Ook in coronatijd heeft de nieuwe winkelier lef: ’Het aantal aanvragen om te ondernemen is verbazingwekkend’

Wissem Dhrioua in zijn notenwinkel annex minisupermarkt in de Haarlemmerstraat in Leiden: ,,Als je hard werkt, komt het geld vanzelf. Niet binnen een paar weken, dat duurt even.’’
© Foto Hielco Kuipers

Wie denkt dat de coronacrisis ondernemers ervan weerhoudt een winkel te beginnen, zit ernaast. Maar het is niet zo eenvoudig als in het verleden.

Nu is mijn kans, dacht Wissem Dhrioua toen de coronacrisis zich aandiende. Als klein jongetje werkte Dhrioua op de markt in Tunesië, waar hij geboren is. „Op zaterdag verdiende ik 20 cent en op zondag 50 cent zakgeld. Daar heb ik geleerd om met mensen om te gaan.”

Na negen jaar in loondienst noten verkopen op de markt in Leiden, Leiderdorp en Katwijk werd het tijd voor zijn eigen notenwinkel en minisuper ’Wissem’. Hij opende in februari, op nummer 196 van de belangrijkste winkelstraat van Leiden – de Haarlemmerstraat. Een risico? Misschien. „Voeding gaat altijd door. De markt werd gesloten, maar de winkels mochten open blijven.”

De winkel kan Dhrioua voor twee jaar huren, als het goed gaat komt er vijf jaar bij. „Ik ga nu de derde maand in en het is lekker druk. Mondelinge reclame helpt, de radio is ook geweest en de krant. De mensen die me kenden van de markt zijn me meteen komen opzoeken.”

Niet gemakkelijk

(Tekst gaat door onder de foto)

Dhrioua is niet de enige nieuwkomer in de straat sinds de coronacrisis. IJs van Matthijs op nummer 62, de Pindakaaswinkel op nummer 123. Wie anno 2021 een winkel wil openen, heeft het niet gemakkelijk. Een lening bij een bank is al jaren nagenoeg onhaalbaar. Financiering regel je met een beetje geluk via vrienden en familie, of je bent aangewezen tot crowdfundingsplatforms. Je concept moet aansluiten bij de ’belevingsdrang’ van het winkelend publiek, service moet voorop staan. En hoe boks je op tegen de prijzen van online webshops als Bol.com en Amazon? De winkelstraat is veranderd. Toch zien ondernemers nog kansen.

Gezonde leegstand

Wie de Haarlemse centrummanager Falco Bloemendal een half jaar geleden had gevraagd naar een blik op de toekomst had een veel negatiever beeld geschetst gekregen dan de werkelijkheid nu laat zien. In Haarlem staat 6 procent van de winkelpanden leeg. Gezonde leegstand, volgens Bloemendal. „De ideale leegstand ligt ergens tussen 4 en 7 procent. Daaronder krijg je geen vernieuwing. Dan ga je achterlopen, omdat nieuwe concepten niet kunnen landen. Boven de zeven procent geeft lelijkheid in de straat. Eén gat maakt een tweede gat en dat maakt weer een groter gat.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Er is door corona geen significante afname van het aantal winkels in de binnenstad. „Ik had op 10 tot 15 procent leegstand gerekend, maar we staan er florissant voor”, aldus Bloemendal. „Maar dat zijn puur de cijfers. Veel ondernemers zijn denk ik eigenlijk failliet. Dat komt op een gegeven moment aan de oppervlakte.” Dat denkt ook Jorine de Soet, op freelance-basis centrummanager in Hilversum. „De komende twee jaar zullen we zien wat corona heeft aangericht.” Exacte cijfers heeft ze niet, maar er is in Hilversum redelijk wat leegstand. Dat is volgens De Soet niet per se het gevolg van de coronacrisis. „Als je door de oogharen heen kijkt, zie je dat winkelen een andere positie heeft ingenomen. In 2008 was recreatief winkelen vrijetijdsbesteding nummer één. Er zijn sindsdien meer winkelmeters gecreëerd dan de markt kan opnemen. De bomen reikten tot in de hemel.’’

