Alrijne bereidt zich voor op eventuele aanslag: ’Doe het meest voor de meesten’

Alrijne bereidt zich voor op eventuele aanslag: ’Doe het meest voor de meesten’
Een aanslag zoals op 22 maart 2016 op luchthaven Zaventem en metrostation Maalbeek in Brussel laat ook op hulpverleners diepe sporen na, zo bleek uit verhalen van betrokkenen tijdens het symposium van het Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp.
© Archieffoto ANP
Leiderdorp

De kans op een massale toestroom van patiënten naar het Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp door een rampzalig ongeluk op de A4 is vele malen groter dan door een terroristische aanslag, meent bestuursvoorzitter Ron Treffers. „Toch is terrorisme helaas een actueel en urgent onderwerp waarop ook wij ons moeten voorbereiden.”

Deskundigen spraken erover tijdens het symposium ’Terrorismegevolgbestrijding’ van Alrijne. Binnenkort is er een grote oefening van Alrijne met Lotus-slachtoffers van ’een terroristische aanslag’.

Nederland heeft tot nu toe weinig ervaring met terrorisme. Spreker Rob de Wijk, hoogleraar Internationale Betrekkingen en Veiligheid aan de Universiteit Leiden, heeft er een ’plausibele verklaring’ voor. Naast het feit dat zelfs de grootste steden overzichtelijk zijn – ’geografisch behapbaar’ – noemt hij de rol van de wijkagenten in ons land. „Ze zijn de ogen en oren van de wijk. Ze weten heel veel.”

Toch is terrorisme volgens hem nooit helemaal te voorkomen. „Terroristen passen zich voortdurend aan. Nu zie je méér aanslagen, maar kleinere. Je ziet de opkomst van eenlingen omdat het slagingspercentage dan groter is.”

De ziekenhuizen moeten er rekening mee houden. „Nederland heeft het op een na hoogste dreigingsniveau”, benadrukt Alrijne-voorzitter Treffers. ,,Wij zitten hier tussen een aantal regio’s waar de kans op een aanslag relatief het grootst is: de regio’s Amsterdam en Schiphol en de regio’s Den Haag – Rotterdam met de havens en het regeringscentrum.”

Doktersjas

Als er iets gebeurt, trekt dan ook de ziekenhuisbestuurder zijn doktersjas aan om zoveel mogelijk mensen te helpen? „Nee”, zegt Treffers. „Ik moet op de crisiskamer blijven en mag daar niet vandaan. Ik of mijn collega is namelijk voorzitter van het ’crisisbeleidsteam’ en dus verantwoordelijk voor het ontstaan van een strakke, hiërarchisch geleide organisatie. Wij moeten regelen, coördineren, communiceren. Tijd voor discussie is er niet.”

Elk ziekenhuis heeft zo’n Crisis Beleids Team (CBT) met daarin behalve de bestuurders ook medisch specialisten en managers, onder wie de communicatiemanager. Het team komt bijeen op het moment dat de continuïteit van de zorg in gevaar kan komen. Vorige maand gebeurde dat nog toen giftig perazijnzuur uit een wasmachine bij de poliklinieken ontsnapte. De poli’s gingen dicht en tien medewerkers werden ter observatie enkele uren opgenomen. Het incident liep goed af. Treffers: „Wij grepen de gelegenheid aan om als CBT te oefenen.”

’Bereid je voor’, het is een veelgehoorde boodschap van de verschillende sprekers tijdens het symposium voor circa driehonderd medewerkers van het Alrijne Ziekenhuis en andere belangstellenden. Chirurg in opleiding Mark Haverkort uit Den Bosch is gepromoveerd op grootschalige slachtofferopvang en behandeling bij rampen. Hij ziet dat ziekenhuizen steeds efficiënter zijn gaan werken. „Er zijn geen lege operatiekamers meer. Er is geen chirurg meer die zit te wachten tot er misschien een patiënt komt. Nu terrorisme steeds dichter bij huis komt, is het des te belangrijker dat je een plan hebt waardoor je toch onverwacht een hoge toestroom van patiënten aankan.”

Keuzes

Ga oefenen, vervolgt Haverkort. „Op papier reageer je anders dan in werkelijkheid.” Hij deed promotieonderzoek naar de voorbereiding op grootschalige slachtofferopvang en behandeling bij rampen. „Het lastige voor hulpverleners is dat ze keuzes moeten maken. Ze moeten soms stervende slachtoffers laten liggen om het meeste te kunnen doen voor de meesten. Daar kun je als hulpverlener best last van hebben, ook later nog.”

