Een goede vrouw droeg een huik

Kledinghistorica Geeske Kruseman bij de reconstructie van een huik, een vrouwendracht uit de 16de en 17de eeuw. Foto Hielco Kuipers

Kledinghistorica Geeske Kruseman bij de reconstructie van een huik, een vrouwendracht uit de 16de en 17de eeuw. Foto Hielco Kuipers

Pieter Brueghel, 1559: Vrouwen met huiken aan. luisteren naar de preek van een pastoor in de kerk. Foto Rijksmuseum

Pieter Brueghel, 1559: Vrouwen met huiken aan. luisteren naar de preek van een pastoor in de kerk. Foto Rijksmuseum

1 / 2
Wilfred Simons
Leiden

Goed, de 16de en 17de eeuw mag bekend staan als de Kleine IJstijd, toch waren stormwind en vrieskou geen reden om een huik te dragen. Een huik was geen winterdracht. Nee, een vrouw die een huik droeg, liet daarmee zien dat zij een degelijke, goede, zorgzame huisvrouw was, zegt de Leidse kledinghistorica Geeske Kruseman. Het Leidse Wevershuis wijdt zijn 'wintertentoonstelling' aan deze merkwaardige mantel, die Nederlandse huisvrouwen van top tot teen bedekte in de periode 1520-1640.

Wacht even - een huik? Het is een vergeten kledingstuk, zegt Kruseman. Tienduizenden moeten er zijn gemaakt en ze waren zo degelijk dat ze een leven meegingen, maar er is er niet één over. Voor een reconstructie, die in het Wevershuis te zien is, waren Kruseman en kostuumontwerpster Letja Feis aangewezen op tekeningen en schilderijen van onder meer Albrecht Dürer (1471-1528) en Pieter Brueghel de Oude (1526-1569).

Ook Nederlandse spreekwoorden waar de huik in voorkomt, zoals 'zijn huik naar de wind hangen' (- met alle winden meewaaien) en 'iemand de blauwe huik omhangen' (- overspel plegen), kent bijna niemand meer.

Klep

Een huik was een zwarte wollen mantel die niet van de schouders afhing, maar van het hoofd. Ter hoogte van het voorhoofd zat een klep, waar de lap stof die de mantel vormt, werd aangerimpeld. Die klep was 'zo groot als die van een baseballpet', zegt Kruseman. Van de klep af waaierde de stof uit.

Op de huik gingen vrouwen in de loop van de 16de eeuw een grote, ronde hoed dragen. Eerst droegen ze die los, later werd hij aan de huik vastgenaaid. In de loop van de tijd onderging de huik meer veranderingen: de klep, die eerst van oor tot oor liep, werd eerst smaller en veranderde daarna in een 'snavel', een langwerpig, omhoog gericht stukje stof.

Begrafenissen

De huik was een 'gelegenheidsdracht voor vrouwen uit de lagere burgerstand', zegt Kruseman. Ze droegen hem als ze naar de markt, de kerk en naar begrafenissen gingen. Als ze zelf op de markt stonden, als vis-, groente- of hoenderverkoopster, hadden ze geen huik aan.

Vrouwen uit de hogere kringen droegen nooit huiken. Alleen tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) en de jaren daarna was de mantel een tikje modieus in de regentenstand. ,,De huik was toen een symbool van onze zwaarbevochten onafhankelijkheid'', aldus Kruseman. ,,Wie er één droeg, zei: 'ik ben trots op onze vrijheid en op de Republiek'. Meestal keken Nederlandse vrouwen uit de hogere standen naar de mode uit Frankrijk, Engeland of Spanje, maar in die periode lieten ze zich inspireren door de eigen traditie.''

Vanaf 1640 verdween de huik uit het straatbeeld. ,,Hij werd een rouwaccessoire, een dracht voor begrafenissen'', zegt Kruseman. In die vorm hield hij het tot 1900 uit in geïsoleerde gebieden als West-Brabant en het eiland Wieringen.

Wevershuis

'De huik. Een vergeten kledingstuk uit de Kleine IJstijd' is te zien tot en met zondag 8 maart. Museum Het Leidse Wevershuis, Middelstegracht 143 in Leiden, is gratis te bezoeken van dinsdag tot en met zondag tussen 13 en 16 uur. Geeske Kruseman en Letje Feis geven op verzoek rondleidingen. gees.krus@gmail.com

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.