Veronesi als een jantje-van-leiden

Jaap Visser
Leiden

Vakantielezend op mijn geliefde Spaanse stek bevond ik mij zomaar ineens in Leiden. Ik werd opgepakt en meegevoerd door Sandro Veronesi, mijn favoriete hedendaagse schrijver. Zwervend tussen de grachten en de Rijn, op een winteravond in 2012, laat de alom gevierde Italiaan zich Leiden welgevallen. ’Alles lijkt hier ingebed in een geruststellende harmonie’, schrijft Veronesi in ’Grote reizen, kleine reizen (totdat je hart geheel vervuld is)’. En toen ik las dat hij mijn stad als ’een schatkist van de Nederlandse geschiedenis’ kwalificeert, begon er iets te gloeien: trots.

Ik heb Veronesi hoog zitten. Mijn leeftijdgenoot (1959) uit Prato, bij Florence, was net als ik zo’n beetje journalist, maar bleek als meesterverteller met fictie nog veel en veel beter uit de voeten te kunnen dan met feiten. ’In de ban van mijn vader’ deed hem wereldwijd doorbreken en zijn prachtig verfilmde ’Kalme chaos’ is mijn favoriet.

Enige opwinding maakte zich dan ook van mij meester toen ik in de boekenkast van ons (schoon)familiehuis op een Catalaanse heuvel een reisverhalenbundel van mijn geliefde auteur aantrof. Met mijn toevallige ontdekking (de verschijning van deze Veronesi was mij volledig ontgaan) zonderde ik mij af op de plek waar ik de wereld aan mijn voeten heb, op het balkon voor mijn slaapkamer met zicht op een uitgestrekt dal en daarachter de geregeld van kleur verschietende ze.

Op reis met Veronesi keerde ik onmiddellijk terug in wel zeer vertrouwde omgeving. In ’Grote reien, kleine reizen’ doet de maestro uit Prato verslag van de literaire theatertour Saint Amour die hem in de pittige winter van 2012 in Nederland bracht. Ik bladerde meteen door naar zijn bezoek aan Leiden en liet mij aanvankelijk misleiden door Sandro’s ophemelen van Rembrandts geboortestad.

Maar het duurde niet lang of het ging mij dagen dat Veronesi zich er met een jantje-van-leiden van af maakt. Hij lepelt wat Wikipedia-weetjes op en zijn observatie van de stad wordt zelfs ergerlijk als hij tussen al die bruggen allerlei windmolens ontwaart en vergeefs op zoek gaat naar de binnenstadhuizen waarvan hij heeft gehoord dat er verzen van grote dichters, zoals zijn landgenoten Montale en Marinetti, op de muren zijn geschilderd. ’Maar die opschriften heb ik niet kunnen vinden. Ze zijn er gewoon niet. Ook goed.’

Als je het mij vraagt is Veronesi na gedane theaterzaken van de Schouwburg langs molen De Valk naar het station gebanjerd en dan kom je inderdaad geen Montale en Marinetti tegen. De irritante lichtzinnigheid waarmee Veronesi Leiden uiteindelijk te kort doet, is kenmerkend voor zijn hele reisbundel waarvan de oppervlakkigheid ernstig doet vermoeden dat Veronesi zich heeft bezondigd aan een overhaaste schnabbel. Sandro is Leiden een excuus verschuldigd, wat mij betreft een passage uit Kalme Chaos als muurschildering op een flank van de Meelfabriek.

Reageren: jaap@kickuitgevers.nl

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.