50 jaar homobeweging in Leiden

50 jaar homobeweging in Leiden
LSWH-oprichter Paul de Leeuw en COC-bestuurslid Ivo van Spronsen.
© Foto Hielco Kuipers
Leiden

Ze werden weggepest uit studentenhuizen en liepen studievertraging op omdat ze werden gediscrimineerd. De tolerantie voor homo’s in Leiden was eind jaren zestig ver te zoeken. In vijftig jaar tijd is flink wat veranderd in de Leidse homobeweging. Donderdag 8 februari wordt het 50-jarig jubileum gevierd in het stadhuis.

Het begon met een klein clubje actieve homostudenten die bij elkaar kwamen in huiskamers.

Vijftig jaar later is het uitgegroeid tot COC Leiden, een organisatie met tientallen vrijwilligers, honderden leden en een vast pand aan de Langegracht. „Wij bouwen voort op de schouders van wat de pioniers hebben gebouwd”, zegt bestuurslid Ivo van Spronsen.

De organisatie komt anno 2018 op voor de belangen van homo’s, lesbiennes, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (LHBTI). Voor veel mensen lijkt dat inmiddels vanzelfsprekend, maar dat was het vijftig jaar geleden absoluut niet, zegt Van Spronsen.

„De acceptatie van homo’s en lesbiennes is er niet vanzelf gekomen, daar is voor gevochten en op de barricade gestaan. We moeten ons realiseren dat het een verworvenheid is waar we heel trots op kunnen zijn.”

’De kast werd gemaakt door maatschappij’

Een van die voorvechters is Paul de Leeuw. Samen met Van Spronsen zit hij in het zoldercafé van De Kroon aan de Langegracht. De Leeuw heeft nooit veel problemen gehad met zijn seksuele geaardheid.

„Ik heb nooit in de kast gezeten. De kast werd gemaakt door de maatschappij”, vindt De Leeuw. Met de oprichting van de Leidse Studenten Werkgroep Homoseksualiteit (LSWH) was hij in 1968 een van de grondleggers van de georganiseerde Leidse homobeweging. „Ons doel was niet om mensen uit de kast te laten komen, maar om de kast niet te laten bestaan.”

50 jaar homobeweging in Leiden

Het was eind jaren zestig. De tijd van ’langharig tuig’, vrije geesten en protesten tegen de gevestigde orde. „We waren bezig met kritiek leveren op de consumptiemaatschappij. In dat gebied bevond ik me toen”, schetst De Leeuw. Het was in dat licht, in die tijd, dat hij samen met enkele andere studenten de LSWH oprichtte. „Het gebeurde gewoon allemaal.’’

Redding

Als student neerlandistiek had De Leeuw het naar eigen zeggen goed getroffen. „Nederlands was mijn redding. Die studenten waren de meest tolerante mensen.”

Dat was op veel plekken binnen de universiteit wel anders in die tijd.

’Het is ellendig. De sfeer is hier zo verstikkend dat je direct voelt dat je je niet als homo kunt gedragen. Als je je wilt handhaven moet je je in niets onderscheiden van hetero’s. In het algemeen leert de ervaring wel dat homo’s bepaald niet hoog aangeslagen worden. Dat merk je wel als je hetero’s over homo’s hoort praten, dat is bijna altijd flink beledigend’, zei Jan van Kakerken, ook een van de oprichters van LSWH, in het Leids Universiteitsblad.

Denigrerend

„Ik denk dat ik het balletje aan het rollen heb gebracht in een blad van Augustinus”, herinnert De Leeuw zich. In verenigingsblad Folia Augustiana schreef hij eind 1967 over Leiden: ’Er is geen afdeling van het COC, er zijn min of meer geen officiële ontmoetingspunten. Er wordt denigrerend over flikkers gesproken. De enige mogelijkheid is een dubbelleven te leiden, ondergronds te leven en in de weekends uit te zwermen naar Amsterdam, Den Haag of Rotterdam.’

50 jaar homobeweging in Leiden

Daarom besloot hij een studentenwerkgroep op te richten voor homoseksualiteit. „Studentendecanen vonden het een goed idee, maar de universiteitsraad had kritiek. Die vroeg zich af waar het naar toe ging en was bang dat er ook een sadismewerkgroep zou volgen.” De studenten trokken zich er niets van aan; op 8 februari werd de LSWH opgericht.

In de huiskamer van De Leeuw aan de Hooigracht kwamen de studenten bij elkaar. „We hadden het bijvoorbeeld over hoe je aan je ouders vertelt dat je homo bent.” Zijn hospita vond die openlijke homoseksualiteit maar niks.

