Goede buur is goud waard in de ruimtevaart: Leidse instrumentmakersschool vindt ruimte-onderzoekers SRON

Van links naar rechts: Peter Paul Kooijman van SRON, die het onderwijs op de Leidse instrumentmakers school (LiS) verder wil helpen, Michael Wise (SRON), Frank Molster (LiS), Stef Vink (LiS).

Van links naar rechts: Peter Paul Kooijman van SRON, die het onderwijs op de Leidse instrumentmakers school (LiS) verder wil helpen, Michael Wise (SRON), Frank Molster (LiS), Stef Vink (LiS).© foto Ivar Pel

Paul van der Kooij
OntdekkingsreizigerLeiden

Beter een goede buur dan een verre vriend. Dat geldt ook in de ruimtevaart. Of, preciezer gesteld: in de wereld van de instrumenten die gebouwd worden om probleemloos in de ruimte te kunnen werken.

Neem SRON, het Nederlands instituut voor ruimte-onderzoek, en de Leidse instrumentmakers School (LiS), die het maken van instrumenten voor de ruimtevaart als een van de speerpunten heeft.

Nog voordat SRON zijn nieuwe hoofdkantoor op het Bio Science Park in Leiden officieel heeft geopend - dat gebeurt in januari - zijn bewust de banden aangehaald met de bijna-buren van de LiS. Zo is vastgelegd dat SRON de LiS helpt om het onderwijs op de mbo-vakschool interessanter en actueler te maken en de studenten een beter beeld te geven wat het werken in de ruimtevaartindustrie inhoudt. Dat is niet alleen handig voor de studenten, maar ook voor de bedrijven en instellingen die daarin actief zijn.

Frank Molster, bij de LiS verantwoordelijk voor dit voor soort samenwerkingen: „Als oud-studenten daar eenmaal werken, hebben ze een korter inwerktraject, zijn ze sneller productief.”

Practor

Hoofdverantwoordelijk voor het betere onderwijs en de nauwere samenwerking tussen school en instituut wordt Peter Paul Kooijman. Hij is hoofd van de mechanische werkplaats bij SRON, waar instrumenten worden gemaakt die de ruimte in gaan en waar vijf van de zes instrumentmakers een LiS-achtergrond hebben. Over het algemeen zijn het instrumenten om naar sterren of de aarde te kijken en dan ook nog eens met wetenschappelijke nauwkeurigheid.

Voor de school wordt hij, per 1 september, wat in de universitaire wereld een buitengewoon hoogleraar heet en in de mbo-wereld practor. „Iemand die vanuit zijn bijzondere expertise een toegevoegde waarde heeft voor de opleiding – zowel binnen als buiten de lessen die hij zelf verzorgt”, legt Molster uit.

„Zo zal Kooijman ook met andere docenten praten. Bijvoorbeeld om te horen of ze voorbeelden uit de ruimtevaartwereld kunnen gebruiken, voorbeelden die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten en zorgen dat de stof meer gaat leven. Zo nodig draagt hij dingen aan waarmee je studenten meer kunt enthousiasmeren.”

Vanaf het eerste leerjaar worden studenten gevoed met informatie uit de drie voor hen belangrijkste werelden: die van medische techniek, hightech en ruimtevaart. Zo horen ze dat er veel overeenkomsten zijn - alles moet heel precies worden gemaakt - maar ook veel verschillen. Bijvoorbeeld als het aankomt op materiaalgebruik en fabricagetechnieken. Zo mogen materialen voor de ruimtevaart en de hypermoderne chipmachines van ASML vrijwel niet ’uitgassen’ wanneer ze in een vacuüm terecht komen: die gassen kunnen namelijk als vervuiling op lenzen en spiegels condenseren. In de medische wereld moeten ze vooral makkelijk schoon te maken en te desinfecteren zijn. En wanneer ze een lichaam ingaan, mogen ze absoluut niet giftig zijn. Ander verschil: kunnen machines en onderdelen op aarde eventueel gerepareerd of vervangen worden, in de ruimtevaart is dat praktisch onmogelijk: daar moet alles in één keer werken.

In het derde of vierde jaar kunnen studenten kiezen voor het keuzedeel Instrumentation for Space. In de 240 lesuren die dat deel telt krijgen ze les van experts uit het werkveld, zo mogelijk bij de organisaties zelf. „Op die manier kunnen de docenten de theorie rechtstreeks koppelen aan voorbeelden uit de praktijk, waardoor het voor de studenten nog meer gaat leven”, weet Molster.

Passen

„De practor zal een zeer belangrijke rol spelen bij het keuzedeel. Zo gaat hij zich voor een groot deel bezighouden met de inhoud. Past het bijvoorbeeld inhoudelijk bij waar het werkveld om vraagt? En dan niet alleen voor wat betreft zijn eigen instituut, maar ook voor anderen. Daar zitten bekende partijen bij als Airbus, dat iets verderop zit, TNO en ESA-ESTEC in Noordwijk, maar ook minder bekende bedrijven. Neem ISIS, dat satellieten ter grootte van een melkpak ontwerpt en bouwt, of het in Warmond gevestigde Cosine, dat optische instrumentatie levert voor de wetenschap. Of NLR, dat veel testen uitvoert voor de lucht- en ruimtevaart, en West End BV in Lisse, dat structuren maakt om satellieten te kunnen opbouwen en testen.”

