Schipper van een nieuwe generatie

Peter van der Hulst
Noordwijk

De meest stoere zeezeiler verandert in een onzekere stuurman als er calamiteiten aan boord zijn. Thomas Steenvoorden ziet het al 25 jaar gebeuren. De jubilerende KNRM-schipper van de Noordwijkse reddingsboot Paul Johannes stuit geregeld op wankelmoedige eigenaren van pleziervaartuigen. ,,Zijn er geen problemen, dan zijn die mensen doortastend, maar gaat er iets fout dan raken velen zo versteend dat ze amper nog de radioknop kunnen indrukken.’’ Meer aandacht voor calamiteiten op zee is Steenvoorden heel wat waard, maar voorlopig is de realiteit heel anders. ,,Je kan zo de zee op. Daar heb je geen vaarbewijs voor nodig.’’

Officieel is dit jaar zijn zilveren jubileum als geregistreerd bemanningslid van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, maar hij begon feitelijk al een jaartje eerder bij het station in Noordwijk. ,,In die periode keek je eerst even rond. Als de meerderheid van de vrijwilligers vond dat je in de groep paste dan pas werd je ingeschreven. Nu gebeurt dat meteen en wordt na zo’n drie maanden door de leden gestemd of iemand wordt toegelaten.’’

Beroepsmilitair

,,Ik was beroepsmilitair geweest - had net ontslag genomen - en was gewend buiten te werken. De reddingsboot vormde daarom een prima afwisseling voor mijn werk als graficus, dat ik toch vooral binnen deed. Het eerste jaar mocht ik alleen maar koper poetsen op dat ding.’’ Steenvoorden wijst naar de Kurt Carlsen, een schip dat nu als varend monument dienst doet, maar toen nog de reddingsboot van de brigade in Noordwijk was.

,,Ik was in die tijd bij een melding vaak als een van de eersten bij de boot, maar o wee als ik dan een pak aantrok. Dan kreeg ik de wind van voren. Ik had er schijt aan en toen er een keertje een bemanningslid te kort was, kon ik mee. Een gedegen opleiding voor de bemanning was er destijds niet.’’

Met het vertrek van de Kurt Carlsen en de komst van de Valentijn in 1990 veranderde dat. ,,Noordwijk kreeg als eerste station een snelle aluminium strandreddingsboot. Sib Wiebenga bemoeide zich als directeur van de KNRM persoonlijk met de opleiding. Ongeacht rang of stand ging hij met de zestien vrijwilligers aan de slag.’’ Van opstapper - de titel van een beginnend bemanningslid - groeide Steenvoorden al snel door naar de rang van eerst plaatsvervangend en enkele jaren later gezagvoerend schipper.

Navigeren

Steenvoorden kan met gemak de schipper van een nieuwe generatie worden genoemd. ,,Ik kon al snel met de nieuwe apparatuur van de Valentijn omgaan. Navigeren was belangrijk en daar was ik goed in en het varen lag me ook wel. De Valentijn was een beetje het rolmodel voor de hele KNRM. De training was intensief, want de boot was veel sneller, had een veel groter bereik en dat stelde ook eisen aan de fysieke mogelijkheden van de bemanning. We zijn aan het einde een week lang in Schotland in training geweest. Omdat wij de eersten met zo’n snelle boot waren, moest het ook meteen goed gaan.’’

De Valentijn heeft al geruime tijd plaatsgemaakt voor de Paul Johannes, een schip dat jaarlijks zo’n twintig keer voor een reddingsoperatie de botenloods aan de Bosweg wordt uitgereden. Ongeveer even vaak wordt gebruik gemaakt van het zogeheten kusthulpverleningsvoertuig (khv). Een speciaal uitgeruste wagen die op plaatsen kan komen waar normale auto’s het laten afweten. ,,De inzet is stevig toegenomen. We gebruiken de khv bijvoorbeeld als iemand op het strand van zijn paard is gevallen, in het duingebied is gestruikeld of onderuit is gegaan met zijn mountainbike, of als jongeren onwel zijn geworden omdat ze in bezopen toestand zijn gaan zwemmen.’’

Emoties

De emoties waarmee de mensen van de KNRM worden geconfronteerd kunnen soms heftig zijn. ,,De dood van een 14-jarig jongetje was heel erg aangrijpend. De vader heeft zijn zoon nog uit zee proberen te redden. Een trauma-arts heeft gepoogd de jongen op het strand te reanimeren, maar moest uiteindelijk zeggen dat hij dood was. Meestal wordt dat pas in het ziekenhuis vastgesteld, waardoor we nu op het strand met alle directe emoties kregen te maken. Dat is wel heel erg heftig.’’

Vier jaar na dato maakt het incident nog steeds indruk op de man die doorgaans niet zo snel meer onder de indruk is. ,,Ik ben eigenlijk heel nuchter. Ik denk tijdens een redding niet na over de persoon of zijn familie. Het belangrijkste is dat hij uit zee wordt gehaald en wordt gered. Zelfs in het slechtste geval kun je voor verlichting zorgen door de persoon te bergen. Het is veel erger als iemand niet wordt teruggevonden. Ik wil altijd het gevoel hebben dat we ons uiterste best hebben gedaan.’’

Ernstig

,,Soms zie ik aan de melding op de pieper al hoe serieus het is. Als er staat dat het een duikongeluk is dan weet je dat het ernstig is. Met het slachtoffer kan het dan wel eens slecht aflopen. Vaak weet ik dan in een fractie van een seconde wie er meegaan op de boot. Dat selecteert zich vanzelf. Komt de wind met kracht acht uit het noordwesten dan weet je dat het spookt. De golven kunnen dan tien meter hoog zijn. Dan zie je snel genoeg wie er een pak aantrekt en wie niet.’’

Meer nieuws uit Duin- en Bollenstreek

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.