„Ze stuurde me een briefje: ’U was altijd zo’n nette meneer, maar wat ik nu ontdekt heb... Ik heb het al aangegeven bij de politie en de school.’ Maar die wisten het al, ik was haar net een slag voor. Je kunt maar beter open zijn.”

Danspelotons

De studenten gaven voorlichting over homoseksualiteit aan eerstejaars, spraken af in café Pardoeza op de hoek van de Doezastraat, en organiseerden danspelotons.

50 jaar homobeweging in Leiden

„Dan gingen we met een groepje ergens dansen waar normaal hetero’s naartoe gingen. We wilden opener worden. Later organiseerden we integratiefeesten. De nadruk lag op homoseksualiteit, maar iedereen was welkom. Zo konden ze zien dat homo’s ook gewone mensen zijn.Het werd een doorslaand succes. Het werd zo druk dat het te vol werd.”

Na een kort bestaan hief de LSWH zichzelf in 1970 op. „Een hoop aan integratie was al door ons gedaan. Het was niet echt meer nodig”, verklaart De Leeuw.

Henk van Putten

Niet veel later (1971) werden de Leidse Werkgroep Homoseksualiteit (LWH) en de Lesbische Vrouwen Leiden (1982) opgericht, die in 1985 opgingen in het huidige COC. Henk van Putten was een van de oprichters van de LWH. „Een echte Leidenaar met een platte r”, omschrijft Van Spronsen hem. „Hij hield open huis voor mensen die in de problemen kwamen, omdat ze ontslagen werden of uit huis waren gezet omdat ze homo waren. En natuurlijk ook voor gezelligheid en ongedwongen ontmoeting.”

Naar hem is ook de prijs vernoemd die donderdag wordt uitgereikt aan Paul de Leeuw. „We bouwen voort op de schouders van dit soort reuzen. Zij hebben dingen aangekaart die niet vanzelfsprekend zijn”, zegt Van Spronsen. De Leeuw voelt zich vereerd. „Het is een eerbetoon aan die tijd. Het is een mentaliteit die aan het wegebben is. De maatschappij is erg gepolariseerd. De openheid is verdwenen, we zitten in een behoorlijk diep dal. Hiermee kunnen we de herinnering aan die tijd weer oproepen.”

Eigen pand

Jarenlang leidde de Leidse homobeweging een ’zwervend’ bestaan. De leden kwamen bijeen in huizen en kroegen. In 1980 kwam er voor het eerst een eigen pand, aan de Caeciliastraat. „Dat gaf mogelijkheden om verder uit te bouwen en zo was er ook een plek om voor te bereiden voor Roze Zaterdag.”

’Op 25 juni 1983 was het de beurt aan Leidse flikkers en potten om de landelijke manifestatie van de jaarlijkse Roze Zaterdag te organiseren’, is te lezen in het jaarboek uit 1997 van de stichting Dirk van Eck.

’Ze kweten zich eervol van hun taak. Het feest der herkenning en confrontatie verliep gladjes en eindigde pas in de vroege uurtjes in het Van der Werfpark. Maar nooit eerder hadden Leidenaars het mogen beleven dat zo’n groot, uitgelezen gezelschap van homoseksuelen - de een heel opzichtig, de ander wat minder opvallend - uit alle hoeken van het land zich zo nadrukkelijk manifesteerde tegenover die anders geaarde meerderheid in deze stad.’

Roze ouderen

De acceptatie van homo’s is in een halve eeuw flink verbeterd, toch is er nog genoeg om aan te werken, vindt Van Spronsen.

De roze ouderen bijvoorbeeld. „Die mensen zijn vaak hun hele leven uit de kast en gaan in het verzorgingshuis weer terug de kast in. Veel bewoners accepteren homoseksualiteit niet of ze zijn het niet gewend.” Maar over het algemeen overheerst het positieve gevoel. „Grosso modo accepteert het grootste deel van de samenleving dat homoseksualiteit bestaat.”

Jubileumprogramma COC

In het Leidse stadhuis is donderdag 8 februari om 19.00 uur de officiële opening van het jubileumjaar van COC Leiden. Dan blikken betrokkenen terug op een halve eeuw LHBTI-emancipatie en treedt het homomannenkoor Vox Rosa op. Ook wordt de Henk van Puttenprijs uitgereikt.

Zaterdag 10 februari is het vanaf 21.00 uur feest aan de Langegracht, met o.a. Miss Noeka en de homo-top-100.

Voor dit verhaal is documentatie uit het jaarboek van de stichting Dirk van Eck uit 1997 gebruikt.

Meer nieuws uit Leiden