V&D

Het zijn dan ook vooral de grote panden die moeilijk nieuwe invulling krijgen. In Leiden staat het V&D-pand, 14.000 vierkante meters groot, sinds het vertrek van Hudson’s Bay grotendeels leeg. De oude V&D in Alkmaar telt 13.000 meter lege winkelruimte. In Haarlem is dat probleem nog 5.000 vierkante meters groter. En er waren daar nog drie grote panden zonder structurele invulling: de Brinkmannpassage, het voormalige pand van Peek en Cloppenburg en het pand waarin VIP Fashion huisde. Het Brinkmannpand is verbouwd en is met de helft van de originele 12.000 vierkante meters teruggekomen. Naast winkels worden er nu appartementen in gebouwd. Alleen op de begane grond, in de plint, komen winkels terug, volgens Bloemendal. „De laatste drie, vier jaar hebben we 25.000 vierkante meters weggeschreven in de stad, zonder dat je het merkt.”

Ook in Alkmaar worden winkelbestemmingen veranderd, zegt centrummanager Wim de Ruiter. „In de plint zit dan de winkel, daarboven wordt gereed gemaakt voor bewoning, zodat daarmee de huuropbrengst verdeeld wordt.” In Leiden wordt zelf subsidie verleend aan pandeigenaren om de etages tot (studenten)woningen om te bouwen, inclusief aparte opgang.

Beleving

(Tekst gaat door onder de foto)

Het winkelgedrag is in de loop der jaren veranderd. Liep het publiek voorheen winkeltje in winkeltje uit, de moderne bezoeker wil een winkeldag in de stad ’beleven’. Of, zoals Bloemendal het beschrijft: „Je pakt de trein naar Haarlem, eet een yoghurtje, drinkt een koffietje, gaat shoppen, even lekker lunchen, misschien een museumpje even in, Frans Hals checken, even een selfie, vervolgens bedenk je om vier uur: oh borreltijd en om tien uur ’s avonds ga je met fles wijn in je mik weer naar huis.”

Het is iets wat zijn Leidse collega Gijs Holla herkent. In de Sleutelstad is het winkelend publiek de laatste tijd zelfs verleid om anders te gaan winkelen door andere looproutes te creëren. Mensen wilden niet meer heen en weer lopen, maar liever in een rondje, zo heette het. Dat leidde vervolgens tot leegstand op bepaalde inmiddels impopulaire stukken van de Haarlemmerstraat, een langgerekte winkelstraat van een kilometer.

(Tekst gaat door onder de foto)

Om leegstand tegen te gaan is de laatste tijd actief geacquireerd door een vestigingsmanager, die om het doel te bereiken kortingen op huurprijzen bij vastgoedeigenaren bedong. In sommige gevallen wordt de huurkorting gekoppeld aan de omzet, wat het risico voor de ondernemer omlaag brengt. „En de langdurige contracten nemen af”, zegt vestigingsmanager Sofie Dijkhuizen. Dat maakt de drempel lager om in het diepe te springen. „Huurde je vroeger voor vijf jaar met een optie voor nog eens vijf jaar, nu is dat in sommige gevallen twee plus twee.”

Het lijkt op de aanpak van Alkmaar. Die stad is bezig met de herinrichting van Laat, de belangrijkste straat, in samenwerking met de gemeente en het Kadaster. De gemeente en centrummanagement hopen een wandelstraat te creëren waar de fiets te gast is. „Zodat het aantrekkelijker wordt om te winkelen”, zegt centrummanager De Ruiter. „We zoeken samenwerking met vastgoedeigenaren en doen aan fysieke acquisitie om formules binnen te halen.”

De interesse om een winkel te openen is in Leiden groot, volgens Gijs Holla. „Het aantal aanvragen om te ondernemen is verbazingwekkend. Waar de slager en de bakker langzaam zijn verdwenen, komt food weer terug.”

