Een nieuw leven begint in Leiden

Muneer, Rand, Reham, Haneen, Ghada en Maher Abhari. ,,We hebben genoeg geleden.’’© Foto’s Taco van der Eb

Ziad Sheheda in zijn kamer in de Pelikaanhof.

Haide Divargar en Fardin Mirhasani met dochtertje Kaya: ,,Onze dochter krijgt een goede toekomst hier.’’© Taco van der Eb

1 / 3
Janneke Dijke
Leiden

In oktober 2015 kwamen ze naar Leiden en omgeving: zo’n 250 asielzoekers. Drie weken verbleven ze in sporthallen, daarna negen maanden in de noodopvang aan de Wassenaarseweg. Bij de plotselinge sluiting afgelopen zomer beloofde de gemeente Leiden hen te helpen bij het vinden van een huis. Dat lukt. Steeds meer vluchtelingen uit de Leidse groep vestigen zich hier. Ze kijken reikhalzend uit naar de mogelijkheden die 2017 hen gaat bieden.

Ghada (47), Maher (52), Reham (19), Rand (16), Haneen (13) en Muneer (8) Abhari wonen aan de Walraven van Hallstraat in Leiden. Ghada en Reham vluchtten in 2015 van Egypte naar Nederland. De overige gezinsleden volgden afgelopen november.

Reham: ,,Onze grootouders zijn geboren in Palestina. Daar zijn ze in 1948 uitgeschopt. Ze kregen werk in Koeweit, maar toen dat ophield moesten ze het land uit. Mijn zussen, broertje en ik zijn geboren in Syrië. Mijn ouders kregen daar geen kans om een nieuw leven te beginnen. Wij zijn statenloos.’’

Ghada: ,,Ik heb tien jaar in Aleppo gewoond met mijn ouders, daarna met mijn man in Damascus. In 2013 zijn we naar Egypte getrokken. Mijn ouders, broer en zus wonen nog in Aleppo. Ze kunnen er niet weg.’’

Reham: ,,Egypte was afschuwelijk. Ik mocht als Palestijn niet naar de universiteit. We mochten er ook niet werken. We hebben een visum voor Turkije aangevraagd. Eerst weigerden ze ons. Daarna accepteerden ze alleen mijn moeder en mij. Geen idee waarom. Zoals iedereen zijn we over zee naar Griekenland gegaan. Ons doel was Nederland. Hier kun je, na je inburgering, in drie jaar de Nederlandse nationaliteit krijgen. Dan kunnen we eindelijk reizen waarheen we willen. We hebben genoeg geleden.

Na Ter Apel gingen we naar de sporthallen in Leiden, Oegstgeest en Leiderdorp. Daarna naar de Wassenaarseweg. M’n moeder maakte er veel vrienden, ook Nederlandse. Toen het daar dicht ging hebben we in Petten en Alkmaar gewoond. We zouden eigenlijk een huis in Zeeland krijgen, maar ik heb de Leidse burgemeester gebeld. Nu wonen we hier. We gaan bijna verhuizen naar de Merenwijk, want dit huis is te klein voor zes personen. We hebben twee slaapkamers.

Ik leer Nederlands bij de Universiteit Leiden. Daarna wil ik het schakeljaar bij de Vrije Universiteit gaan doen, en dan ga ik studeren: tandheelkunde, medicijnen of iets technisch.’’

Ghada: ,,Deze maand begin ik met een cursus Nederlands aan de universiteit. Hopelijk kan ik daarna werk vinden. Ik ben technisch ingenieur. Ik ben blij om hier te wonen. Ik heb hier allerlei vriendinnen, zoals Maria, die bij een van de sporthallen kwam helpen. En Joop, die onze mentor is. Hij legt uit hoe dingen werken en helpt bijvoorbeeld bij een fiets kopen.’’

Ziad Sheheda (21) woont aan de Pelikaanhof in Leiden. Hij vluchtte in 2015 van Egypte naar Nederland, samen met zijn zus en een van haar dochters.

