Ger van der Meer (65,5) zwaait af bij Merenwijkschool in Leiden, maar wil kansen blijven bieden

Ger van der Meer: ,,Vooral kinderen die het volledig op eigen kracht moeten doen, wil ik blijven helpen.”

Ger van der Meer: ,,Vooral kinderen die het volledig op eigen kracht moeten doen, wil ik blijven helpen.”© Foto Taco van der Eb

Paul van der Kooij
Leiden

Het is deze vrijdag de laatste schooldag voor Ger van der Meer, de directeur van de volledig multiculturele Merenwijkschool. Maar haar pensioen zal de 65,5-jarige niet scheiden van het onderwijs.

„Want bij het onderwijs ligt mijn hart. En dan vooral bij kinderen die het echt volledig op eigen kracht moeten zien te doen. Die wil ik blijven helpen.” Concrete plannen heeft ze nog niet, maar ze weet wel dat ze nog ’heel veel energie heeft’ en vakantie een mooie tijd is om je te bezinnen.

Ze begon haar carrière in 1976 op basisschool Westwoud in Zoeterwoude. Eerst was ze onderwijzeres, maar al snel werkte ze als intern begeleider met kinderen ’bij wie het niet vanzelfsprekend loopt’. „Ik heb dat altijd heerlijk gevonden, dat je heel gericht aan iets kan werken. En dat het, door ouders erbij te betrekken, een gezamenlijk traject wordt.”

Ze deed het zo goed dat ze in 2007 werd gevraagd om leiding te geven aan een nieuw soort school voor kinderen tot 9 jaar van wie één ding duidelijk was: ze ontwikkelden ze zich niet goed. Wat er precies aan de hand was en op welke school ze zich het beste zouden ontwikkelen, mocht op die observatieschool worden uitgevogeld. Het observeren gebeurde ’kundig en praktisch tegelijk aan de Houtmarkt’. „We plaatsten leerlingen in groepen met elk een specifieke aanpak. Zo kon je zien waar een kind het goed op deed en wat het op de vervolgschool nodig had.”

Na enkele jaren werd de school opgeheven en vond ze een andere uitdaging: de Merenwijkschool in Slaaghwijk. Eerst ondersteunde ze de interim, al snel was ze directeur van de school waar kinderen ’het vaak op eigen kracht moeten doen omdat nogal wat ouders onvoldoende kunnen helpen’: „Of vanwege de taal of door het opleidingsniveau. Vaak ook zijn er andere zorgen, zoals armoede of met te veel mensen één flat delen.

Vluchtelingen

Sommige gezinnen hebben ook een vluchtelingenachtergrond. En kinderen kunnen je verhalen vertellen die niet mis zijn. Over gezinsleden die elkaar heel lang niet gezien hebben of hoe ze in Nederland zijn gekomen via kampen in Turkije, Lesbos en wie zal het zeggen waar. Of hoe verscheurd ze zijn dat familie daar nog zit.”

Hoezeer ouders hun kinderen ook meegaven dat ze hun best moesten doen op school, het viel Van der Meer op dat veel ouders niet inzagen dat ook zij iets kunnen bijdragen aan het proces: „Het proces dat kinderen zich echt moeten inspannen en dat ook moeten volhouden. Het leek wel alsof ouders dachten: ons kind gaat naar school, daar wordt de schedel opengemaakt en als kennis en vaardigheden erin zijn gestopt, gaat de schedel dicht en kan ons kind arts of advocaat worden.”

Op ouderavonden kwamen ook nauwelijks ouders opdagen. Vandaar daar Van der Meer het over een andere boeg gooide. In plaats van tien minutengesprekken met alleen de ouders, kwamen er ontwikkelgesprekken met kind en minimaal één ouder. In die gesprekken moesten kinderen zichzelf beoordelen op gedrag en werkhouding: „Om te laten zien dat, als die niet optimaal zijn, het gevolgen heeft voor de resultaten. Tegelijk wilden we duidelijk maken dat wanneer leerlingen thuis hetzelfde gedrag vertonen, het ons kan helpen wanneer ouders hen daar op aanspreken.”

Neem de vraag ’kijk en luister je naar de juf?’ Eerst moet de leerling een antwoord geven als ’altijd’, ’vaak’ of ’moet ik nog oefenen’. Klinkt er dan ’altijd’ en werpt de juf soms tegen dat zij dat ’wat minder ziet’, dan is er gemakkelijk een vervolgvraag aan een ouder gesteld: „Luistert Achmed altijd naar u?” En dat zet aan het denken.”

Ook voerden leerkrachten, voor de broodnodige contacten, huisbezoeken in. „En dan ondervind je een gastvrijheid en warmte waar veel Nederlandse ouders een puntje aan kunnen zuigen. Je kan ook niet - op zijn Hollands - na een half uurtje weg. Je moet minstens 1,5 tot twee uur blijven. En vaak zijn ouders teleurgesteld als je niet blijft eten.”

Fenomeen

Hoewel de banden met ouders snel beter werden en ook de resultaten van hun kinderen vaak prima zijn - zo heeft meer dan de helft van de groep 8’ers dit jaar een havo-advies of hoger - loopt ze wel tegen een bijzonder fenomeen aan: nogal wat ouders van kleur, willen een school die ’een betere afspiegeling vormt van de samenleving’: „Een school dus met meer autochtone leerlingen erbij voor wie Nederlands niet de tweede maar de eerste taal is. Soms worden leerlingen daarom halverwege het jaar van school gehaald.”

Zo daalt langzaam maar zeker het leerlingaantal. Telde de school enkele jaren geleden nog 141 leerlingen, volgend jaar zijn het er nog maar 112. Dat zit ruim onder de opheffingsnorm in Leiden, maar direct gevaar zou dat niet opleveren: „De gemeente Leiden en het bestuur van PROO Leiden/Leiderdorp, waar we onder vallen, zien het belang van een onderwijsvoorziening op deze plek. Gemeente en rijk investeren ook extra in ’onderwijskansenscholen’ als de onze.”

„Met de gemeente hebben we ook een plan ontwikkeld om er een echt brede school van te maken. Een school waar je van 8 tot 5 bent en waar alle tijd en ruimte is voor een breed sportaanbod, voor cultuur, natuur en technische vakken. Kortom, een school waar je je breed ontwikkelt en nóg meer bagage meekrijgt voor het middelbaar onderwijs. En ik weet zeker dat ook ouders dat hartstikke fijn vinden, ook door de goede afwisseling van het werken met hoofd en handen.”

Het afgelopen jaar bood de school de leerlingen zes theaterlessen na schooltijd. „En je zag sommige leerlingen daarbij enorm opbloeien. Het is toch ook mooi dat, als je niet goed bent in rekenen, je wel uitblinkt in het theater?”

Hoe geweldig ze het idee ook vindt en hoe goed het haar ook lijkt om daar in het schooljaar 2022/2023 mee te beginnen - ’na goed onderzoek’ - ze zegt geen ’ja’ op de vraag of ze zich daarmee bezig wil houden: „Ik wil mijn opvolgster niet voor de voeten lopen. Zij moet het nieuwe gezicht van de school worden.”

Van der Meer wil de schijnwerpers ook wat meer op haar team richten. Een team dat ’alles doet om de kansen voor kinderen en hun ouders zo optimaal mogelijk te maken’. „En allemaal vanuit passie en bevlogenheid. Dat is echt prachtig om te zien.”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.