Achtervolgd door oude zaak

Café Leidsche Marie in de Doelensteeg wordt nu omgebouwd tot appartementen.© Foto Hielco Kuipers

Annet van Aarsen
Den Haag

Leidsche Marie is al meer dan anderhalf jaar gesloten. Maar het besluit van de burgemeester om de horecavergunning van het café aan de Doelensteeg in te trekken, staat nog steeds ter discussie. De Raad van State boog zich gisteren over de strijd van de uitbaatster om de beslissing van de burgemeester terug te draaien.

Haar zaak krijgt ze er niet mee terug. Dat bleek uit de verklaring van de horeca-ambtenaar van de gemeente Leiden, die weinig inlevingsvermogen toonde. Ze vroeg zich bij de Raad van State af wat het belang was van de uitbaatster van Leidsche Marie om nu nog in verzet te gaan tegen de sluiting van het café aan de Doelensteeg.

,,Ze beschikt niet meer over een ruimte om haar bedrijf uit te oefenen, omdat de eigenaar van het pand er nu woonruimte van heeft gemaakt’’, zei de horecacoördinator van de gemeente Leiden.

De eigenares van Leidsche Marie wist het de drie staatsraden in de zaal wel uit te leggen. Ze is in 2009 veroordeeld voor fraude, ze kreeg daarvoor een gevangenisstraf en bovendien moest ze de belasting en de ziektekostenverzekering het teveel ontvangen geld terugbetalen. Ze had ook teveel uitkering gekregen, maar de terugvordering van dat geld lag bij die strafzaak niet op tafel.

Schulden

In 2014 maakte de vrouw een nieuwe start, met het café Leidsche Marie. Nog geen jaar later werd ze ingehaald door haar verleden. Burgemeester Lenferink trok haar horecavergunning in - gesteund door het landelijk bureau Bibob - om te voorkomen dat het door fraude verkregen geld in haar café wordt witgewassen. Leidsche Marie zegt dat dat onmogelijk is: ze heeft geen geld, niet op een bankrekening, niet in een sok. Ze heeft alleen maar schulden en ze leeft van een uitkering nu ze haar bedrijf niet meer kan runnen.

,,Het klopt dat ik twee keer veroordeeld ben door de rechter. Maar is het niet in de wet vastgelegd dat een zaak gesloten is, als je voor een feit al bent veroordeeld’’, vroeg de uitbaatster zich af. Ze heeft het idee dat die veroordeling in 2009 haar de rest van haar leven zal blijven achtervolgen en dat ze daar niks aan kan veranderen.

Over de hoogte van de onterecht ontvangen uitkering verschillen gemeente Leiden en Leidsche Marie van mening. De gemeente gaat uit van het bruto bedrag: zo’n 121.000 euro. Maar de advocaat van de vrouw - Linda Rijsdam - vindt dat er gekeken moet worden naar het nettobedrag dat haar cliënt ontving: zo’n 82.000 euro. Geld dat er absoluut niet meer is, zegt ook zij.

Het is een kafkaiaanse situatie. ,,De stelling van de burgemeester is: er wordt niet ontnomen, dus het geld is er nog’’, zegt Rijsdam. ,,Tegelijkertijd wordt er niet ontnomen omdat er niet verhaald kan worden. Dit zou betekenen dat mevrouw de rest van haar leven in deze situatie blijft, dat ze geen eigen horecazaak kan beginnen.’’

De gemeente had een vertegenwoordiger van het landelijk Bureau Bibob ingevlogen, maar hij mocht van de Raad van State niet optreden als deskundige. Zijn komst was te laat gemeld. Hij kreeg wel het woord. ,,De stelling ’je komt er nooit meer vanaf’ is niet waar. Na verloop van tijd gebeurt dat wel. Hoe lang dat duurt is mede afhankelijk van de hoogte van het verkregen.’’

De Raad van State doet binnen zes weken uitspraak.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.