Digitalisering

Dan komt de vraag: hoe financier je een startende onderneming? Banken maakten de afgelopen tien jaar een terugtrekkende beweging, zegt Arien Roelandse, account manager midden- en kleinbedrijf (MKB) van de Rabobank Leiden en Katwijk. „Er wordt enorm aangestuurd op digitalisering en innovatie. Is er een combinatie online en offline omzet? Er zijn bedrijven die meer dan vijftig procent van hun omzet genereren uit online. Er zijn bedrijven die 80-90 procent gewoon offline moeten verdienen. Dat speelt mee in die afweging. Als je een winkel wilt beginnen zonder online shop, dan hoef je in sommige situaties al niet eens aan te kloppen.”

Vooral eenpitters en modezaken maken op het ogenblik weinig kans. „Franchise-concepten stappen nog wel relatief eenvoudig in. En de ene sector krijgt nog groen licht, de andere niet. Als je nu een eigen kledingzaak of schoenenwinkel wilt beginnen, ga dan niet op bancaire financiering leunen. Want dat krijg je waarschijnlijk niet voor elkaar. De locatie is nog steeds erg belangrijk.” Plus: „De afgelopen tien jaar zie je een enorme verschuiving. In het verleden had je bijna alleen maar detailhandel en geen horeca. Nu zie je in bijna alles wat leegkomt horeca terugkomen, of een ’blurring concept’ – een mix van detailhandel en horeca.”

Wat als een lening bij de bank niet lukt? „Dan raden we aan om te zoeken naar wat de omgeving kan doen. Heb je familieleden die hierin kunnen stappen? Heb je eigen middelen? Heb je gedacht aan crowdfunding?”

Dat is precies hoe het Wissem Dhrioua is gelukt om zijn notenzaak in de Leidse Haarlemmerstraat te openen. Hij had wat spaargeld en werd financieel geholpen door zijn schoonvader en vrienden. „Goede vrienden zijn als een broer. Sommige vrienden vonden het raar dat ik voor mezelf begon. Ze zeiden dat ik failliet zou gaan. Ik heb er niet naar geluisterd, ik hou niet van negativiteit. De mensen die zeggen: dat lukt niet, heb ik verwijderd van mijn lijst. Nu heb ik alleen positieve mensen om me heen. Als je hard werkt, komt het geld vanzelf. Niet binnen een paar weken, dat duurt even. Ik werk zeven dagen in de week. Voor nu kan ik mijn vaste lasten van de winkel en mijn huis betalen.”

Zonder een webshop ben je kansloos

Internet pakt een deel van de markt, maar dat hoeft niet het einde van de kleinere winkels te betekenen. Het is geen vaststaand gegeven dat de winkels verdwijnen, omdat straks iedereen online shopt via aanbieders Bol.com of Amazon.com dan wel de internetwinkels van de ondernemers zelf.

Sterker nog, retailbedrijven die op internet zijn begonnen – zoals Coolblue en Apple – beginnen fysieke winkels, en niet op de minste locaties. Maakte de consument in het verleden dankbaar misbruik van de winkelier door zich eerst door hem uitgebreid te laten voorlichten om het product vervolgens voor een paar tientjes minder op internet te bestellen, die trend is omgebogen. Als hij nu iets zoekt dan wil hij het in zijn handen gehad hebben voordat hij iets aanschaft en daarvoor is eerst het internet afgestruind.

Swaak

Gertjan Palm, die in Leiden met Swaak sinds mensenheugenis een winkel in elektronica heeft, ziet het voordeel van de combinatie. „Je merkt dat mensen het toch fijn vinden om in de buurt te kopen. Als je niet veel duurder bent dan bij spelers waarvan je niet zeker bent of ze het kunnen leveren, koop je natuurlijk liever in de stad.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Palm veranderde zijn winkelformule en sloot zich aan bij EP (Electronic Partner). Die regelt niet alleen de centrale inkoop, maar host ook de webshop waardoor hij er geen omkijken naar heeft. Een heel verschil met de eenpitters voor wie een online winkel een extra belasting is. Zo verkent Yaacov Cohen, die in Leiden, Alphen aan de Rijn en Delft juwelenwinkel ’t Oorzaakje bestiert, pas sinds een half jaar het internet. En dan alleen maar omdat wat vrienden hem er belangeloos bij helpen. ,,De concurrentie op internet is groot. Er zijn zo veel aanbieders. We verdienen er niet zo veel mee, maar het is wel leuk.’’

