’De natuur blijft ook mij nog elke dag verwonderen’

Ton Lommers bij de knotwilgen langs de Leidse Broekweg: ’Kinderen moeten meer buiten kunnen klooien…’ Foto Hielco Kuipers

Peter van der Hulst
Leiden

Hij schrijft de ene na de andere ideeënbundel voor het IVN (Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid), leidt natuurgidsen op, is betrokken bij de Leidse schooltuinen en bemoeit zich met natuur- en milieueducatie van de gemeente Leiden. O ja, Ton Lommers is ook medeoprichter van de Stichting De Bloeiende Kip, die met succes fondsen weet te werven om bijvoorbeeld de kinderboerderij in de Merenwijk glorieus te ’vernieuwbouwen’. Hij wordt ook regelmatig gespot als hij een groep andere ’gekken’ ’s ochtends om vier uur door natuurgebied Meijendel loodst om hen te wijzen op vogels en geluiden waarvan ze het bestaan nog niet wisten. Ton is auteur van boekjes over de natuur die in het hele land worden gebruikt. Een bevlogen man die veel voor de stad betekent – vandaar dat hij twee weken geleden de Leidse Vrijwilligersprijs kreeg overhandigd. Ton gaat er in zijn huiskamer in de Merenwijk eens goed voor zitten. Het voormalige schoolhoofd van de Leidse Pacellischool is veertig jaar lang gewend om te doceren. Een ingesleten gewoonte. Zijn woordenstroom is amper te stuiten.

Vrijwilligersprijs

,,Echt, geen seconde gedacht dat ik ’m zou krijgen. Ik dacht zelf dat de vrijwilligers van het Ronald McDonaldhuis, die ook waren genomineerd, zouden winnen. Want dat is toch een veel knuffelbaarder onderwerp dan ik, zei de gek. Wat ik doe, vind ik ook gewoon. Er zit een onrust in me waardoor ik die dingen wil doen.’’

Lekker klooien

,,Ik ben de tweede uit een gezin van acht kinderen. Mijn vader werkte zich de takken als boekhouder en moeder kreeg elke anderhalf jaar weer een kind. ’n Katholiek gezin, je kent dat wel….

Volgens mij wisten mijn ouders nooit waar ik zat. Het was in mijn jeugd heel anders dan nu, want tegenwoordig zeggen ouders al gauw tegen hun kinderen: ’Als je verder weg gaat dan de hoek van de straat, moet je ons even waarschuwen’.

Ik was het klassieke voorbeeld van een Pietje Bell of zo’n jongen uit de Kameleon-serie. We woonden in Den Haag. Er lagen volop landjes braakliggend terrein rond ons huis. Terreinen van de jeugd, waar water was, waar planken en stenen lagen, waar hutten gebouwd konden worden. Een straatjongen die al rondzwervend over hekken klom, bij sloten rondhing, altijd iets ontdekte en uitvond, kortom, lekker liep te klooien. Daar word je heel handig van.’’

’De’ ontdekking

,,Als kind had ik geen speciale belangstelling voor de natuur. Dat kwam pas toen ik een jaar of achttien was en met de Solex van mijn vader wat verder van huis kon. Paadjes langs, weilanden door, richting Wassenaar. Fantastisch waren die grootse, weidse vlakten. En ik raakte ik gebiologeerd door vogels, die ik voor het eerst van mijn leven bewust zag! Ik kende er niet één van naam. Dus wat deed je in die tijd: ze tekenen – het was ver voor de komst van internet – en dan zocht ik later thuis na welke vogels ik nou precies had gezien. Zo van: verrek, dat was dus een kievit! En hé, dus grutto’s bestaan echt!’’

Bloedfanatiek

,,Al gauw kwamen er allerlei excursies op mijn pad. Heerlijk om een ander te verbeteren: ’Nee, dat is geen bosruiter, maar een zwarte ruiter’. En dat je eerder een vogelnaam weet te noemen dan de excursieleider!

Ik ging in die jaren elke dag het bos in. Kijken waar nesten hingen. Ik labelde de bomen waarin vogels zaten, om te kijken of ze er het jaar daarop weer waren. Bloedfanatiek was ik. Al gauw waren de vogels me te beperkt, ik moest ook van alles weten over struiken, planten, bomen.. Mijn moeder zei in die tijd: ’Waarom wordt bij jou elke hobby zo’n manie? En daar had ze gelijk in. Als ik ergens enthousiast voor ben, dan ken ik geen grenzen. Dan zal je wéten ook dat ik daar mee bezig ben.’’

