De geleidelijke klim van Daan Olivier

Hielke Biemond
Oegstgeest

,,Als je de echte wielerkenner naar mijn naam vraagt, zal die mij kennen’’, zegt Daan Olivier. ,,Het grote publiek niet. In het peloton geldt hetzelfde. Lang niet alle renners kennen mij. Dat is lekker. Natuurlijk, ergens wil je meteen de beste zijn. Maar dat kan niet. Ik probeer alle momenten te koesteren - ook die van de relatieve luwte. Die druk komt nog wel. Tot die tijd geniet ik van het onbezonnene.’’

Maandagmiddag in hartje Leiden. De 22-jarige wielrenner uit Oegstgeest bevestigt zijn stadsfiets aan de brug tegenover een eetcafé en bestelt een suikervrije cola. Hij ziet er opmerkelijk fris uit voor iemand die twee loodzware trainingsdagen in de Ardennen achter de rug heeft.

,,Daar ben ik eigenlijk wel door verrast’’, zegt Olivier met een glimlach. ,,Meestal ben ik op zo’n rustdag echt kapot. Normaal gesproken heb ik nergens zin in. Dan was ik waarschijnlijk met de auto gekomen.’’

Bittere kou, natte sneeuw, eindeloze trainingsritten, verkrampte spieren. Smakelijk kan de klimmer van Team Giant-Alpecin vertellen over de trainingsontberingen, op een toon alsof het een bedrijfsuitje betreft. Achteraf heeft hij een voldaan gevoel. ,,Maar zondagochtend was ik chagrijnig, hoor. Dan kijk je op de thermometer, zie je 1 graad staan, en denk je: waarom? Dan zit je allerlei redenen te bedenken om niet op de fiets te stappen. Maar met dit weer moet ik ook wedstrijden rijden.’’

Opgebrand

Tijdens zijn eerste seizoen in het profpeloton merkte Olivier dat hij in afmattende koersen na vierenhalf uur tot niets meer in staat was, helemaal opgebrand. Vandaar dat hij in de aanloop naar de Ronde van Catalonië, waarin hij maandag van start gaat, heeft gekozen voor een trainingsweek van 34 uur. ,,Dat is echt heel veel’’, benadrukt hij. ,,Dat moet je ook niet te vaak doen, dan is het nekje er snel af. Dit soort trainingen zijn zwaarder dan wedstrijden.’’

Het afzien heeft effect. Voor zijn gevoel is hij sterker geworden, zeker op langere klimmen. De bevestiging kwam vorige maand in de Ronde van Murcia. De tengere Olivier kon met de beste vijftien klimmers mee. ,,Toch moet ik nog zien of ik het dit seizoen kan laten zien. Een sprinter wordt hoe ouder hoe slechter. Bij een klimmer is dat andersom.’’

Fris

Om in mentaal en fysiek opzicht steeds fris aan de start te verschijnen, bestaat zijn programma uit relatief veel trainingen en weinig wedstrijden. Hij koerst veelal op glooiend tot bergachtig buitenlands terrein, van de Belgische voorjaarsklassiekers tot meerdaagse Spaanse wedstrijden. Olivier beschouwt het als een logisch vervolg op een veelbelovend debuutseizoen. Daarin heeft hij afgedwongen dat hij van de ploegleiding nu mag deelnemen aan de Ronde van Spanje. ,,Vorig jaar waren ze bang dat een grote ronde nog te zwaar zou zijn.’’

Onveranderd is zijn rol binnen het voormalige Team Giant-Shimano. Veelal dienstbaar, maar niet altijd. ,,Ik hoop wel dat ik iets meer voor mezelf kan gaan rijden. Dat zou een goed teken zijn. In de Ronde van Catalonië word ik de knecht van Warren Barguil, hopelijk tot in de finale. In de Ronde van Baskenland mag ik voor mijn eigen kansen rijden. Zo’n soort constructie wordt het.’’

Beschouw hem vooral niet als de typische knecht, de onzichtbare renner die kilometers op kop sleurt. Het ondersteunen van ploeggenoten met een grotere naam past in zijn ontwikkeling, in een carrière als een geleidelijke klim. ,,Mijn doel is uiteindelijk kopman te worden.’’

Klassementsrenner

Olivier is een echte klassementsrenner. Stabiel, vaak voorin, maar nog nooit als eerste over de streep gekomen. ,,Dat zou ik graag willen, maar het is moeilijk. Dan zou ik in mijn eentje moeten aankomen. Of met iemand die een slechtere sprint heeft dan ik. En dat zijn er niet veel.’’

Grijnzend neemt hij een slok cola. ,,Voor een klimmer valt winnen niet mee. Ik moet opboksen tegen een klasbak als Nairo Quintana. Het is niet realistisch te denken dat ik hem op dit moment kan verslaan.’’

Hij stapt op zijn fiets en rijdt de stad in, onopgemerkt door voorbijgangers. ,,Vorig jaar begon ik met twaalf vraagtekens aan het seizoen, nu zijn dat er nog tien. Pas rond mijn 28ste zijn ze weg. Ik weet nu dat ik iets te zoeken heb op dit podium, maar veel vragen zijn nog onbeantwoord. De belangrijkste: waar eindigt het?’’

Meer nieuws uit Sport

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.