’Leidenaar heeft een grote mond, maar een klein hartje’

Binnert Glastra

Hij had een kronkelig carrièrepad, leeft van de geschiedenis en promoveerde onlangs op zijn favoriete onderwerp, de Leidse fabriekskinderen. Stadshistoricus Cor Smit over zijn vak, de altijd boeiende historie van Leiden en zijn bijzondere privéleven. ’Ik voel me in twee werelden thuis’.

,,De ’gewone Leidenaar’ kent me en hérkent dat ik van eenvoudige arbeidersafkomst ben. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur. Ik kom uit Schiedam, dan weet je het wel. Hij reed de dozen jenever door heel Nederland. Als kind vond ik dat hij werd uitgebuit. Hij ging ’s ochtends om zeven uur de deur uit en was drie, vier avonden per week niet voor tien, elf uur thuis. Hij reed maar door.

Mijn ouders waren zo slim om hun kinderen voor te houden dat ze zo ver mogelijk moesten doorleren. Maar ik was de eerste in de familie die is gaan studeren. Ik ben me altijd heel erg bewust geweest van die achtergrond. Die neem je sowieso je hele leven mee.’’

Twee werelden

,,Veel mensen in de stad kennen mij al van ’vorige levens’. In mijn studententijd heb ik me altijd sociaal en politiek heel erg gemanifesteerd. Nou, en als je dan weet dat ik tien jaar over mijn studie heb gedaan. Op een gegeven moment heb ik stevig tegen mezelf gevloekt en heb ik ’m uiteindelijk afgerond.

Daarna heb ik een nogal kronkelig arbeidzaam pad gehad. Ooit was ik buurt- en jongerenwerker in Leiden-Noord en -Oost. Nou, dan leer je een hoop mensen en ’de stad’ wel kennen. Ook heb ik in de kinderopvang gezeten. Ik zie die kleintjes van vroeger nu nog wel eens fietsen door de stad.’’

Op z’n gemak

,,Door al die baantjes en acties waar ik aan meedeed, heb ik de ’gewone Leidenaar’ op jonge leeftijd heel goed leren kennen. Ik voel me altijd heel erg bij die categorie op m’n gemak. De gemiddelde Leidenaar heeft een grote mond, maar een klein hartje. Ook iets goedmoedigs. Ja, ik voel me inderdaad in twee werelden thuis.’’

Burn-out

,,In de tijd dat ik ambtenaar was bij de gemeentelijke dienst Stedelijk Beheer, eind jaren negentig, heb ik een burn-out gehad. Ik was echt een tijd heel ver weg. Ons eerste kindje, Rijntje, overleed bij de geboorte. Een heel heftig, traumatisch gebeuren. Het gebeurde op 5 december 1989. Je begrijpt dat Sinterklaas mij voor altijd een raar gevoel geeft.

Door een samenloop van omstandigheden, zowel op het werk als privé, speelde dat jaren later weer op. Alles liep heel heftig door elkaar heen. Niet alleen voor jezelf, ook voor je omgeving is het heel lastig om met zoiets om te gaan. Je voelt je al gauw eenzaam, want de wereld om je heen doet het in jouw ogen al heel snel fout. Daarna heb ik heel duidelijk keuzes moeten maken: een scheiding en een andere richting qua werk. Dat is een heel proces geweest.’’

Eerste boek

,,Nou was het zo dat ze mij als ambtenaar altijd al vroegen om, als er bezoekers van buitenaf waren, hen de stad te laten zien en over de geschiedenis van Leiden te vertellen. Daar was ik toen ook altijd al mee bezig. Toen het weer een beetje beter met me ging, zei mijn toenmalige directeur: waarom zou jij als therapie niet de geschiedenis van het werk van onze dienst gaan beschrijven? Hij gaf me net dat zetje. Daar is ’Leiden met een luchtje’, mijn eerste boek, uit voortgekomen. Daar ben ik na al die jaren nog steeds heel tevreden over. Het is én toegankelijk voor ’gewone mensen’ én voegt tegelijkertijd iets toe aan de geschiedenis. Het is zowel voor de vuilnisman als in universitaire kringen interessant. Het mooiste is om iets voor die twee extremen te maken.

