Sebastiaan van Deursen, 11 jaar, Emmaus, Voorschoten

Laura Heerlien

Dembe wordt wakker. Hij slaapt met zijn broer, zus, zijn vader en zijn oma in een kamer. Zijn moeder is ziek, heel ziek. Hij weet niet welke ziekte ze heeft. Er zijn namelijk geen ziekenhuizen in de buurt. Zij slaapt nu in een andere kamer.

Hij gaat uit bed en doet zo zacht mogelijk, want de rest slaapt nog. Hij gaat naar de woonkamer. Er staat een tafel van hout. Die is wel een beetje wankel, maar als je voorzichtig doet zakt hij niet in elkaar. Hij gaat zitten, want hij is moe, doodmoe. Hij heeft namelijk gisteren elf uur gewerkt.

Over een uur moet hij weer weg. Weer een slopende dag voor de boeg. Hij gaat naar zijn vader en maakt hem wakker. Ook hij is moe. Zijn vader gaat uit bed en haalt wat eten. Wat vlees. Het is niet veel, maar hij kan er net van leven. Hij eet het op en vraagt aan zijn vader: ’heeft iedereen in de wereld het zo slecht als wij pap.’ ’Nee kind, mensen in Frankrijk en Italië hebben het prima. Genoeg te eten en drinken, mooie huizen, verwarmingen.’

’Kunnen we daar dan niet heen pap.’ ’Nee we hebben niet genoeg geld voor een vliegreis en we hebben geen geld voor een auto.’ ’Kunnen we dan niet lopen.’ ’Nee, dat is maanden lopen. En zelfs als we dat zouden willen zouden we daar nooit geaccepteerd worden.’

’Oké, zullen we dan maar naar werk gaan. ’Ja, anders komen we te laat, dan krijgen we nog minder geld. Eerst je broer en zus wakker maken.’

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.