Krijgt een starter al niet eens een lening van de bank als hij alleen een fysieke winkel wil openen, bestaande winkeliers wordt – net als in andere steden – aangeraden te digitaliseren om te overleven. „Ondernemers moeten vanuit de digitale winkel gaan denken”, meent de Haarlemse centrummanager Bloemendal. „De fysieke winkel is gewoon een ’outlet’. Met name oudere ondernemers vinden dat heel lastig.”

Showrooms

Het omgekeerde is ook het geval: winkels die dienen als showrooms. Bedrijven als Apple en Coolblue, in beginsel webshops, openen een winkel zodat de klant fysiek toch iets in handen kan nemen. De bezorgservice zorgt er vervolgens voor dat niemand met tassen hoeft te sjouwen. Bloemendal: „In de helft van de gevallen is er niet eens een voorraad en zeggen ze: ’dat komen we vanavond brengen’. Grootwinkelbedrijven gaan andere keuzes maken. Waarom meerdere winkels als je op een punt alles kunt zien? Juist zij gaan winkels afstoten en dat gaat zorgen voor de meeste leegstand.”

Lenen als starter via de crowd

(Tekst gaat door onder de foto)

Nico Wals: ,,Met de maandlasten van de lening bij Collin had ik in april, mei de deuren moeten sluiten.”

Banken zijn terughoudend met het verstrekken van leningen en daarom zijn ondernemers in het midden- en kleinbedrijf aangewezen op alternatieve manieren van financiering.

Ze kloppen aan bij familie en vrienden of bij crowdfundingsplatforms, waar investeerders staan te trappelen om een lening te verstrekken.

John F. Kennedy

Achter de brillen die Nico Wals verkoopt, zit een verhaal. „John F. Kennedy droeg een Saratoga van American Optical. De eerste originele pilotenbril was van American Optical. In 1833 is het merk ontstaan. Er zit een 23 karaats goudlaag op in plaats van dat dunne bladgoud dat tegenwoordig overal gebruikt wordt. Je krijgt mineralen glazen, met levenslange garantie op het montuur.”

Iconische brillen. Daar houden de mensen volgens Wals van, in ieder geval zijn vaste klantenkring. In 2017 nam de opticien Olbers & IJlstra Oogmode over, een optiekzaak in het centrum van Alkmaar die in 1924 werd geopend. De persoon die hem hielp, raadde hem aan de overname te financieren via Collin Crowdfund – marktleider in Nederland op het gebied van crowdfunding voor MKB’ers.

Op Collin Crowdfund worden ondernemers gekoppeld aan mogelijke investeerders. Het platform licht de ondernemers door op risicofactoren: is de ondernemer kredietwaardig, zit er toekomst in de winkel? Als dat antwoord ’ja’ is, verschijnt de pitch van het bedrijf op de website.

Middenstandsgezin

Jeroen ter Huurne verliet acht jaar geleden als directeur Rabobank Zuidwest-Brabant en richtte het platform in 2014 op. „Ik vond het jammer dat de banken minder met het midden- en kleinbedrijf bezig waren. Dat stuitte mij tegen de borst. Ik kom zelf uit een middenstandsgezin. Ik zag veel kansen in die markt, zowel voor ondernemers als voor investeerders.” Eigenlijk doet Collin hetzelfde als een bank, zegt de ceo. „Alleen op een andere wijze. Bij ons maakt de investeerder zelf een keuze.”