Iets belerends

,,Ik heb destijds bewust voor het onderwijs gekozen. Ik heb – maar dat heb je vast al gemerkt – altijd iets belerends gehad. En nu, een halve eeuw later, heb ik dat nóg!

Toevallig werd ik op mijn 27ste het jongste schoolhoofd van Zuid-Holland. Puur toeval. Het toenmalige hoofd van de Pacellischool ging met pensioen en ik kon twee dingen doen: weggaan of mijn kans grijpen. Tot mijn grote verbazing werd ik aangenomen als ’het hoofd ener school’, zo heette dat toen plechtig.

Tweeënhalf jaar later zat ik bij de dokter met een veel te hoge bloeddruk. Zo fanatiek was ik bezig. De dokter zei: ’Als je zo doorgaat, haal je de dertig niet’. Dat heb ik me aangetrokken. Ik heb ietsje gas teruggenomen. Maar het werk als schoolhoofd ís ook chaotisch. Je had in die tijd bijna fulltime een eigen klas, pas later kreeg je steeds meer lesvrije uren voor al die andere taken.’’

Verschraling

,,Het biologie-onderwijs op de basisscholen stelt vaak weinig meer voor, de goeie uitzonderingen daargelaten. Allereerst weten de leerkrachten er zelf maar heel weinig van. Verder staan ze onder grote druk, want eerst moeten de kinderen leren lezen, rekenen en schrijven. Dáár worden ze op afgerekend. Maar het is niet alleen met biologie zo slecht gesteld, hoor, neem een vak als handwerken? Bestaat niet meer. Muziek- en gymnastiekonderwijs? Staat meestal op een laag pitje, want al die vakleerkrachten zijn wegbezuinigd. Godsdienstonderwijs? Kom er nog eens om. Zo jammer, al die verschraling van het onderwijs. En je kunt niet alles aan de ouders overlaten. Die werken tegenwoordig allebei en als ze thuis komen, zijn ze moe.’’

School gemist?

,,Na ruim veertig jaar heb ik in 2004 afscheid genomen van de Pacellischool. Nee, ik heb de school nooit gemist. Want ik was nog geen dag weg, of we moesten als Vereniging Leidse Schooltuinen spontaan een grootscheepse actie voeren tegen de bezuinigingen op de schooltuintjes, die de gemeente net in die dagen aankondigde.

….. Stonden we daar bij het Stadhuis met zeshonderd schoolkinderen. Zeshonderd! Ze kwamen allemaal opdagen, met hun leerkrachten. Een dikke twaalfduizend handtekeningen hadden we bij ons. De wethouder, dat was toen Rogier van der Sande, wist niet wat-ie meemaakte. Gelukkig had hij, en met hem een aantal raadsleden, wel begrip voor de actie. Uiteindelijk werd beslist dat de subsidie geleidelijk aan, uitgesmeerd over drie jaar, zou worden afgebouwd. Nou, toen die jaren om waren, kwam er een nieuw college – en kregen we ineens weer 25.000 per jaar subsidie. En die hebben we vandaag de dag nog steeds. Ze kunnen er ook moeilijk ineens mee gaan kappen. Toch?’’

Als een trein

,,In die tijd, een jaar of tien geleden, was de Vereniging Leidse Schooltuinen op sterven na dood. We hebben toen een nieuw bestuur gevormd en zijn vrijwilligers gaan werven. Van de subsidie betalen we de coördinator, want je kunt niet alles met vrijwilligers doen. Iemand moet het overzicht houden.

Tegenwoordig loopt de vereniging als een speer. Zeshonderd schoolkinderen die een eigen tuintje hebben! Nou jij weer.

We hebben meer dan tachtig vrijwilligers en er zijn schooltuintjes op vijf plekken in Leiden. Nou, dat kan lang niet iedere stad zeggen. Je weet waar? Niet? Nou, in park Cronesteijn, de tuin van Noord, park Stevenshof, de binnentuin van verzorgingshuis Rijn en Vliet in Zuid-West en – die is nieuw – in park Matilo.’’

