Alles wat sportvrouwen doen wordt bekeken door een herenbril | column

Haroon Ali

Het is makkelijk om kritiek op je werkwijze te diskwalificeren als ’ophef’. Stel je niet aan, wat weet jij nou? Dat is ook de weg die een aantal mannelijke sportjournalisten deze week bewandelde. Vooral niet erkennen dat ze hardloper Sifan Hassan domme vragen stelden en nog dommer typeerden, na haar gouden medaille op de 5.000 meter in Tokio. En vooral niet toegeven dat ze mannelijke sporters waarschijnlijk anders benaderen.

Op Twitter werden de ego’s snel gladgestreken. „Ik volg Sifan Hassan sinds 2015. Ik heb haar geïnterviewd over haar sportieve doelen, haar leven, haar trainingen, haar gereis over de wereld”, aldus de een. „Het is deel van ons werk om niet de vorige interviews te herhalen, maar ook om nieuwe, ontregelende vragen te stellen”, aldus de ander. Ze kregen bijval van collega’s uit dezelfde bubbel van sportverslaggevers, die ook vonden dat iedereen zich aanstelde. En door.

Maar laten we die karakterschetsen toch nog even op een rij zetten, want het totaalbeeld is niet fraai. „Nu pijn niet meer. Geen excoes. Bla-bla.” Zo werd Hassan letterlijk geciteerd in De Gelderlander, nadat ze al anderhalf uur interviews had gegeven. Ondanks ’dat aanstekelijke brabbeltaaltje’ kwamen er ’ook nog hele zinnen uit haar mond’. Dat is inderdaad een prestatie. Niet vanwege haar afkomst of talenkennis, maar omdat ze nét daarvoor een wedstrijd rende op de Olympische Spelen.

Het AD was als 46ste aan de beurt, las ik. Stel je voor: tientallen interviews achter elkaar moeten geven, terwijl je doodop bent. „Ik heb honger en wil een banaan”, zegt Hassan aan het begin. Ze glimlacht nog steeds, wat een geduld. Maar wat vraagt de verslaggever haar op het eind? „Weet jij wie de Snollebollekes zijn?” Hassan kijkt verward en zegt nee. Het interesseert niemand dat die pokkeherrie werd gedraaid toen ze had gewonnen, maar Hassan moet op inburgeringscursus.

Lees ook: Druk is eraf bij Sifan Hassan na haar zege op de 5000 meter. Alles wijst erop dat ze het niet bij een gouden medaille zal laten [video]

Talkshow ’Op1’ zocht ondertussen wel erg veel achter de Nederlandse vlag die Hassan omsloeg tegen de regen. „Een symbolische foto, want ze is Nederlands maar ook Ethiopisch. Ze is moslim, maar vooral ook iemand die van pindakaas houdt.” Brekend nieuws: moslims eten pindakaas. Nu ben ik echt niet iemand die gelijk racisme schreeuwt. Maar de manier waarop deze mannelijke, witte sportjournalisten over een vrouwelijke atleet van kleur spreken is nogal triest.

Het maakt deel uit van een groter, vrouwonvriendelijk systeem. Tennisster Naomi Osaka en turnster Simone Biles worden belachelijk gemaakt omdat ze worstelen met mentale problemen. Nota bene de voorzitter van het organisatiecomité voor de Olympische Spelen vindt dat vrouwen te breedsprakig zijn. En het Noorse handbalteam werd beboet omdat de vrouwen shorts droegen in plaats van bikinibroekjes. Alles wat sportvrouwen doen wordt bekeken door een herenbril.

Vrouwelijke sportjournalisten zijn vaak veel evenwichtiger in hun commentaar, valt me op. Het verweer van hun mannelijke collega’s is dat ze het zat zijn om sporters te vragen hoe een overwinning voelt, of een verlies. Maar het publiek wil juist weten er in de halfgoden omgaat. Die ’ontregelende’ vragen zijn alleen leuk voor de verveelde verslaggever. Tijd voor nieuw elan in de sportjournalistiek en verslaggevers die atleten zoals Hassan beter begrijpen. Meer vrouwen, meer diversiteit.

Lees ook: Sifan Hassan volgt haar hart. Atlete aast na de WK-dubbelslag in 2019 op een olympische drieluik. ’Ze is een streber, autonoom en vertrouwt op haar intuïtie’

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.