo naar Europa. „Maar we bellen dagelijks en ondanks de afstand voel ik hun steun”, zei de zanger deze week.

Omdat Macrooy het gastland vertegenwoordigt is hij al zeker van een plek in de finale, waar hij zaterdag als 23e aan de beurt is. In de peilingen staat hij er slecht voor. Bookmakers zetten hun kaarten op Malta, Frankrijk en Italië.

3. Omdat sommige Songfestivalliedjes klassiekers worden.

Je kunt als kijker getuige zijn van de geboorte van een evergreen. De geschiedenis leert dat sommige songfestivalliedjes uitgroeien tot klassiekers. Denk aan ’Nel blu dipinto di blu’, oftewel ’Volare’ waarmee de Italiaan Domenico Modugno in 1958 derde werd. Of ’Eres Tú’, waarmee de groep Mocedades Spanje in 1973 vertegenwoordigde en als tweede eindigde. Andere niet-te-vergeten songfestivalliedjes: ’Congratulations’ van Cliff Richard (goed voor een tweede plaats voor Engeland in 1968) en ’Ne partez pas sans moi’ waarmee de Canadese Céline Dion in 1988 voor Zwitserland uitkwam. Maar het songfestivallied der songfestivalliederen is natuurlijk ’Waterloo’, het nummer dat in 1974 de internationale doorbraak van winnaar ABBA inluidde. De plateauzolen, glitterpakjes en danspasjes kondigden een nieuw Songfestivaltijdperk aan waarin de act net zo belangrijk werd als het liedje. ’Waterloo’ stond in Nederland drie maanden in de Top 40 en is elk jaar verzekerd van een notering in de Top 2000.

4. Omdat de bedoelingen achter het evenement best deugen

Bij de start in 1956 was het belangrijkste doel van het Songfestival om het door oorlogen verscheurde Europa bij elkaar te brengen. Het thema ’Open Up’ van deze editie roept op om je open te stellen voor anderen. ,,De vrijheid om te zijn wie je wilt zijn, is niet zo vanzelfsprekend is als we zouden willen”, aldus Sietse Bakker, producent van het festival.

Festivalkenner Cornald Maas: ,,Tot schrik van Poetin en het Kremlin komt Rusland dit jaar met een zangeres die ambassadeur is van minderheden en vluchtelingen. Dan bereik je toch iets? En Duncan Laurence werd jarenlang gepest, tot hij zijn heil in de muziek vond. Daarmee kan hij een voorbeeld zijn voor andere jongeren in de verdrukking."

Over verbinding: in 2019 keken 4,4 miljoen Nederlanders naar de overwinning van Duncan Laurence. Veel samen kijken, dus. Opmerkelijk, in dit internettijdperk.

5. Omdat er dingen (leuk) mis kunnen gaan.

Het festival staat te boek als een gelikte show. Maar als kijker zit je pas rechtop als er iets onverwachts gebeurt. Ook daarin stelt het evenement zelden teleur. Voorbeelden uit het verleden: een gek uit het publiek die langs de beveiliging glipt en tijdens een optreden half naakt over het podium rent, artiesten die struikelen, een showjurk die in het decor blijft steken en overactieve rookkanonnen die de optredende zanger volledig aan het zicht onttrekken.

Tipje: vooral bij de (lastig te repeteren) puntentelling is de kans op onverwachte situaties het grootst. Voorspelling: Zodra het misgaat, zul je zien hoe de presentatoren elkaar aanvullen. Edsilia en Nikkie barsten in lachen uit, Chantal en Jan weten de boel improviserend te redden.

Meer nieuws uit Metropool

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.