Nostalgie op het Noordwijkse strand: ’Letterlijk en figuurlijk tussen paleizen’

Nostalgie op het Noordwijkse strand: ’Letterlijk en figuurlijk tussen paleizen’
Gé van Roon in het uitgifteloket van zijn paviljoen.
© Foto’s Leidsch Dagblad
Noordwijk

Ze zijn er nog: strandpaviljoens waar je achter een raam een ijsje of frietje kunt bestellen, waar de eigenaar gewoon je biertje tapt en waar je het zand tussen je tenen voelt. Luxe paviljoens deden de afgelopen jaren hun intrede op het Noordwijkse strand. Toch zijn er ook nog een paar ’gewoon’ gebleven. Hoe ze dat volhouden? „De één wil kaviaar eten op een gouden stoel, de ander wil een kroket eten in het zand.”

Een vrouw likt aan haar Cornetto. Ze zit op een van de blauw-geel geverfde houten banken op het terras van strandpaviljoen De Zeespiegel. Rechts van haar een schepnet, links van haar een kleinkind en haar man.

De wind blaast door haar haren. De rode parasols, het uitgifteloket, de gele afvalbakken: het heeft iets nostalgisch. „Mensen vinden vooral de laagdrempeligheid lekker. Als je van het strand komt, moet je binnen kunnen komen in je zwembroek”, zegt Koert Borst van De Zeespiegel. „Dat gevoel heb je bij het topsegment minder, die hebben een ander publiek met een ander verwachtingspatroon.”

De Zeespiegel, J. van Roon, De Koele Costa en De Zeester. Het zijn allevier paviljoens die relatief ’gewoon’ zijn gebleven. Laagdrempelig. Familiebedrijven die al jaren op het Noordwijkse strand zijn te vinden. Ze bouwen ieder seizoen hun strandtent weer op en verkopen blikjes fris en ijs bij een uitgifteloket. „Wij staan letterlijk en figuurlijk tussen de paleizen”, zegt Gé van Roon van het gelijknamige strandpaviljoen.

Het gezicht

Achter de bar zet Van Roon een kopje cappuccino. Zijn neef loopt rond in de keuken en zijn zwager praat met een klant. „Daar zitten mijn ouders”, wijst Van Roon. „Mijn moeder komt iedere dag even langs en doet nog ontzettend veel.”

J. van Roon is net als De Zeespiegel, De Koele Costa en De Zeester een familiebedrijf. „Over het algemeen is het onze kracht dat we als familie de toko runnen”, zegt Van Roon. „Wij zijn hier altijd. We zijn het gezicht van het paviljoen. Grote paviljoens hebben dat een stuk minder. Het ene jaar loopt Pietje te bedienen, het andere jaar Klaasje.”

De andere drie paviljoens beamen dat. „Bij ons zit er geen druk achter, geen hotel of investeringsgroep. We staan met de voetjes in het zand onze boterham te verdienen. Ik kan me geen mooiere plek verzinnen om dat te doen”, zegt Frank Imthorn van De Koele Costa.

„De banden in een familiebedrijf zijn anders. Het is een groot verschil of er een manager is. Dit is een beetje je thuis. Misschien is dat de laagdrempeligheid die je hier ervaart”, zegt Merel Borst die samen met haar broer De Zeespiegel van haar vader overneemt.

Groter

Dat deze strandtenten relatief ’gewoon’ zijn gebleven, wil niet zeggen dat de tijd er stil is blijven staan. In de loop der jaren zijn de paviljoens flink gegroeid. Zo ging De Zeespiegel de afgelopen vijftig jaar van 32 naar 300 vierkante meter, exclusief terras.

En ook bij de andere paviljoens veranderde het formaat. Van Roon: „De oppervlakte was in de beginjaren veel kleiner. We hadden een terrasje met plastic tafels en stoelen die we iedere avond binnenhaalden.”

Ook de menukaarten veranderden; een salade of cappuccino ontbreekt in geen van de strandtenten. Borst: „Mensen vragen meer, ze willen meer. Die mooie producten zie je overal terugkomen, ook bij ons.” Bedrijfsleider Johan van ’t Zelfde van De Zeester: „Je gaat met je tijd mee. Vroeger hadden we één soort bier, nu acht. Mensen worden steeds veeleisender.”

Patatje

Toch kun je bij De Zeester ook nog gewoon een patatje en een kroket halen. Van ’t Zelfde loopt naar het uitgifteloket, waar het rustig is op deze wisselvallige dag. Ernaast staat een grote emmer fritessaus en liggen zakjes mosterd.

