Alfred Lucja woont en werkt in Hotel Flexforce: Geen baas, niet te veel wodka

onze verslaggever

Eigenlijk ben ik opgeleid als metaalbewerker. Maar dat verdiende heel slecht. Daarom ben ik al jong mijnwerker geworden. Dat heb ik achttien jaar gedaan, twee jaar boven de grond, zestien jaar eronder. Op 600 meter diepte, tot je middel in het water. Zwaar werk, maar goed betaald.

Maar toen ging de mijn dicht. Sommige collega’s gingen bij een andere mijn werken, maar dat was voor mij te ver. Die zijn nu al klaar met werken, want in Polen ga je als mijnwerker na 25 jaar met pensioen.

Ik ben toen naar Nederland gegaan. Ik zag een baan in de krant en ben hierheen gekomen. Nee, ik kende helemaal niemand in Nederland. In het begin was het wel eenzaam.

Ordnung

Mijn grootvader is Duitser, maar toch heb ik voor Nederland gekozen. Duitsland is heel strikt. Ordnung! Nederland is vriendelijker. En de Nederlandse regering is goed voor Polen.

Ik dacht hier voor een jaar te komen werken, maar ik ben gebleven. Ik ben nu veertien jaar in Nederland.

Van het loon dat je in Polen verdient, kun je niet én de rekeningen betalen én kleren kopen voor de kinderen. Van wat je hier verdient, kun je gewoon leven. De helft van wat ik verdien gaat naar Polen, van de andere helft leef ik zelf. In het begin, toen mijn kinderen klein waren en mijn vrouw geen baan had, maakte ik meer geld over.

Koekjesfabriek

Mijn eerste baan in Nederland was in een koekjesfabriek. Ik woonde in een huis met 20, 25 man. Met vier of vijf mensen op één kamer, geen enkele privacy.

Mijn jongste zoon was zes toen ik naar Nederland ging, mijn vrouw moest de opvoeding toen in haar eentje doen. Dat was moeilijk, maar het zijn goede jongens. Vier, vijf jaar geleden heeft mijn oudste zoon hier een jaar gewerkt, een jaar geleden heb ik samen gewerkt met mijn jongste, in de koekjesfabriek in Ochten. We woonden toen samen in Rhenen. De huur was hoog, we betaalden 650 euro per maand, maar samen konden we dat wel betalen. Maar toen hij terug ging naar Polen, werd het te duur voor mij alleen.

Een vriend van me was hier in het hotel beheerder, en zijn collega zou vertrekken. Toen ik een jaar geleden in Polen was, vroeg hij me of ik geen zin had om samen met hem beheerder te worden. Dat heb ik toen gedaan.

Wodka

Ik had geen ervaring in dit soort werk. Maar het is als in een gewoon huis, alleen dan groter. Je moet de boel schoonmaken en als er iets kapot is, moet je het repareren. En je moet zorgen dat de gasten zich gedragen. Daarom zochten ze ook iemand die al wat ouder is. Dit is verantwoordelijk werk. De eerste vraag bij de sollicitatie was: Hoeveel drink je? Als je te veel wodka drinkt, kun je dit werk niet doen.

Af en toe ga ik naar mijn vrouw in Polen. In mei ga ik voor een paar dagen en in de zomervakantie ga ik twee weken. Af en toe komt zij ook voor een paar dagen deze kant op. Op dit moment is ze hier. Afgelopen zondag zijn we samen naar de Keukenhof geweest. Mooi, mooie bloemen.

Ik heb nu een goede baan. Er is geen baas die je de hele tijd zegt: doe dit, doe dat. Je hoeft minder hard te werken dan in de koekjesfabriek, maar daar staat tegenover dat je altijd aan het werk bent. En als je even vrij bent, ga je meestal even bijslapen. We doen dit werk met zijn tweeën. Daardoor ben je wel om het weekend vrij.

Uitzendbureau

Er wonen hier nu 120 mensen, 95 procent komt uit Polen, de rest vooral uit Litouwen. De meesten blijven niet zo lang. Er zijn er vijf die hier nu een jaar wonen, de rest zit hier veel korter. Iedere week komen er wel drie of vier nieuwe mensen. Iedereen hier werkt via een uitzendbureau. Ze gaan weer weg als ze ergens anders werk krijgen.

Er zitten hier vooral jongeren van tussen de 21 en 30 jaar. Ik kwam naar Nederland om mijn gezin te onderhouden, voor hun is het heel anders. Zij komen om te werken en geld te verdienen, maar ook om te feesten. Dat is minstens net zo belangrijk. Aan sparen komen ze niet toe.

Er was hier pas een jongen waarvan de familie de reis terug naar Polen moest betalen. Zijn contract liep af, en hij had niks apart gezet voor de terugreis.

We proberen te begrijpen wat ze doen, wij zijn ook jong geweest. Maar we proberen ze wel te vertellen: spaar iets. Je weet niet wat er morgen gebeurt, misschien zit je dan zonder geld. Soms luisteren ze naar je. Maar je krijgt ook weleens te horen: je bent mijn vader niet.

Polen

Dit wordt mijn laatste baan in Nederland, hierna ga ik terug naar Polen. Want iedere volgende baan wordt minder goed dan wat ik nu heb. Ik wil dit nog wel heel lang blijven doen. En ik hoop dat mijn vrouw hier kan komen werken. Eerder wilde ze niet. Ze had een goede baan in Polen en ze was bang voor de taal, bang om hier te wonen. Maar met haar werk gaat het niet goed en nu ze een aantal keer hier is geweest, durft ze het wel aan.

Ze wil het nu proberen. Ik denk wel dat het gaat lukken. Mijn baas heeft al eens gevraagd: Wil je vrouw hier niet werken?

Ik vind het fijn hier. Het is goed. Maar Polen is Polen. Als ik daar hetzelfde zou kunnen verdienen als hier, dan ging ik morgen terug.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.