Wegwijzers: De deuren van het paradijs gaan open tijdens Ramadan

Het is zo vol dat er nauwelijks meer mensen bij kunnen.

Het is zo vol dat er nauwelijks meer mensen bij kunnen.© Foto Jeroen Windmeijer

Op zoek naar God of Allah, het nirvana of het evenwicht in de kosmos? In deze rubriek bezoeken we elke week een bijeenkomst in de regio waar een bepaalde levensbeschouwing centraal staat. Altijd is er een bijzondere plek, zijn er rituelen en ceremoniën en zijn er mensen die elkaar de weg wijzen. Vandaag het verhaal van Abdelhamid Belkasmi.

Wie: Abdelhamid Belkasmi

Wat: Islamitisch Centrum Imam Malik

Waar: Nieuwe Marnixstraat 80, Leiden

,,Vandaag staan we aan de poort van de gezegende maand Ramadan’’, klinkt het op vrijdagmiddag in de grote, lichte gebedsruimte van de Imam Malik Moskee. Zeker duizend gelovigen zijn hier samengekomen om te luisteren naar imam Abdelhamid Belkasmi die in zijn preek adviezen geeft voor de vastenmaand.

Ruim voor aanvang van de vrijdagmiddagdienst zitten tientallen mannen verspreid op het tapijt dat in brede donker- en lichtbruine banen verdeeld is– de vrouwen hebben boven hun eigen ruimte. Sommigen lezen in de koran, anderen voeren hun gebeden uit. Jong en oud druppelt binnen, veel mensen schudden elkaar hartelijk de hand, sommigen dragen een djellaba over hun dagelijkse kleding heen. De moqri, de voorzanger, reciteert op zangerige toon een tekst uit de koran terwijl het nu snel drukker wordt.

Om 13.38 uur precies begint de mouadine, de oproeper, met de oproep tot het gebed. In het Arabisch zingt hij met zuivere stem de islamitische geloofsbelijdenis die op hetzelfde moment over de hele wereld klinkt: Allahu Akbar, ’God is groot’.

Al snel stroomt het vol nu, terwijl imam Belkasmi plaatsneemt op de minbar, de preekstoel. Dan begint de imam aan zijn wekelijkse preek, die meer dan twintig minuten in beslag neemt. Zeer rap van de tongriem gesneden is hij, maar gelukkig wordt zijn verhaal na afloop in het Nederlands kort samengevat door Saïd Serbout, bestuurslid van de moskeevereniging. Veel van de aanwezigen – Marokkanen, maar ook Tunesiërs, Soedanezen, Egyptenaren, Syriërs – verstaan het klassiek Arabisch van de imam, doorspekt met theologisch jargon, immers niet goed.

,,Vandaag staan we aan de poort van de gezegende maand Ramadan, de vastenmaand. Het is de maand van zelfreflectie, bezinning, geduld, de menselijke ziel en hebberigheid te beteugelen, vergiffenis te vragen, barmhartig te zijn voor zwakkeren en behoeftigen, familiebanden aan te halen, de binding met Allah, de verhevene, en de koran te versterken. De deuren van het paradijs gaan open, die van de hel worden gesloten.’’

De gelovigen worden opgeroepen niet alleen te vasten, maar zich ook bewust te zijn van het eigen gedrag: gul en gastvrij te zijn, niet te roddelen, vriendelijk te zijn. Ook wordt iedereen op het hart gedrukt rekening te houden met de buurt als men na de late avonddienst in de Ramadan naar huis gaat. Dan volgt het gebed waarin de imam voorgaat. Inmiddels is het zo vol dat er nauwelijks meer mensen bij kunnen. De imam geeft het tempo aan en de aanwezigen voeren als één lichaam de voorgeschreven handelingen uit, een indrukwekkend gezicht. Schouder aan schouder staan de mannen, opgesteld in keurige rijen, een ongebroken ketting van gelovigen.

Als het gebed is afgelopen, verlaten veel mensen de ruimte. De open plekken in de gelederen worden onmiddellijk opgevuld, zodat de keten niet verbroken wordt. Er klinkt een kort gebed voor een onlangs overleden lid van de gemeenschap en dan is het afgelopen. In korte tijd stroomt de ruimte leeg. Op weg naar buiten passeren de mensen een poster over een cursus voor bekeerlingen: ’Wijzer op weg’.

Jeroen Windmeijer

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.