„Verder zal hij extra afstudeerprojecten binnenbrengen, ook namens andere bedrijven. Bij zo’n project is het de bedoeling dat studenten met een echte oplossing komen, bestaande uit een ontwerp en een fysiek product, voor een al even echt probleem waar een bedrijf of instituut mee worstelt. Incidenteel, zo’n beetje één keer per twee jaar, studeerden studenten al af op een probleem van SRON. Maar het is de bedoeling dat de instelling meer projecten gaat voorschotelen: zo’n twee tot vier keer per jaar.”

Profiteren

Door de nauwere samenwerking kan in bredere kring worden meegeprofiteerd van de dingen die ontdekt worden. Molster: „Die vondsten - het kunnen aanpassingen aan een machine zijn of een nieuwe techniek om iets te maken - gaan we voortaan breder delen. Met de gecombineerde netwerken van SRON en de LiS, waar ook de hightech en medische wereld onderdeel van uit maken, is er meer kans dat ze een commerciële toepassing krijgen. ”

Verder is afgesproken dat de school voor bijscholing van SRON-medewerkers kan zorgen, bijvoorbeeld wanneer die niet van de school komen of om een andere reden wat extra kennis van de ruimtevaartwereld kunnen gebruiken. En dat over en weer een seintje wordt gegeven als er in huis een interessant praatje wordt gehouden.

Ook stages loop je een stuk makkelijker bij je buren, zeker wanneer je het systeem hebt dat studenten drie dagen per week stage lopen. „Dan is Groningen of Utrecht, waar nu nog het hoofdkantoor van SRON staat, wel ver reizen vanuit de regio Leiden waar veel studenten wonen.”

Tot slot willen de nieuwe buren elkaar helpen bij het aanboren van fondsen. Samenwerking is daarvoor immers vaak een vereiste. Het zou de cirkel rondmaken, want toen de school enkele jaren geleden fondsen wist aan te boren voor het versterken van het onderwijs op het gebied van instrumentatie voor de ruimtevaart, hoorde daarbij dat ook bedrijven als SRON en Airbus een bijdrage leveren in mankracht. „Een practoraat was toen een van de ideeën.”

Lars Aafjes, oud-leerling van de Leidse instrumentmakersschool bij zijn nieuwe, eerste werkgever en bijna-buurman SRON.

Lars Aafjes, oud-leerling van de Leidse instrumentmakersschool bij zijn nieuwe, eerste werkgever en bijna-buurman SRON.© Foto Taco van der Eb

Zodra hij op de Leidse instrumentmakers school (LiS) hoorde dat hij de kant van ruimte-onderzoek op kon, koos student Lars Aafjes daar vol overtuiging voor. Zo liep hij een van zijn stages bij SRON, het Nederlands instituut voor ruimte-onderzoek.

Net voordat hij dit jaar afstudeerde aan de LiS, trad hij in dienst bij het instituut. En vanachter zijn werkbank kan hij zich een echte ontdekkingsreiziger voelen. „Want”, redeneert Lars, „met de dingen die ik maak, wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar buitenaards leven. En zo draag ik mijn steentje bij aan het onderzoek naar het onbekende.’’

Dat zijn oude school nauw gaat samenwerken met zijn nieuwe werkgever en andere ruimtevaartorganisaties, vindt hij ’alleen maar mooi’. „Het lijkt me leuk om, wat me ook gevraagd is, de studenten van nu enthousiast te maken voor het vak. Ik ben dat zelf ook en vind het leuk om dat te delen.”

„Tot nu toe is het een klein wereldje, maar ik denk wel dat het verder gaat uitbreiden. Bijvoorbeeld omdat de technologie zo enorm groeit en er elke dag wel een nieuwe ontdekking wordt gedaan: een nieuwe ster of een mogelijk ander zonnestelsel. Ook de komende tijd zullen er onwijs veel ontdekkingen worden gedaan, het wordt echt een hele spannende eeuw. Er zijn ook plannen om een basis op de maan te bouwen zodat verdere reizen in de ruimte gemaakt kunnen worden zonder dat er veel brandstof verloren gaat bij de lancering.”

Mars

„Over een aantal jaar ben ik de ruimte in geweest of zit ik daar.” Lars zegt dat al een tijdje. „Ik heb ook overwogen om me aan te melden voor de Mars One Mission, de enkele reis naar mars. Uiteindelijk heb ik het niet gedaan. Je laat toch een hoop achter en straks zit je daar en krijg je heimwee. Maar als er een mogelijkheid komt om heen en terug te gaan, dan hoef ik geen twee keer na te denken en kan ik daar eventueel instrumenten maken op een 3D-printer. Want een draai- of freesbank - waar ik nu veel op werk - zul je lastig kunnen meenemen.’’

Op dat soort machines maakt hij onder meer onderdelen van ruimte-telescopen en interferometers. „Dergelijke apparaten kunnen licht van veraf opvangen en in verschillende golflengtes onderverdelen. Wetenschappers kunnen daar dan info uit halen, bijvoorbeeld of een planeet bewoonbaar lijkt.”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.