Wielrenner Floris Gerts: van meedoen tot de sterkste zijn

Floris Gerts wint in maart in de klassieker Dorpenomloop van Rucphen. Foto Marcel Koch

Hielke Biemond
Voorschoten

De profwielrenner die weinigen in hem zagen, lijkt Floris Gerts (23) nu te gaan worden. De Leidse student rijdt zondag het NK in Emmen tussen de grote mannen en mag vanaf augustus stage lopen bij het profteam van BMC.

Redelijk uitgeput zit Gerts maandag op de bank in het ouderlijk huis in Voorschoten, waar hij sinds kort weer is ingetrokken. De renner uit de opleidingsploeg van BMC is net terug van een zware vierdaagse koers in de Franse Alpen.

Nooit eerder heeft hij in een wedstrijd zulke bergen getrotseerd. Tot zijn eigen verbazing kon hij met de besten mee omhoog, een paar kilo zwaarder dan de meeste concurrenten. Gerts werd in één etappe zelfs tweede.

Het illustreert de ontwikkeling die hij dit seizoen heeft doorgemaakt. ,,Van aardig meedoen in een wedstrijd tot echt de sterkste zijn.’’ De slotetappe van de zware Ronde van Normandië was Gerts op z’n best. Twee teams zetten tevergeefs de achtervolging op hem in. Hij won.

Tentamens

Tijd om bij te komen was er nauwelijks, want aansluitend wachtte hem een reeks geneeskundetentamens. Nog twee vakken, dan heeft hij zijn bachelor binnen. Misschien permitteert hij zich dan een onderbreking, want het is een pittige combinatie. Maar Gerts is een doorzetter. ,,Als ik een tentamen heb, weet ik dat ik gewoon moet knallen. Dan maar een keer een uurtje minder slaap.’’

Uiteindelijk wil hij heel graag arts worden, klinkt het stellig. Dat hij toevallig ook hard kan fietsen, is een mooie bijkomstigheid. ,,Het is voor mij nooit een doel geweest om profwielrenner te worden. Ik heb steeds gekeken: hoe ver kom ik? Als ik de kans krijg om er mijn werk van te maken, grijp ik die zeker aan. Want ik kan maar een bepaald deel van mijn leven profwielrenner zijn.’’

Geruisloos verdwijnen

Het leek er niet van te komen. De Leidse laatbloeier vroeg zichzelf een jaar geleden af waarom zijn potentie maar niet werd opgemerkt. Hij kon niet blijven bij de talentenploeg van Rabobank en dreigde geruisloos van de wielerradar te verdwijnen.

Kort voor de start van dit seizoen werd dat voorkomen. De Zwiters-Amerikaanse topploeg BMC gaf hem het vertrouwen. Dat maakte Gerts sterker. Fysiek en mentaal. Al snel betaalde hij het terug met fraaie resultaten. Eindelijk de bevestiging. En meer dan dat.

Samen met Tom Bohli uit de opleidingsploeg mag hij zich vanaf augustus als stagiair bewijzen in het profteam. Die uitnodiging kwam niet als een verrassing. Links en rechts had hij al hoopgevende geluiden opgevangen.

Garanties

Dat hij nu is uitverkoren, biedt geen garanties. Tot het einde van het seizoen krijgt hij de kans om zich in de kijker te rijden. Bij zijn eigen BMC, of een andere profploeg. ,,Teams gaan nu kijken wat ze nodig hebben voor volgend seizoen’’, beseft hij. ,,Of ze gaan voor een echt heel goede renner, die al veel heeft laten zien, of dat ze voor een zogenoemd talent kiezen dat het nog nooit tussen de profs heeft kunnen laten zien.’’

De stage moet het vertrekpunt zijn, niet het hoogtepunt. Die gedachte kan voor druk zorgen. ,,Het moet nu gebeuren’’, stelt Gerts. ,,Maar ik heb er niet echt veel stress door. Ik heb er wel vertrouwen in en denk dat ik een goede kans maak.’’

Of dat ook van toepassing is op zijn kansen tijdens het NK in Emmen, valt nog te bezien. In zijn ontdekkingsreis in de wielerwereld is ook dit weer ’helemaal nieuw’. ,,Het parcours is vlak en 250 kilometer lang. Ik heb nog nooit zo’n lange afstand gereden. Ik wil zorgen dat ik aan het einde voorin zit en ga het gewoon proberen. Ik heb niets te verliezen.’’

Meer nieuws uit Sport

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.