'Ouders moeten geen absurde eisen stellen aan hun kinderen'

Aad Rietveld
Leiden

Bart Vieveen heeft twee ’rollen’. Hij is al een slordige 35 jaar theatermaker en regisseur bij verschillende Leidse producties, maar ook rector en bestuurder van het Stedelijk Gymnasium. Het is een opvallende combinatie: aan de ene kant de strengheid van de schooldirecteur, aan de andere kant de losheid die aan de theaterwereld kleeft. En dan is er nog een derde rol, die van vader.

Levendige werkplek

,,Geen enkele dag is hier hetzelfde. Er lopen de hele dag mensen de school in of uit, het leeft altijd. Er loopt van alles tussen: alto, nerd, noem maar op. Het gymnasiumpubliek is breder geworden, zeker nu we onze tweede vestiging in Leiden Noord hebben. Er komen nu ook meer eerste generatie gymnasiasten naar onze school, leerlingen voor wie het vroeger niet vanzelfsprekend zou zijn geweest om naar een gymnasium te gaan omdat ouders en vorige generaties dat ook niet deden.’’

Kinderen ’nemen’

,,We trekken zoveel leerlingen omdat veel kinderen tegenwoordig bewust voor een categoraal gymnasium kiezen. Het is een veilige leeromgeving, waar je niet raar wordt aangekeken als je veel wilt leren. Of het ook iets met de toegenomen intelligentie te maken heeft, weet ik niet. De intelligentie van kinderen in heel Nederland lijkt wel steeds hoger te worden, als je de onderzoeken en cito-resultaten moet geloven.

Ik denk dat onze groei veel te maken heeft met de toegenomen ambitie van kinderen én ouders. Iedereen kiest heel kritisch voor het beste. Vroeger ’kreeg’ je kinderen, nu ’neem’ je ze vaak – gesteld natuurlijk dat je ze kunt krijgen. Ouders van nu willen alles uit het talent van hun kinderen halen, en kinderen willen dat zelf vaak ook. Dat kan soms heel stimulerend werken omdat docenten en leerlingen elkaar uitdagen tot grote prestaties, maar moet door de hoge verwachtingen niet leiden tot een te grote prestatiedruk. Een kind kan lang niet altijd aan die torenhoge verwachtingen voldoen.’’

Mondige ouders

,,Tja, mondigheid is van deze tijd, ’de burger’ is kritisch en mondig. Ik denk dat we het hier getroffen hebben met ouders. Uiteraard zitten er relatief veel kritische mensen tussen. Ouders die willen opkomen voor het belang van hun kinderen. Soms vergeten ze dat ook andere dingen meespelen dan alleen die schoolprestaties. Een van de belangrijkste dingen voor pubers is dat ze kunnen ontspannen. Ze moeten ook wel eens een dikke onvoldoende mogen halen. Ouders moeten geen absurde eisen stellen aan hun kinderen. Maar ’genoeg’ is altijd een moeilijk begrip.’’

Opvoeden

,,Opvoeden is het moeilijkste wat er is. Vind maar eens een goede balans tussen je kind opvoeden en loslaten. Dat loslaten is, denk ik, essentieel voor een goede opvoeding. Het is voor een puber moeilijk, juist in deze jachtige tijd, om je los te maken en een eigen identiteit te ontwikkelen. School kan daar een belangrijke rol in spelen. Veel leerlingen – dat merk ik aan gesprekken met en uit brieven van oud-leerlingen – kijken op hun middelbare schoolperiode terug als een prachtige tijd. Ze beseffen dat juist die er in de rest van hun leven erg toe heeft gedaan.’’

Geen pestcultuur

,,Het leuke van deze school is dat iedereen hier zichzelf kan zijn. Er lopen heel veel verschillende soorten leerlingen rond, en iedereen mag zijn wie hij of zij is. Er is niet zo gauw iets gek. Kom je bij wijze van spreken in je pyjama de klas binnen, dan zal waarschijnlijk niemand je uitlachen. Hooguit wordt er gevraagd waaróm je dat doet en word je wellicht geprezen om je originaliteit. Het is een veilige school, de tolerantie is groot. Leerlingen die op de basisschool misschien wat afweken omdat ze veel wilden leren en ’stuudjes’ gevonden werden, vinden hier veel geestverwanten. Al die verschillende leerlingen hebben wel gemeen dat ze heel veel uit hun schooltijd willen halen, niet alleen qua kennis, maar ook op het gebied van cultuur, internationale uitwisselingen en gezelligheid.’’

Pubers

,,Een groot deel van het karakter wordt juist in de middelbare schoolperiode gevormd. Ik vind het bijzonder om dat te zien. De leraren geven je vaak iets mee dat je je leven bijblijft. Iedereen herinnert zich wel een paar docenten, die er echt toe gedaan hebben. En als ik naar mezelf kijk, is dat destijds ook met mij gebeurd. Het theatrale en creatieve van mij bijvoorbeeld is op school naar voren gekomen. Ik had toevallig een paar docenten die heel veel met toneel en muziek deden. Dat stimuleert je als kind enorm. Ik had een docent Frans, Gert Toirkens met oi – zo’n naam vergeet je nooit – die bij ons op school een culturele week organiseerde en een toneelclub oprichtte. In zijn voetsporen ben ik met theater in aanraking gekomen. Ja, leraren kunnen wel degelijk een bepalende rol hebben voor de rest van je leven, al is het een heel andere dan die van je ouders.’’

Rector als leerling

,,Op de middelbare school was ik duidelijk aanwezig. Ik was hoofdredacteur van de schoolkrant, altijd bezig met schrijven, en zat in het leerlingenparlement. Het was een redelijk vrijgevochten school, maar daar was de tijd ook naar.

