Acteur Paul van Gorcum: 'Ik heb de blaren op mijn stembanden gespeeld'

Acteur Paul van Gorcum: ,,Bassie en Adriaan zonder baron, dat wordt helemaal niks.’’ Foto Hielco Kuipers

Paul de Vlieger
Noordwijk

Hij speelde honderden serieuze rollen in toneelstukken, tv-series en films. Velen hebben hun eigen herinneringen aan de Noordwijkse acteur Paul van Gorcum (82). Voor kinderen blijft hij altijd ’De Baron’ van Bassie & Adriaan. Hij leent zijn stem aan de nieuwe wereldattractie van de Efteling.

Paul van Gorcum heeft, kortom, een duizelingwekkend groot portfolio – dat is ook niet zo gek als je op je 14e als autodidact met acteren begint, inmiddels de acht kruisjes bent gepasseerd en altijd alles hebt aangepakt.

’Ze’ zijn hem nog niet vergeten. Aan hem de eer om het hoofdpersonage, Gustave Hooghmoed, in te spreken van de geruchtmakende nieuwe attractie van de Efteling, de rollercoaster ’Baron 1898’.

Die attractie staat er voor minimaal tien jaar, maar waarschijnlijk veel langer. Gek idee dat zijn stem blijvend te horen is, ook als de acteur er niet meer zal zijn? Vindt hij niet, want die stem is al duizenden keren eerder vastgelegd. Mensen herkennen hem daar ook aan.

Praat met Paul van Gorcum in de erker van zijn Noordwijkse woning en de ene na de andere anekdote en gebeurtenis passeert de revue. Nee, bij hem vallen er geen seconde stiltes. Het geheugen werkt nog perfect en voordat je het weet, zit je midden op de dag aan een glas wijn, want het leven moet worden gevierd.

Portret van een blijmoedig, tevreden en ijdel mens.

Afkomst

,,Mijn vader, Bert de Heiden, was een rasechte Leienaarrrrr. Mijn moeder was van goede komaf. Toen ze beneden haar stand trouwde, werd ze door haar vader onterfd.

Ik heb mijn vader in mijn jeugd niet of nauwelijks meegemaakt, want mijn ouders zijn al gescheiden toen ik zes was. Mijn moeder was bijna dag en nacht aan het werk, ze maakte kantoren en huizen schoon. Echte tijd of liefde kon ze ons niet geven.

Mijn vader zag ik dus nooit behalve als er een formulier voor de kinderbijslag moest worden ondertekend. Dan stuurde moeder me op pad om hem te zoeken en ging ik allerlei cafés af, want hij was altijd overal en nergens. Pas toen ik, jaren later, voor het eerst in de Leidse Schouwburg speelde, ontmoette ik mijn ooms en tantes van vaderskant. Ja, ik heb de spreekwoordelijk moeilijke jeugd gehad voordat ik aan het toneel kwam.’’

Het toneel

,,Ik was getest en kon naar de HBS, maar dat ging mooi niet door. Er was geen geld thuis, dus ben ik op m’n veertiende meteen gaan werken, in het begin als winkelbediende voor twaalf gulden vijfenzestig per week.

Als kind had ik al gespeeld in kinderoperettes, ik wist gewoon altijd al dat ik ’aan het toneel’ wilde. Ik was ook al heel jong figurant bij de Koninklijke Schouwburg. Via via mocht ik langskomen bij het Haags Toneel. De directeur van het gezelschap gaf me een script en zei: ’Ga die rol hiernaast maar even rustig lezen en speel die straks zoals jij denkt dat het moet’.

Ik moest opkomen met mijn zogenaamde verloofde, met wie ik net had paardgereden. Dus ik dacht: ik doe net of ik een rijzweepje onder m’n arm heb en mijn handschoenen uittrek, dat zal er wel bij horen.

Die regisseur was daar stomverbaasd over. Hoe ik daar nou bij kwam? Ja, dat inlevingsvermogen had ik toen al wel.’’

Geld lenen

,,Voor het toneel had ik vier outfits nodig: een smoking, broek en trui, een pak en een sportjasje. Mijn moeder ging naar de gemeentelijke kredietbank en leende daar vierhonderd gulden. Een kapitaal in die tijd, zeker voor haar. Ze kocht die kledingsets voor me. Achteraf kon ze die lening afbetalen met wat ik zou verdienen, maar ze nam wel een risico, want ze wist van tevoren natuurlijk ook niet dat het er ooit uit zou komen.