Ziad: ,,Ik ben opgegroeid in Aleppo. In 2011 werd ons huis gebombardeerd. Daarna zijn we van Syrië naar Egypte gegaan. In Egypte had ik geen kansen. Toen vroeg mijn zus of ik met haar mee naar Nederland wilde. Mijn ouders gingen niet mee. Zij zijn gelukkiger in Egypte dan ik. Ik wilde iets van mijn leven maken.

We gingen met de boot van Turkije naar Griekenland. Het was afschuwelijk. De man die het regelde zei dat het een grote boot was voor dertig personen, maar het was een kleine boot en we moesten er met zestig man in. Het duurde twee uur.

In Nederland moest ik eerst naar Ter Apel en toen naar sporthallen in Voorschoten, Zoeterwoude en Leiden. Daarna naar de Wassenaarseweg en toen naar Petten. Daar kreeg ik de uitnodiging voor de ROC Topklas in Leiden, waar ik in een jaar de taal kan leren en kan inburgeren. Ik heb een kamer in een studentenhuis. Mijn zus is herenigd met haar man en twee andere dochters. Ze wonen in Hillegom.

Aan de Wassenaarseweg heb ik Anja leren kennen. Zij is mijn Nederlandse moeder. Als zij en haar man een paar dagen weg gingen, gaf ze mij haar sleutels. Ze nodigen me ook uit voor verjaardagen.

Ik ben blij dat ik in Leiden woon. In de dorpen zoals Voorschoten en Zoeterwoude is het te rustig, en Amsterdam is te groot. Ik heb vrienden gemaakt in de Topklas. Elke ochtend kijk ik uit het raam naar de binnenstad terwijl ik koffie drink. Een mooi begin van de dag. 2016 was een goed jaar, maar 2017 wordt nog beter. Ik hoop dat ik kan beginnen aan een opleiding tot acteur. Ik begin een nieuw leven.’’

Haide Divargar (25) en Fardin Mirhasani (30) wonen met hun dochtertje Kaya (1,5 maand) aan de Charley Tooropweg in Leiden. Ze vluchtten in 2015 uit Irak.

Fardin: ,,We zijn Koerden uit Iran. In Iran heb ik in de gevangenis gezeten. Ik was politiek activist en ben gemarteld. De politiek in Iran was voor ons niet veilig. Daarom hebben we drie jaar in een communistisch kamp in de bergen van Irak gewoond. Daar werden we verliefd.’’

Haide: ,,Toen kwam IS. Een ander kamp werd gebombardeerd. We waren bang. Daarna viel er ook een bom in ons kamp: zeven mensen gingen dood. De volgende dag vertrokken we.’’

Fardin: ,,Met hulp van een mensensmokkelaar zijn we naar Griekenland gereisd. Twee dagen moesten we wachten in een bos naast de zee in Turkije. Heel veel regen, één keer eten. In Griekenland kregen we droge kleren en eten van het Rode Kruis. We gingen lopend verder, later met de bus en de trein, naar Nederland. Daar kregen we een plek in de Wassenaarseweg. Dat was goed, maar ook moeilijk: we hadden geen geld, mochten niet zelf koken.’’

Haide: ,,Ik was ziek en moe en moest heel veel hoesten. Na zes maanden werd ik zwanger. Toen was ik altijd misselijk. ’’

Fardin: ,,In de Hooglandse Kerk ontmoette Haide Ans en Dick. Deze mensen waren een aanmoediging voor ons. We spreken geen Engels maar met Google Translate lukt het een beetje. We eten vaak bij hen en ik kan gamen met hun zoons. Na een tijd moesten we naar Katwijk en daarna naar Delfzijl. We hadden heel veel bewijzen verzameld van onze demonstraties en marteling. Daardoor mochten we blijven. We konden een groot huis krijgen in Delfzijl, maar we wilden naar Leiden. Dat is gelukt. Precies een maand later werd onze dochter Kaya geboren.’’

Haide: ,,Op 11 januari begint onze Nederlandse les. Ik wil daarna naar de universiteit.’’

Fardin: ,,Als ik de taal goed spreek wil ik werken: meubels of kleding maken. Onze dochter krijgt een goede toekomst hier.’’

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.