Rijnsburgse Boys defensief veel te kwetsbaar

Rijnsburgse Boys-aanwinst Ahmed Ali probeert het Spakenburgse goudhaantje Kees ’Pier’ Tol af te stoppen. Foto Caspar Huurdeman

Rijnsburgse Boys-aanwinst Ahmed Ali probeert het Spakenburgse goudhaantje Kees ’Pier’ Tol af te stoppen. Foto Caspar Huurdeman

Hielke Biemond
Spakenburg

Veel belangrijke spelers ontbraken bij Rijnsburgse Boys tijdens de openingswedstrijd in Spakenburg. Dat was te merken.

De regerend (lands)kampioen deed daarmee een titelpretendent (flinke) pijn en de impact daarvan was kennelijk goed doorgedrongen tot het Spakenburgse kleedlokaal. Met onophoudelijk kabaal werd de overwinning gevierd en zelfs de aanwezige dopingcontroleurs konden dat feestje niet verpesten.

Hun aanwezigheid was natuurlijk even pikant als voorspelbaar. Na de onthullingen in NRC Handelsblad kwam er een lelijke kras op het kampioenschap van 2012; de huidige generatie spelers wil ongetwijfeld laten zien het op eigen kracht te kunnen, wat hun ontlading na afloop misschien ook verklaarbaar maakte. Rijnsburgse Boys verloor dat jaar de titelrace op de slotdag van de competitie.

Gerust op een goede afloop was Oosterlee zaterdag toch al niet. ,,Normaal verschuil ik me niet achter de spelers die er niet zijn, maar nu misten we Martin van Eeuwijk, Danny van der Vijver en Michael van den Boogaart. Dat is mijn hele middenveld. Dan lever je toch wel wat in.’’ Hun vervangers waren Bart Freke (flets) Jeffrey Koemans (die compleet verzoop) en Resham Sardar (die pas beter werd toen hij centraal ging spelen).

Bovendien was de coach beducht voor het Spakenburgse gevaar. ,,We hadden twee spelers in de mandekking en één erachter die hun diepe bal eruit haalde.’’ Althans, op papier. De praktijk pakte heel anders uit.

,,We waren in acht minuten in het centrum al drie keer compleet weggelopen’’, analyseerde Oosterlee. ,,Maar we gaven ook geen druk. Iedere bal kón ook gegeven worden. We waren rijp voor de sloop.’’

Het bleef bij twee goals in de openingsfase, van Kees Tol. Dat Rijnsburgse Boys niet werd afgeslacht, dankte het aan doelman Richard van Nieuwkoop, die bij twee cruciale momenten twee keer redding bracht.

Ronald Breinburg, maar vooral Jeroen Hessing en Renee Troost schutterden. Hun traagheid was als stroop aan een pollepel. ,,Je hoeft niet altijd snel te zijn’’, stelde Oosterlee, ,,als je maar op tijd vertrekt.’’ Daarom had de trainer zijn drie meest ervaren verdedigers opgesteld – in de verwachting dat die zulke dingen weten.

De Alphenaar had niet het idee dat het verdedigingscentrum de Rijnsburgse achilleshiel was. ,,Ik denk dat heel veel ploegen geen Kees Tol hebben.’’ De Volendammer scoorde zaterdag drie keer.

In de rust gooide de coach het om. Troost werd geslachtofferd en Hessing kroop nu achter de defensie, waar hij minder voorbij gerend kon worden. De wedstrijd had ook kunnen omslaan, als Raily Ignacio de strafschop die hij in het begin van de tweede helft zelf verdiende, had benut. Barry Ditewig kreeg er een hand tegenaan.

,,Ik schiet hem niet goed in’’, oordeelde de aanvaller. Dat hij hem zelf nemen zou, stond buiten kijf. Oosterlee: ,,Hij had er nog nooit één gemist.’’ ,,Als spits neem ik mijn verantwoordelijkheid’’, aldus Ignacio. ,,Ik sta als eerste op het lijstje. De volgende keer sta ik er weer.’’

In de slotfase counterde Spakenburg naar 3-0 en 4-0. ,,We speelden met vijf, zes spitsen. Als je dan balverlies lijdt, ligt alles open’’, redeneerde Oosterlee. ,,Of je nou met twee, vier, zes of acht nul verliest, zij krijgen drie punten, wij nul.’’

Meer nieuws uit Sport

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.