Die eerste jaren, zo vlak na de oorlog, verdiende ik twaalf gulden vijftig per voorstelling. Maar daar moest ik dan ook het decor voor in- en uitladen, het geluid en de belichting regelen en achteraf alles weer afbreken. Je was van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig.’’

Bescheidenheid

,,Ik vond mezelf op die leeftijd, zo rond de achttien, negentien, heel wat. Och jee, de straatstenen moesten gaan krullen als ik er overheen liep. Maar die mentaliteit heb ik snel afgeleerd. Iemand zei in die tijd tegen me: ’Als jij bij het toneel wilt, moet je één ding goed onthouden. De schouwburg is een tempel, het toneel het hoofdaltaar. Als je daar wilt celebreren, moet je op je knieën.’ Met andere woorden: dan moet je je bescheiden, haast devoot opstellen.

Ik vond dat eerst helemaal niks, maar later ging ik beseffen dat die man groot gelijk had. Ik stélde ook niks voor natuurlijk. Het enige waaraan ik kon appelleren, was een leuk smoel. Toen ik eenmaal de klassieken mocht spelen, bleek ik daar geen ene makke van te weten. Daarom heb ik jarenlang lesgenomen in beweging, spraak, stemtechniek, acteren. Heel verrijkend. In mijn vrije uren werkte ik voor niks bij een grimeur om alles te leren van grimeren en kostumeren. Zo heb ik me het vak helemaal eigen gemaakt.’’

Andere naam

,,Mijn eigenlijke achternaam is De Heiden, maar toen ik toneel ging spelen, zei de directeur van het toenmalige gezelschap: ’Paul de Heiden, dat klinkt niet’. Dat was koren op mijn molen. Ik heb lang gepiekerd over een nieuwe naam, maar toen we de allereerste voorstelling in Gorcum gingen spelen, dacht ik: bingo! Naderhand, toen ik al lang getrouwd was en kinderen had, dachten veel mensen altijd dat mijn vrouw en ik uit elkaar waren. En als de kinderen op school vertelden wie ik was, dachten ze dat ze fantaseerden dat ik hun vader was. Jaren later, toen Beatrix koningin werd, is mijn naam bij Koninklijk Besluit officieel veranderd.’’

Doorrazen

,,Als ik zo terugblik, denk ik: ik raasde altijd maar door. Mijn hele werkzame leven is één grote beweging geweest aan toneelstukken, aan nasynchronisaties, aan films…. Soldaat van Oranje, Een vlucht regenwulpen, och, jee.

Ik heb nooit stilgezeten en altijd werk gehad. Dat ligt ook aan je inzet. Ik was nooit ergens te beroerd voor. Zo had ik ’s een voorstelling in de schouwburg en dan reed ik midden in de nacht rustig door naar een schnabbel, een herenmodeshow. Had ik in die nacht toch mooi honderd gulden verdiend. Dan sliep ik een paar uur en was ik ’s morgens om tien uur weer bij de repetitie.’’

Discipline

,,Ik ben altijd heel vlijtig, heel precies en heel gedisciplineerd geweest. En, ook belangrijk: ik heb mezelf nooit in opspraak gebracht. Na praktisch elke voorstelling ging ik meteen naar huis. Als ik van al die duizenden voorstellingen veertig keer ben meegegaan om een afzakkertje te halen, dan is het veel. Ja, ik kan recht in m’n schoenen staan.’’

Bassie & Adriaan

,,Het grote publiek kent me vooral als de gemene baron in de Bassie & Adriaan-series, ja. Dat frustreert me helemaal niet. Ik heb Shakespeare gespeeld, maar ook genoeg kinderstukken. Voordat ik bij Bassie & Adriaan kwam als ’De Baron’, was ik dus al gewend om voor kinderen te spelen.