Keuzes maken in een korte tijd op een hectisch moment. Het is een vak apart, zegt ook Marck Haerkens, die als luchtmachtchirurg uitgezonden is geweest naar de oorlogsgebieden in onder meer Irak en Afghanistan. De verwondingen door explosieven zijn anders dan wij gewend zijn. „Kleine wondjes kunnen een enorm letsel verbergen. Stukken van de zelfmoordenaar kunnen in slachtoffers terecht zijn gekomen, met een risico op het ontstaan van een infectie. „Tijdens een oefening bleek dat als je vijftig procent ’overtrieert’ ofwel zwaarder inschaalt, je nog steeds tien procent van de slachtoffers te laag inschaalt. Triage is echt niet makkelijk. Laat dat doen door de meest ervaren chirurg. Daarmee spaar je levens.”

Diepe sporen

Dat een aanslag diepe sporen nalaat op de hulpverlening blijkt wel uit de verhalen van ’urgentie-verpleegkundige’ en crisismanager Jan Vaes en traumachirurg Harm Hoekstra. Beiden maakten van nabij de gevolgen mee van de aanslagen op vliegveld Zaventem en metrostation Maalbeek bij Brussel. Er vielen, inclusief de drie daders, 35 doden en 340 gewonden.

Vaes en Hoekstra dachten op die dinsdag de 22ste maart 2016 een gewone werkdag te hebben. Vaes: „Ik had mijn vrouw beloofd de kinderen van de opvang te halen.”

Het liep allemaal anders. Een kwartier na de melding om 7.58 uur was hij aanwezig op de luchthaven. „Je ziet er een totale chaos. Er is paniek, mensen gaan rennen. De brandweer bracht ons massaal slachtoffers. Ik probeerde ze onder te brengen bij ziekenhuizen, ook in Brussel. Maar toen was daar om 9.11 uur nog een bomaanslag in Maalbeek en kon er niemand meer naar Brussel.”

Drie uur na de aanslag in Zaventem lag iedereen in het ziekenhuis. „De eerste weken na de aanslag waren hels, zegt Vaes nu, ruim een jaar later. „Nu heeft het allemaal een plekje.”

Hoekstra was in de operatiekamer van het universiteitsziekenhuis van het ten oosten van Brussel gelegen Leuven bezig, toen hij hoorde van de eerste bomaanslag. Onmiddellijk begonnen daar de voorbereidingen voor een grote toestroom van patiënten. „We moesten zoveel mogelijk operatiekamers en bedden op de intensive care vrijmaken, we moesten bloed regelen. Je krijgt het nooit helemaal goed voorbereid. Wel kun je zaken goed organiseren. Dat zijn wij gelukkig gaan doen na de bomaanslagen van 13 november 2015 in Parijs. Toen was het besef er dat zoiets ook bij ons wel eens zou kunnen gebeuren.” Er vielen in Parijs 129 doden en ruim 350 gewonden.

Chirurg Hoekstra kreeg die dinsdag de 22ste maart een zwaar gewond meisje van de aanslag op Zaventem onder ogen. Bij het terugzien van haar foto tijdens het symposium, raakt hij weer geëmotioneerd. „Ik ben zelf ook vader van jonge kinderen. Waarom wordt dit het meisje aangedaan? Mensen worden bewust kapot gemaakt. Ik moest de knop wel omzetten en ging toen voor 120 procent aan het werk.”

Leidse regio

De tijden zijn aan het veranderen, merkt traumachirurg van het Alrijne Ziekenhuis én militair Rigo Hoencamp op. „ Ook de Leidse regio is niet helemaal veilig. Kijk naar de Ridderhof in 2011. (Toen Tristan van der Vlis zes mensen en zichzelf dood schoot en tientallen mensen verwondde, red.). We hebben industrie, scholen, bioscopen en ook ziekenhuizen zelf, die een doelwit kunnen zijn.”

Hij herhaalt wat andere sprekers ook al zeiden omdat ’herhaling de beste leermeester is’. „Ga oefenen, zorg bij een aanslag ervoor dat de ambulancedienst altijd goede informatie heeft in verband met de gewondenspreiding over de ziekenhuizen in de regio. Stop bloedingen, want daarmee kun je de meeste levens redden. En schep orde. Heel belangrijk is dat één persoon de leiding heeft.”

Meer nieuws uit Leiden