Belang tuintjes

,,Waarom schooltuintjes belangrijk zijn? Waarom ze belangrijk zijn?! Nou, als je me vraagt: hoe breng je kinderen in direct contact met de natuur? Dan zeg ik: niét door ze een videootje voor te schotelen waarop je ziet hoe iets groeit, maar door ze zélf met hun handen in die klei te laten wroeten. In grond waar nog niks is. Waar je dan wat zaadjes in plant, je leert hoe je daar voor moet zorgen en waaruit je, als je dat goed doet, van alles ziet groeien. Dan zeg je toch: wauw! Zo’n pitje van een zonnebloem: als je een paar maanden verder bent, zie je een metershoge zonnebloem staan. Hoe bijzonder is dat! Dát is puur biologieonderwijs.’’

Kind en tuin

,,De meeste kinderen die een schooltuintje hebben, zijn…. er zorgzaam mee. Er is wel een verschil in culturen. Voor sommige ’licht getinte’ kinderen is een schooltuin niet ’stoer’. Maar voor anderen uit die machocultuur wel. Je hebt ook vrijwilligers die zeggen: geef mij maar een groep Marokkaanse kinderen, die doen het geweldig. Maar in het algemeen zijn kinderen zeker geïnteresseerd in de natuur. Als je het maar laat zién. Noem het scharrelen, struinen. Ook de kleine dingetjes die je kunt ontdekken. Die naaktslak! Die sprinkhaan! Hoe bijzonder zijn ze niet?’’

Passie

,,Elk kind zou wat mij betreft een leerkracht moeten hebben – of hebben gehad – over wie het naderhand kan zeggen: wauw! Daar heb ik iets van geleerd, iets van meegekregen voor de rest van mijn leven. Elke leerkracht zou die passie in zich moeten hebben, maar helaas weet niet iedereen een ’vonk’ over te brengen.’’

Excursies

,,Ik ga elk voorjaar een keer met een groep vrienden en bekenden op stap naar Meijendel, dat natuurgebied in Wassenaar. Om vier uur - ’s ochtends, jazeker – staan we daar op het parkeerterrein. En dáár hoor je dan al de nachtegaal zingen. Ik leg dan uit wat je hoort en wat ’ie zingt, want in het lied van de nachtegaal zit een hele opbouw.

Als het even later ietsje gaat schemeren, hoor je ineens een meeuw krijsen. Of een uil roepen. En als er één roodborstje wakker is en dat laat merken, hoor je er binnen een kwartier vijf, want ze steken elkaar aan. Er komen steeds meer vogeltjes bij. Als je er tweeënhalf uur hebt rondgelopen, heb je dertig verschillende vogels gehoord, en ze geven allemaal hetzelfde signaal: blijf uit mijn buurt, dit is mijn territorium.’’

De witkruintapuit!

,,Ja hoor, ik snap de ophef over die witkruintapuit (die twee maanden in de Oegstgeester nieuwbouwwijk Poelgeest werd gespot en waar honderden vogelaars op afkwamen, red.) wel. Je hebt heel veel ’gekken’ die er dol op zijn om zo’n vogel te spotten. Het was voor het eerst dat de witkruintapuit in Nederland te zien was. Het vogeltje hoort in Noord-Afrika thuis. Maar hoe het hier terecht is gekomen, weten we nog niet. Het kan zijn dat-ie uit een volière komt, nou, dan is een foto niet geldig voor de vogelspotlijst, want alleen wilde vogels zijn dat.

Vogelaars draven soms echt een beetje door, als ze niet schromen om dwars door privétuinen te struinen om net die éne foto te maken. Stáán die zotten weer met een verrekijker….

Helaas vermoeden ze dat die witkruintapijt ten prooi is gevallen aan een kat.’’

Dagtaak?

,,De boekjes die ik schrijf voor het IVN: ik heb er nu zeven gemaakt. Trainingsavonden, cursussen, overleg met de gemeente, tja, alles bij elkaar is het wel een dagtaak. Maar het is léuk!

Laatst werd in een landelijk onderzoek aan kinderen gevraagd wat ze liever deden: buiten of binnen spelen. Ik dacht: ze kiezen ’buiten’ natuurlijk. Maar nee, het was: ’binnen, want buiten zijn geen stopcontacten voor hun iPhone’.

En dat weiger ik te aanvaarden. Ik zal alles blijven doen om ouders en grootouders te stimuleren er met de kinderen en kleinkinderen op uit te trekken. Want echt, de natuur, die blijft ook mij nog elke dag verwonderen. De natuur is héérlijk.’’

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.