Op het moment dat je met elkaar in zee gaat, realiseer je je niet dat die samenwerking met de broers Van Toor twaalf jaar zou gaan duren: van eind jaren zeventig tot begin jaren negentig. Bassie & Adriaan hebben nu net een film uitgebracht, maar daar zit ik niet in. Ik kan en wil er niks over zeggen, dat vind ik niet comme il faut. Maar bij de première laatst in Avifauna vroeg iedereen: ’Waar is de Baron?’ Want Bassie & Adriaan, dat drijft op de Baron, zonder mij wordt het helemaal niks. Het publiek verwacht mij! Laten we het er maar op houden dat ze er een nieuwe wending aan wilden geven.’’

’Drommels’

,,Je gelooft het niet, de laatste opnamen voor Bassie & Adriaan zijn al meer dan twintig jaar geleden gemaakt, maar ze worden nog steeds herhaald. Ik word nog regelmatig opgebeld met de vraag of ik nog een keer ’drommels, drommels, drommels’ wil roepen (de vaste uitdrukking van ’de baron’ in de serie, red.). Of ze roepen het zelf, voordat ik iets kan zeggen. Het liefst bellen ze nog om twee uur ’s nachts ook. Als ik naar bed ga, schakel ik de telefoon maar op de antwoorder. Het is echt bijna stalken wat sommige mensen doen.

Ik krijg ook nog fanmail – ik fantaseer niks! Gemiddeld vier brieven of mailtjes per maand. Meestal van volwassenen, die vroeger als kind naar Bassie & Adriaan keken en dat nu met hun kinderen weer doen. Leuke dingen. Ja, ik ben ijdel, jazeker, nog steeds. Natuurlijk.’’

Niet overleden

,,Dat internet maakt alles en iedereen ook makkelijker te vinden, hoewel het soms ook heel vervelend is. Een tijdje geleden stond er op Google dat ik was overleden. Het stond er vetgedrukt! Dat is naar. Ik ben ervoor naar het kantoor van Google in Amsterdam geweest, maar daar konden ze het niet veranderen omdat ze niet wisten wie het er op had gezet. Ja, misschien een collega-acteur, die dacht: ’De één z’n dood is de ander z’n brood. Als Van Gorcum er niet meer is, heb ik meer werk’, of zoiets, weet je veel. Gelukkig heeft het bureau dat mijn website heeft gemaakt, het er af weten te krijgen.’’

Geraniums

,,Ik heb nog regelmatig werk. Als ze me vragen, dan ben ik er. Ik spreek nog regelmatig commercials in. Ik speel al 55 jaar Sint Nicolaas bij allerlei bedrijven en ik heb mijn eigen kerstprogramma. En luister, ik hoéf natuurlijk niet meer te werken, ik mág werken, want ik heb mijn pensioen altijd goed geregeld. En ik ben kerngezond. IJzersterk. Ik ben zelfs nog nooit verkouden geweest.’’

De Efteling

,,Ze mailden me van de Efteling: of ik belangstelling had om de stem van de hoofdpersoon van de nieuwe attractie in te spreken. Een grote eer. Ik ben een aantal keren in Kaatsheuvel gaan kijken en dan kom je er achter hoe ter zake kundig, doordacht en precies ze zo’n attractie bouwen. Dat er nu kinderziektes aan zitten, is logisch. Als je een nieuwe pan hebt, blijven je pannenkoeken plakken, die pan moet eerst vet worden. Het is iets met sensoren, dat komt wel goed.

Ik heb ze ook nog advies gegeven. Ik zei bijvoorbeeld: die tegels aan de muur moet je daar niet hebben, want die weerkaatsen het geluid. Ik weet natuurlijk precies wat geluid doet.

Vroeger moest ik zonder microfoon ook de dertigste rij van Carré halen. Ja, dan leer je wel hoe je het woord moet laten gáán over de zaal, hoe je ook de dooie hoek van het theater moet bereiken. Ik heb ook geleerd dat je zinnen kernachtig en heel rustig moet uitspreken, zodat het publiek die in alle rust en concentratie tot zich neemt.’’

Erebaantje?

,,Oh nee, de Efteling betaalt me wel degelijk heel aardig. Dat is ook je vak, klaar, punt uit, je verkoopt jezelf. Nee zeg, ik heb de blaren op m’n stembanden gespeeld. Ik ben waarschijnlijk de enige in Nederland die vanaf z’n zeventiende nasynchroniseert. Mijn stem is mijn instrument. Dan moeten ze de prijs van die ervaring wel betalen.’’

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.