Museum Bommelzolder twintig jaar: ’Marten Toonder zat in de figuren die hij schetste’

Pim Oosterheert op zijn Bommelzolder in Zoeterwoude.

Pim Oosterheert op zijn Bommelzolder in Zoeterwoude.© Foto Hielco Kuipers

Laura Heerlien
Zoeterwoude

Gewoon een leuke strip? Daar doe je Bommel toch echt te kort mee, vindt Zoeterwoudenaar Pim Oosterheert. „Marten Toonder maakte literatuur.” Komend voorjaar bestaat de Bommelzolder in Zoeterwoude twintig jaar.

Pim Oosterheert, oprichter van de Bommelzolder, verzamelde in de loop der jaren een belangrijke collectie en schreef boeken en naslagwerken over de Heer van Stand en zijn Jonge Vriend Tom Poes. Zijn laatste Bommel-boek, ’Wat je gelooft is waar’, is net uit.

De Bommelzolder in Zoeterwoude Weipoort is allang niet meer alleen een zolder. Het museum breidt nog steeds uit. Pim Oosterheert heeft inmiddels zoveel verzameld dat hij beneden is doorgegaan. „Ik ben van 1943. In mijn jonge jaren was er niet veel en wilde je toch verhalen met plaatjes hebben. Zo kwam ik bij Tom Poes en Bommel uit. Toen ik een jaar of zestien was ontdekte ik dat wat Marten Toonder schreef, prachtig Nederlands was.”

Woorden als minkukel en denkraam: het zijn typische Bommelwoorden. En niet alleen zijn creativiteit met taal wordt geroemd (door de fans), ook de diepere lagen in zijn teksten worden steevast benadrukt (door de fans). Het moge duidelijk zijn: Pim Oosterheert is een fan. Alles wat je maar bij Olivier B. Bommel kunt verzinnen, staat bij hem in het museum. Van goedbedoelde rommel tot ware collectors items. ,,Een verzamelaar kun je mij eigenlijk niet meer noemen. Ik ben meer een propagandist van Toonder. De diepte van zijn teksten zit hem in de verwijzingen naar de Keltische mythologie (het kleine volkje, waartoe Kwetal en Pee Pastinakel behoren), of bijvoorbeeld Gustav Jung. Toonder maakt veelvuldig gebruik van de archetypen zoals die door Jung zijn beschreven en parodieert ze op die archetypische manier. De gezagsdragers bijvoorbeeld: Dorknoper is niet zomaar een ambtenaar, maar een parodie er op. Typerend citaat uit zijn mond: ’De overheid is niet onwelwillend’.

Of neem de immer parate commissaris Bulle Bas, de Bromsnor van Rommeldam: ’Je bent er gloeiend bij Bommel, hoe is je naam’. De typische inwoners zitten vastgeroest in hun rol, ze dragen eigenlijk een masker en zijn nooit zichzelf.”

De Chinese Tao-filosofie vind je ook terug in de Bommel-strips, vertelt Oosterheert. ,,Yin en yang. De Tao is een dualistische filosofie. Je hebt goed en kwaad, maar beide kunnen niet zonder elkaar. Joris Goedbloed is een boef, maar ook een gentleman, Bommel het gevoel, Tom Poes het verstand. Je kunt niet weten wat licht is, als je de duisternis niet kent.”

Het museum staat vol met parafernalia, aan de muren hangen meer of minder beroemde citaten. Boven, onder glas in het bureau waar Marten Toonder ooit aan werkte -’dat wilden ze na een Bommel-tentoonstelling elders in het land bij het grofvuil zetten’-, het pronkstuk: de oude schoolagenda van Toonder uit 1931. Hij was toen negentien jaar en de agenda toont zijn eerste tekeningen.

Oosterheert vond spullen op veilingen en beurzen, maar veel werd hem ook gegeven. Onder hetzelfde glas een bijzondere brief van Toonder aan Oosterheert, waarin hij aangeeft blij te zijn met het museum en de Zoeterwoudenaar succes wenst.

Uiteraard vroeg hij Toonder om in 1998 zijn Bommelzolder te openen, maar dit lukte niet. In plaats daarvan deed zijn zoon de openingshandeling. Oosterheert ontmoette zijn held later nog wel in Ierland, waar Toonder sinds 1964 met zijn echtgenote in het dorpje Greystones woonde. ,,Ik had een boekje geschreven ter ere van hem en dat meegenomen. Hij bladerde het wel door en was er blij mee, maar ik denk dat Marten toen eigenlijk wel een beetje klaar met het leven was. Hij had veel dierbaren verloren, veel meegemaakt en was aan het onthechten. Toonder was een introverte man. Neem ’Als je begrijpt wat ik bedoel’, die film van Rob Houwer, over Zwelgje. Marten Toonder werd daar verdrietig van. Veel te veel oppervlakkig gooi- en smijtwerk. Dat was niet wat hij bedoelde.”

Oosterheert verdiepte zich in de persoon en diens werk. ,,Toonder was geen makkelijke man. Hij was een bedachtzaam type, dat zich moeilijk uitte. Dat kon hij eigenlijk alleen goed in zijn werk. Hij zat zelf in de figuren die hij schetste. Ik kan denk ik wel zeggen dat ik hem inmiddels behoorlijk goed ken.”

De Bommelzolder, het museum van Pim Oosterheert in Zoeterwoude Weipoort, bestaat komend jaar twintig jaar. Het museum dat gewijd is aan Olivier B. Bommel, ligt aan de Weipoortseweg 33.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.