Sprong in diepe

,,Twaalf jaar geleden heb ik de sprong van gemeenteambtenaar naar een leven als zelfstandig ondernemer gewaagd. Best spannend. Ja, het bestaan als kleine zelfstandige is onzeker, en natuurlijk ging ik er financieel op achteruit. Maar ik heb er geen moment spijt van gehad.

Wat heeft een mens nou helemaal nodig? Natuurlijk is het leuk om lekker uit eten te gaan of een terrasje te pakken. En als je dat gedoseerd doet, kan dat ook wel. Ik hoef geen chique kleren, bij mij gaat alles lang mee. Ik heb geen auto, want als je in de binnenstad woont, zoals ik, kun je alles beter op de fiets doen. En de kinderen zijn volwassen, die redden zich nu financieel wel.’’

Met ’ex’ in huis

,,Vanwege de kinderen zijn mijn ’ex’ en ik na de scheiding nog jarenlang in één huis blijven wonen. Ja, echt járen! Ga maar na: we zijn in 1999 gescheiden en ik ben pas drie jaar geleden uit huis gegaan. We hadden geen zin om de kinderen heen en weer te sleuren en in het gezeik en gezeur te zitten wie ze wanneer had. We wilden ze samen naar volwassenheid toe begeleiden. Ik was er dus altijd voor ze.

Mijn ex en ik deden veel dingen apart, maar in heel veel opzichten leken we ook te functioneren als normaal gezin. We aten bijvoorbeeld altijd samen. Een kille sfeer? Het was soms best moeilijk, maar dat was het vóór die scheiding ook. Ze was vorige maand ook gewoon bij mijn promotie.’’

Huidige relatie

,,Ik heb alweer dertien jaar een vaste relatie met Maja. We reizen allebei heel wat op en neer, want ze woont in Nijmegen. Vorig jaar heb ik overwogen om bij haar in Nijmegen te gaan samenwonen, maar ik realiseerde me al gauw dat ik Leiden niet zou kunnen missen. Daarom heb ik het niet gedaan.’’

Promotie

,,Ik heb 25 jaar over mijn promotie over kinderarbeid in Leiden gedaan. Natuurlijk was dat proefschrift al die jaren een soort zwaard van Damocles dat boven mijn hoofd hing. Maar doordat de schoorsteen toch moet roken, kwam het er gewoon niet eerder van. Mijn dagen waren jarenlang zo gevuld; dat proefschrift moest er tussen de bedrijven door komen.

En waarom in Utrecht promoveren, niet in ’mijn’ Leiden? Tja... toen ik tien jaar geleden een promotor zocht, waren ze bij de Universiteit Leiden niet enthousiast. Een oude kennis, toen hoogleraar sociale geschiedenis in Utrecht, was dat direct wèl. Vandaar. Geen idee of ze zich bij de Universiteit Leiden nu de haren uit het hoofd trekken. Ik heb van die kant geen enkele reactie gehad. Maar ik denk dat ik bij de huidige hoogleraren vast wel een promotor had kunnen vinden.’’

Kinderarbeid

,,Vóór 1865 ging tweederde van het personeel nog voordat ze twaalf jaar waren in de Leidse textielfabrieken werken. Waanzinnig! In 1900 werden arbeiderskinderen op die leeftijd nóg van school gehaald om te gaan werken. Dat verdween nooit, ook niet door het Kinderwetje van Van Houten uit 1874 of de Leerplichtwet van 1900.

De voornaamste conclusie in mijn proefschrift is dat een deel van de kinderarbeid nooit is verdwenen. Dat denkt iedereen, maar het is niet zo. De allerjongste kinderen, die van acht, negen, tien jaar, waren in het begin van de 20ste eeuw niet meer in de Leidse fabrieken te vinden, maar die tussen de twaalf en zestien wel degelijk.’’

