In Leiden spreekt op 4 mei de stilte

De dodenherdenking is terug op de Lammermarkt. Burgemeester Henri Lenferink en raadlid Frederik Zevenbergen leggen de eerste krans.© Foto Hielco Kuipers

Aad Rietveld
Leiden

De studenten voor hun huizen op het Rapenburg zijn stil, de mensen op de terrassen aan de Turfmarkt en de Nieuwe Beestenmarkt, de obers stoppen met bedienen, de pizzakoerier haalt zijn contactsleuteltje uit zijn scooter. De stille tocht van de herdenkingsdienst in de Pieterskerk naar het Bevrijdingsmonument op de Lammermarkt is ronduit indrukwekkend.

Een kleine 1500 mensen lopen vrijdagavond in de stille tocht, die voor het eerst dwars door de stad gaat. ,,Laten we de stille tocht in ere houden als stille tocht’’, heeft voorzitter Ton Kohlbeck van de stichting Dodenherdenking Leiden gezegd ter afsluiting van de herdenkingsdienst, en het lijkt alsof zijn woorden ook buiten de kerk gezag hebben. Het is ook indrukwekkend: die stoet van stille mensen die vanaf de Houtstraat het hele Rapenburg vult, met het Kort Rapenburg erbij.

In de Pieterskerk gaat het over het Joodse weeshuis waaruit 51 kinderen en negen begeleiders op 17 maart 1943, nu 75 jaar geleden, in opdracht van de Duitse bezetters met hulp van Leidse politieagenten op transport werden gesteld naar vernietigingskamp Sobibor om te worden vergast. De zwartste bladzijde in de Leidse geschiedenis, zegt Kohlbeck.

Ook in de kerk raakt de stilte de aanwezigen meer dan alle woorden die worden gesproken. Op de kansel breekt Barbara Barend als zij vertelt over de weeshuiskinderen Lotte en Henny Adler, en hoe hun moeder tegen Lotte had gezegd dat zij goed voor haar zusje moest zorgen. Er valt een langdurige stilte en vader Frits Barend, die ook spreekt en onder de kansel bij een microfoon staat, kijkt omhoog naar zijn dochter. Als ze vertelt over de tientallen familieleden die zijn vermoord in een kamp, kan zij weer niet verder spreken.

,,Het raakt ons altijd weer verschrikkelijk’’, zegt Frits. ,,Ik ben een kind van de jaren zestig, ik dacht dat racisme en antisemitisme nooit meer zouden voorkomen, dat dat ondenkbaar zou zijn in Nederland na de oorlog. Helaas ben ik wreed wakker geschud.’’

Burgemeester Henri Lenferink heeft dan altijd verteld waarom hij, net als zijn moeder, zo wordt geraakt door verhalen van discriminatie en geweld tegen joden. Zijn moeder was een adoptiekind, en onlangs is uit dna-onderzoek gebleken dat haar vader, de opa van de burgemeester, jood was. ,,Misschien voel ik mij daarom verbonden met de joodse gemeenschap.’’

Als de indrukwekkende stille tocht aankomt bij het monument, staan daar nog eens zoveel mensen. En als K&G3 daar niet had gespeeld, was het langer dan twee minuten stil geweest. Je hoort er alleen een schuchtere merel en een paar krijsende meeuwen. Lenferink en VVD-raadslid Frederik Zevenbergen leggen de eerste krans, het bestuur van de stichting Dodenherdenking en Frits en Barbara Barend de tweede.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.