We waren de eerste school waar de leerlingen vanwege een rectorbenoeming in staking gingen. Ja, ik zat ook bij de stakers. Als de beoogde rector van toen zou weten wat mijn huidige functie is...

We hadden eigenlijk niets tegen de man zelf, we vonden alleen de benoeming ’niet democratisch genoeg’. Die is uiteindelijk teruggedraaid. We kregen, nu wel met inspraak, een ander. Uiteindelijk bleek die veel strenger te zijn dan de kandidaat die was weggestuurd.’’

Afkomst

,,Mijn moeder was huisvrouw, mijn vader sluismeester van het sluisje in Leidschendam – voor mij is dat sluisje nog steeds een bijzondere plek, het hart van het dorp.

Het was dus bepaald geen vanzelfsprekendheid dat ik ging studeren, maar mijn ouders vonden dat hun kinderen de kansen moesten grijpen die ze zelf nooit kregen. Daar hebben ze alles voor opzij gezet.

Ik kon kiezen en heb heel lang getwijfeld om de Filmacademie te gaan doen, maar er waren twintig keer zoveel aanmeldingen als plaatsen. Toen ben ik in Leiden Nederlands gaan studeren, met daarbij Theaterwetenschappen. In die tijd zijn een boel werelden voor me opengegaan.’’

Twee werelden

,,Ik studeerde af in 1983 en in die tijd was het voor academici heel moeilijk om werk te vinden. Daarom heb ik allerlei theaterprojecten gedaan, bijvoorbeeld bij Toneelgroep Centrum en later bij Imperium (Leids microtheater aan de Oude Vest, red.). Daar hebben we in 1980 een jubileumproductie gemaakt over een echt Leids café in oorlogstijd, ’In den oude Billenburcht’. Geweldig. Er werd Leids in gesproken. Een groot succes, we hadden het zo tien jaar kunnen blijven spelen.

Maar ja, het waren altijd los-vaste klussen, voor een paar maanden. En er moest wel brood op de plank komen. Daarom ben ik maar gaan lesgeven op een middelbare school. Tijdens mijn studie dacht ik, dat ik eigenlijk nooit in het onderwijs wilde, maar de schoorsteen moest roken en toen ik eenmaal voor de klas stond, vond ik het meteen wel heel leuk. Ik heb echt genoten van het geven van literatuurlessen. Zo heb ik lesgeven en theater maken jarenlang kunnen combineren.’’

Het komt voorbij

,,Ik heb veel verschillende dingen gedaan. Zo ben ik een tijdje journalist geweest bij Het Vaderland (een Haagse krant die niet meer bestaat, red.) en universiteitsblad Mare. Verder heb ik bij de Stadsgehoorzaal en bij het RO Theater in Rotterdam gewerkt.

Bij mij komt het eigenlijk altijd ’voorbij’, ik rol van het één in het ander. Regisseren – dat had ik zomaar mijn hele leven kunnen blijven doen. Maar ik vind het prachtig dat het anders is gelopen en ik nu hier zit. Helaas heb ik nu haast geen tijd meer voor het theater. Mijn tijd is heel erg schaars, ook omdat ik aan het promoveren ben. En rector zijn is geen baan die je er ’even’ naast doet. Je kunt zelfs dag en nacht aan het werk zijn. Voor mij is het wel een verschil of ik hier ben, in het theater of thuis. Ik kan het ene ’wereldje’ van me afzetten als ik in het andere ben. ’’

Groot contrast

,,Ik weet niet of ik zoveel merk van het contrast tussen het ’vrije’ theaterwereldje en de ’strenge’ school. Beide werelden mogen totaal verschillend lijken, er zijn zeker overeenkomsten. De theaterwereld is niet alleen maar vrij en de school is niet zo streng. Bij het RO-theater had ik ook veel zakelijke en organisatorische taken en moesten we steeds rondkomen met de subsidie die we kregen.

Er zijn eigenlijk juist heel veel overeenkomsten. Net als acteurs zijn docenten ook mensen met een gepassioneerde roeping, die autonoom en creatief zijn in hun werk. Op school is ook genoeg creatiefs te beleven aan theater, muziek en debat. Op al die gebieden lopen er fantastische talenten rond. Het is een feest daarmee te mogen werken.’’

Rol als vader

,,Ik dacht als puber altijd dat mijn ouders heel burgerlijk waren en dat ik het later allemaal anders zou doen. Dat denk je tot het moment dat je zelf kinderen krijgt. Pas dan zie je wat je allemaal hebt meegekregen en hoe dankbaar je je ouders moet zijn.

In die fase zit ik met mijn eigen zoons, nu ze 25 en 23 zijn. Het mooie is dat ze tegenwoordig in veel gesprekken ook reflecteren op hun opvoeding. Heel anders dan in de tijd dat ze pubers waren. Dat is voor mij als vader gewoon genieten.’’

Niet ’gladjes’

,,Als ouder wil je dat alles bij de opvoeding gladjes verloopt, maar dat gebeurt lang niet altijd, ook niet bij ons. Mijn oudste heeft veel scholen doorlopen. Hij heeft flink gepuberd en geworsteld met zijn ADHD. Hij heeft het allemaal op zijn eigen manier en via zijn eigen weg gedaan. Wij als ouders hadden altijd wel het vertrouwen dat hij ergens zou komen, en terecht. Ik heb grote bewondering voor hem. Ik heb hele mooie jongens, waar ik gek op ben.

Ik begrijp ook heel goed als ouders van onze leerlingen het niet gemakkelijk hebben bij het opvoeden en loslaten van hun kinderen: je wilt alles van en voor ze, maar het allerbelangrijkste is dat ze gelukkig zijn en dat ze hun eigen weg vinden.’’

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.