Recensie Leids Kamerkoor: herdenking Eerste Wereldoorlog maakt indruk

Recensie Leids Kamerkoor: herdenking Eerste Wereldoorlog maakt indruk
Klaprozen.
© Archief
Leiden

Het Leids Kamerkoor maakt diepe indruk. Dat heeft veel te maken met de programmakeus, maar nog meer met de uitvoering ervan. De Eerste Wereldoorlog staat centraal. Alle koorleden, inclusief dirigent Jeroen Spitteler, dragen een poppy (klaproos), hét symbool dat bij elke herdenking gedragen wordt.

Met Ravels ’Trois chansons’ is de wereld nog licht en vrolijk. Nicolette laat zich pas verleiden door een ouwe lelijke rijke stinkerd.

Ook in ’Ronde’ louter jolijt. In het bos van Ormonde dansen akelige weerwolven, nare trollen, saters, kwelgeesten die de oudjes afschrikken, maar die de jeugd lekker obstinaat maken.

Dan, in Sayguns ’Canakkale Türküsü’ wordt ten strijde getrokken (slag van 1915), eerst door de bassen, gevolgd door de tenoren, om later met de vrouwen te klagen over hun verloren jeugd in een grauwe nevel van meerstemmigheid.

Prachtige harmonische polyfonie in Jacob Handls ’Ecce quomodo moritur,’ eeuwen daarvoor gecomponeerd, koraalachtig met duidelijke frasering, als een flauw wapperende banier.

Herbert Howells toonzet een Requiem (1936) op teksten uit de psalmen 23 en 21 en uit Openbaringen, geweldig evocatief in ’Nee, Hij sluimert niet; staat aan mijn rechterhand’. Alsof fluwelen gordijnen opgetrokken worden en weer langzaam sluiten voor mensen ’stervend in verbondenheid’ in ’donzige’ dissonantie.

Klaagliederen van Jeremia worden bezongen in Mauersbergers ’Wie liegt die Stadt so wüst’ (1945). Dresden lag voor het bombardement nog volmaakt van schoonheid. Het Leids Kamerkoor zingt dynamisch, ’die Allerschönste’ als uitwaaierende gouden zonnestralen.

De première van Anneke Wittop Konings compositie (2018) op Wordsworth’ ’The sun is couched’ is werkelijk een hoogtepunt.

De personificaties van de zon, de storm en lucht, de golven krijgen een sferische allure, zacht deinend, fluitend als beweeglijke sirenes; unisono lijnen van de middenstemmen als de golf niet meer hoeft te worstelen met de volgende ’wave’, zacht welvende sopranen die de rust van de zeevogels weergeven. Echt prachtig.

Het nattevingerwerk op zes verschillende wijnglazen zweeft betoverend om de ’Trees’ van Eriks Ešenvalds, waarin de boom om het hoogst geprezen wordt. Die boom, die de hele dag naar God opkijkt, roodborstjes herbergt, sneeuw bewaart, leeft van de regen; bezongen door één tenor, omgeven door vocalises; het werkt hartveroverend, geestverruimend.

Tot slot van W. H Monk ’Abide with me’, blijf bij mij Heer, want d’avond is nabij; ieder jaar wordt het gespeeld tijdens ’The Last Post’. Spitteler nodigt ons uit om het laatste couplet mee te zingen. Ja, het was een indrukwekkende middag. Eén minpunt: veel te vaak applaus!

Muziek

Leids Kamerkoor o.l.v. Jeroen Spitteler. Gehoord: 17-6, Lokhorstkerk, Leiden.

Meer nieuws uit Leiden