Een haat-liefderelatie met de avondklok | column

1 / 2
Daphne Stolwijk

Stiekem mis ik ’m, de avondklok.

Toen hij in januari werd aangekondigd was ik echt geen fan, begrijp me niet verkeerd. Ik zag al voor me dat ik de tijd zou vergeten, boetes zou oplopen en een strafblad zou krijgen.

Dat is gelukkig niet gebeurd, maar gezellige avonden met vriendinnen werden wel plots afgebroken met ’shit jongens, het is al vijf voor negen’.

Als een malle fietsten we dan door de stad om op tijd thuis te komen, en stiekem vond ik het best cool als ik mijn sleutel twee minuten te laat in het slot van de deur stak. „Zie je, ik kan alles aan”, dacht ik dan.

In maart begon ik een stage, hier bij het Leidsch Dagblad. Het bruisende studentenleven was natuurlijk al ingeperkt dankzij corona, maar nu maakte het al helemaal plaats voor het ’burgerleven’.

Avonden met vriendinnen die eindigden om vijf voor negen vond ik daarom niet zo’n probleem meer, al liet ik dat natuurlijk niet merken. „Echt jammer meiden, dat we al weg moeten. Helaas”, zei ik dan. Eigenlijk was het best prima.

In het weekend baalde ik dan weer wel. Het was een soort haat-liefderelatie. Mensen herkennen het vast wel, je tijd is opeens beperkt en daarmee veel kostbaarder. Daardoor ga je er anders mee om. Het is misschien juist goed om af en toe verplicht even stil te staan. Of misschien denk ik nu te optimistisch en is iedereen dolblij dat we na negen uur weer de straat op mogen.

Want zoals ze zeggen, aan al het moois komt een eind. De avondklok is al een tijd weg en dat geeft me twee opties: ben ik de Sjaak Afhaak die om negen uur vertrekt, of ga ik door tot laat en leef ik de volgende dag naar wat mijn moeder altijd zegt: ’s Avonds een vent, ’s ochtends een vent.

Ik ben er nog steeds niet helemaal over uit.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.