Quick Boys en Rijnsburgse Boys houden zich afzijdig in dopingaffaire Spakenburg

Rijnsburgse Boys-doelman Richard van Nieuwkoop moet in maart 2012 vijf doelpunten incasseren tegen het vermeend gedrogeerde Spakenburg (5-1). Archieffoto Orange Pictures

Hielke Biemond
Rijnsburg/Katwijk

De dopingaffaire bij Spakenburg die NRC/Handelsblad dit weekeinde onthulde, ’is geen zaak van’ Rijnsburgse Boys en Quick Boys, ook al hebben zij spelers op de loonlijst die in de zaak verwikkeld zijn geraakt. Dat is de reactie van de beide clubs op het nieuws.

Bij topklasser Rijnsburgse Boys staan Raily Ignacio en Jeroen Hessing onder contract. Zij voetbalden voor Spakenburg in het kampioensjaar 2011-2012, waarin het dopinggebruik volgens twee anonieme spelers plaatsvond. Bij Quick Boys gaat het om Maarten Woudenberg en Harry Zwarthoed.

Rijnsburgse Boys eindigde bovendien dat seizoen als tweede, op twee punten van Spakenburg. Mocht de KNVB Spakenburg de titel afpakken, wordt Rijnsburg kampioen.

De Spakenburgse clubleiding gaf dit weekeinde toe dat spelers CrackV3 gebruikten, waarin methylhexanamine zit. Dat vermindert de vermoeidheid. De werking lijkt op die van amfetamine, dat ook in speed en xtc is verwerkt. Voetballers lengden CrackV3 aan met water.

Pikant is dat na een 5-1 overwinning op Rijnsburgse Boys Ricky van den Bergh met hartklachten in het ziekenhuis belandde. Hij bekende tegenover NRC/Handelsblad die dag ’een bidon met sportdrank’ te hebben gedronken.

De club zegt na de ontdekking te hebben ingegrepen. Toch ging het gebruik door. Trainer Peter Wesselink, die André Paus opvolgde, verbood het direct na zijn komst.

Na de onthulling kondigde de Dopingautoriteit een onderzoek aan. In afwachting van de uitkomst daarvan onderneemt de tuchtcommissie van de KNVB stappen. Voetballers lopen het risico twee jaar geschorst te worden, Spakenburg dreigt zijn prijzen te verliezen. Of de club ook teruggezet kan worden naar een lager niveau, is onduidelijk.

De mogelijke betrokkenheid van hun spelers bij de affaire is geen reden om (al) in te grijpen, laat zowel Rijnsburgse Boys als Quick Boys weten. ,,We wachten rustig het dopingonderzoek af’’, meldt bestuurslid voetbalzaken Cees Haasnoot van de Katwijkse vereniging. Hij zegt dat er ’natuurlijk met de voetballers over is gesproken’. ,,Als club staan wij achter onze spelers’’, voegt hij toe. Mogelijke maatregelen noemt hij ’allemaal hypotheses’.

Bij Rijnsburgse Boys heeft Ignacio het dopinggebruik ontkend en zegt Hessing ’van niets te weten’. Woordvoerder Gerard van der Meij vult aan: ,,Het is geen zaak van Rijnsburgse Boys. Onze spelers hebben verklaard aan een onderzoek mee te werken. Of zij doping hebben gebruikt, zal eerst uit onderzoek of uit feiten moeten blijken.’’

En over een mogelijk kampioenschap: ,,Als blijkt dat ons iets ontnomen is, zullen we dan kijken. Wij gaan hier geen actieve rol in spelen. Wij gaan niet roeren in die pot.’’

Meer nieuws uit Sport

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.