Actueel

,,Het onderwerp kinderarbeid is nog altijd heel actueel, en echt niet alleen in Derde Wereldlanden. Ook in Nederland! Zo zijn de regels de laatste jaren geruisloos versoepeld. Want 13-jarigen mogen in Nederland veel meer uren draaien dan pakweg tien jaar geleden. Iedereen denkt dat kinderen pas op hun vijftiende beginnen met vakken vullen, maar kijk eens naar de bollen? Daar staan veel jongere kinderen achter de lopende band, die echt niet langzamer voor ze gaat. Ik vraag me af of deze ontwikkeling wel gezond is. Recent onderzoek toont aan dat een derde van de kinderen tussen de dertien en zestien vindt dat hun schoolprestaties negatief worden beïnvloed door hun arbeidsverplichting.’’

In een gat

,,In een gat gevallen? Welnee! Het proefschrift is dan wel af, maar ik moet er nog een op het grote publiek toegesneden versie van maken. Ja, die komt er écht en nee, dat gaat geen 25 jaar duren. Ik denk volgend jaar. En het gewone werk – lezingen, boeken, artikelen, rondleidingen – gaat gelukkig gewoon door. Een tijdlang is het vanwege de crisis wel minder geweest hoor. Er liep een aantal veelbelovende projecten, waarvan ik dacht: ’leuk’, maar die dan vanwege de financiering niet rondkwam. Zoals het boek over de Stadsgehoorzaal. Gelukkig hebben ze wel een deel van het materiaal voor de website en in een brochure kunnen gebruiken, want er zaten een hoop uren van me in. Historisch onderzoek kost veel tijd. Soms zit je een dag tussen de archieven en die uren leveren dan uiteindelijk één regel op in je boek. Maar je moét dat onderzoek wel doen, want je kunt geen onzin verkopen.’’

Eenzaam werk

,,Boeken schrijven, onderzoek doen, ja: het is eenzaam werk. Kijk, en daarom hou ik zo graag lezingen en stadswandelingen. Dan spreek je mensen over... over van alles. Dat vind ik héérlijk, want, zoals je hebt gemerkt, ben ik een vreselijke ouwehoer.’’

’Stadshistoricus’

Het is geen titel die ik mezelf heb toegeëigend. Op een gegeven moment zijn anderen me zo gaan noemen. Er zijn heus meer mensen die zich specifiek met de Leidse historie bezighouden en velen weten op hun gebied veel meer over de stad dan ik, maar ik heb wel een hele brede scope op de geschiedenis van de stad ontwikkeld. En omdat ik er van moet leven, verschijnen er van mij relatief ook veel meer boeken dan van anderen, zo simpel is het.’’

Nooit vervelen

,,Welnee, dit werk gaat me nooit vervelen, want over de geschiedenis van de stad raak je niet uitgesproken. Elke keer ontdek je nieuwe aspecten, onontdekte dingen. Leiden is wat historie betreft zo’n ongelofelijk rijke stad en de belangstelling voor historie onder de Leienaars is heel erg groot.’’

Paspoort

Naam: Cor Smit

Leeftijd: 60 jaar

Woonplaats: Leiden

Burgerlijke staat: gescheiden, Latrelatie met Maja, dochter Joosje (23) zoon Wim (21) (nb zoontje Rijntje overleed bij de geboorte in 1989)

Beroep: (stads)historicus, gespecialiseerd in de geschiedenis van Leiden, auteur van ca. 25 historische boeken en artikelen over Leiden

Vorige functies: vele, onder meer in buitenschoolse opvang, buurt- en jongerenwerker in Leiden Noord en Binnenstad-Oost, ambtenaar bij de gemeente

Nota bene: Cor promoveerde vorige maand met het proefschrift ’De Leidse Fabriekskinderen’ bij de Universiteit Utrecht

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.