„Hier verkopen we ijsjes, blikjes, frikandellen…”, zegt hij en wijst naar de kaart. „Je kan bijna alles wat we verkopen, meenemen naar het strand. Met mooi weer is het hier druk. Sommige mensen willen met hun kinderen even snel wat eten.”

Iedere herfst breken deze vier ondernemers hun paviljoen af. Alleen De Zeespiegel heeft een vergunning om het hele jaar op het strand te mogen staan en wil dat binnen een paar jaar ook doen. De rest heeft er nauwelijks behoefte aan.

Imthorn: „Het bevalt prima zo. Het is ook lekker om in de winter even niks te hebben. Het opbouwen en afbreken heeft zijn charme. Het is misschien zelfs wel nodig dat je er even uit kan zijn.”

Trein

Of het moeilijk is om stand te houden tussen de ’paleizen’? „Nee. We rijden allemaal in dezelfde trein, maar we zitten in verschillende wagons. We willen hetzelfde: rechtuit en doorgaan”, zegt Koert Borst.

Imthorn: „Zij hebben hun eigen doelgroep. De één wil kaviaar eten op een gouden stoel, de ander wil een kroket eten in het zand. Ik denk dat er voor iedereen voldoende aanbod is.”

Nostalgie op het Noordwijkse strand: ’Letterlijk en figuurlijk tussen paleizen’

De Koele Costa - Zeereep - afrit 21

Frank Imthorn: „Andere tenten worden luxer en groter. Wij blijven simpel, daar hebben we zelf het beste gevoel bij. Het is niet zo dat ik die mooie grote luxe tenten niks vind, maar dit past het beste bij ons. Die anderen richten zich meer op één doelgroep, bijvoorbeeld op het luxe segment of jonge twintigers. Wij hangen er een beetje tussenin, oud en jong komt hier. Doordat we geen bediening hebben, krijg je een ander sfeertje op het terras. Mensen verwachten niet zoveel. Ze gaan lekker zitten en zien wel wat er gebeurt.”

Nostalgie op het Noordwijkse strand: ’Letterlijk en figuurlijk tussen paleizen’

De Zeester - Koningin Astridboulevard - afrit 5 en 6

Johan van ’t Zelfde: „Wij zijn normaal gebleven. Hier komen nog veel gezinnen. We hebben geen harde house, maar wel een speelplaats aan de voorkant. We zijn heel laagdrempelig, er komt van alles. Mensen met niks en mensen die heel veel hebben. We hebben veel klanten van Huis ter Duin die hier komen omdat ze het hier ’lekker normaal’ vinden. Er moeten toch een paar strandtenten normaal blijven. Je kan allemaal wel hip willen zijn en loungen, maar niet iedereen vindt dat leuk. Het strand hoort een beetje los te zijn.”

Nostalgie op het Noordwijkse strand: ’Letterlijk en figuurlijk tussen paleizen’

De Zeespiegel - Duindamseslag - afrit 24

Merel Borst: ,,Bij ons is er niet direct iemand die aan je tafel komt zeuren: wilt u nog wat? Wij laten mensen met een ijsje lekker zitten, al is het een uur. Wij zitten in een enorm campinggebied. Dat is ander publiek dan mensen die in een vijfsterrenhotel overnachten. Je past je aan het publiek aan. Hier zijn dat gezinnen, sporters, mensen met een hond. Je kijkt naar je eigen publiek en je denkt: wat vinden we leuk en wat gaan we ondernemen? Dat is iets wat bij jezelf hoort. Je straalt uit wat je zelf bent.’’

Nostalgie op het Noordwijkse strand: ’Letterlijk en figuurlijk tussen paleizen’

J. van Roon - Koningin Wilhelminaboulevard - afrit 14

Gé van Roon: „Wij onderscheiden ons door het authentieke. Het is gezellig, niet schreeuwerig. We hebben ons nooit op één doelgroep gericht. Want zo ben je trendy en zo zit je met een leeg terras. Identiteit verliezen moet je niet doen. Wij onderscheiden ons zonder dat we er ’moeite’ voor doen. We hebben zelfbediening, zodat je weg kan als je klaar bent, en niet hoeft te wachten. En we draaien geen muziek. Vroeger hadden we dat wel, de laatste jaren niet meer. Iedereen heeft muziek. Wij vinden het juist zo fijn dat je het ruisen van de zee kan horen.”

Meer nieuws uit Leiden