Het zijn zowel (vermogende) particulieren als rechtspersonen, zoals bv’s en institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars. In totaal zijn er zo’n 30.000 geregistreerd op de website, al zijn ze niet allemaal actief. Bijna dagelijks komt er om elf uur ’s ochtends een nieuwe pitch op de website te staan. „Elf uur is Collin time”, zegt Ter Huurne. „Dan zitten investeerders klaar met hun mobiel. Aanvragen lopen bij ons heel snel vol.” Twee dagen voor ’Collin time’ is de pitch al te lezen op de website, zodat investeerders geen overhaaste beslissingen hoeven te nemen.

Schaduwbanken

Crowdfundplatforms worden ook wel ’schaduwbanken’ genoemd, omdat ze net als banken leningen verstrekken, maar aan minder wet- en regelgeving hoeven te voldoen. De lening is de afgelopen jaren voor veel ondernemers een uitkomst gebleken. Maar volgens onderzoek van onderzoeksplatform Investico uit 2019 werden ook honderden ondernemers met een loodzware financiële last opgezadeld.

De crowdfundplatforms verstrekken regelmatig te hoge leningen met woekerrentes aan bedrijven met weinig kansrijke ondernemingsplannen.

Ook Nico Wals liep tegen de hoge rente van Collin op. De opticien had 225.000 euro nodig voor de overname van de winkel, de inventaris en een stukje goodwill. 35.000 euro legde een leverancier in, 190.000 euro hoopte Wals via Collin op te halen. Het kostte 209 investeerders maar anderhalf uur om het complete bedrag in te leggen. Wals zou het geld plus acht procent rente in zestig maanden terugbetalen. Niet alleen hijzelf, maar ook zijn vrouw moest borg staan voor het bedrag. Als het mis zou gaan, waren ze alles kwijtgeraakt. „Op een gegeven moment zei mijn accountant: dit kan niet meer. Mijn maandelijkse lasten waren te hoog, er moest iets veranderen.”

Wals koos ervoor om een nieuwe crowdfundactie te beginnen, bij Crowd About Now, om de lening af te lossen. Daar was de rente lager: vijf procent. In februari 2020 lukte het, net voor de coronacrisis. „Dat was mijn redding. Met de maandlasten van de lening bij Collin had ik in april, mei de deuren moeten sluiten.”

Ter Huurne vindt niet dat Collin Crowdfund onder de schaduwbanken gerekend mag worden. „Bij schaduwbanken wordt geduid op een ander type platform dan wij zijn. Het Britse Funding Circle bijvoorbeeld. Die kennen een rentepercentage met twee cijfers voor de komma. Wij hebben principieel een maximale rente van 9,5 procent. Ik ken ook partijen die 40 of zelfs 200 procent rente rekenen.”

Een rente van 5 tot 9 procent is volgens Ter Huurne in veel gevallen schappelijk: „Wij doen eigenlijk nooit makkelijke leningen, vaak kennen ze een wat hoger risicoprofiel. De bank rekent ook met dat soort rentepercentages.”

Bovendien zou het verstrekken van te hoge leningen aan bedrijven met veel risico’s getuigen van een kortetermijnfilosofie, zegt Ter Huurne. „Wij leven van vertrouwen. Als we dat zouden doen, raken we investeerders kwijt. Een kritische beoordeling hebben wij vanaf de start gedaan, uiteindelijk word je daar het beste van. Anders is je geen lang leven beschoren.”

Lees ook: In de Leidse Haarlemmerstraat maakten de groenteboer, bakker en slager plaats voor beautysalons, grillrooms en telecom

Lees ook: Winkeltje in, winkeltje uit is er niet meer bij. Hoe het laatste stukje Haarlemmerstraat langzaam uitstierf

Lees ook: Elke meter van de Haarlemmerstraat verkennen, dat doen journalisten Nina Eshuis en Gertjan van Geen: ’Nergens in Nederland vind je zoiets’

De Haarlemmerstraat kent een bonte verzameling vastgoedeigenaars: van de gemeente tot twee Nederpornomiljonairs

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door financiële steun van het Leids Mediafonds

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.