Noord-Duitse gemeenten zoeken toenadering tot Kaag en Braassem

Archieffoto David van Dam

Archieffoto David van Dam

kaag en braassem

De Noord-Duitse gemeenten Jork en Gesamtgemeinde Lühe zoeken toenadering tot Kaag en Braassem. De twee gemeenten liggen het ’Alte Land’, een gebied dat in de twaalfde eeuw is ontgonnen door kolonisten uit Woubrugge. Afgelopen weekeinde bezocht een delegatie burgers, historici en bestuurders uit onder meer Kaag en Braassem het Alte Land om de mogelijkheden tot samenwerking te bestuderen.

De band tussen vooral Woubrugge en het Alte Land gaat 900 jaar terug, naar de tijd dat het Hollandse polderland werd ontgonnen. Deze periode, tussen 1000 en 1300, staat bekend als de ’Grote Ontginning’. In die tijd is het typische Hollande polderlandschap gevormd, met zijn langgerekte kavels, gescheiden door smalle sloten. Bisschoppen en graven verkochten stukken moeras aan pionierboeren, die de plicht kregen om de grond te ontwikkelen. De verkoop werd contractueel vastgelegd in ’copen’ - in plaatsnamen als Heicop, Nieuwkoop, Boskoop komt dat woord nog terug.

Omstreeks 1100 was een groep van die pionierboeren actief in Esselyckerwoude, onder leiding van een ontginningsdeskundige die de geschiedenis is ingegaan als ’priester Hendrik’. Hij was een monnik die afkomstig was uit de Abdij van Egmond in Bergen. Net als Jacobswoude is Esselyckerwoude een verdwenen dorpje in de omgeving van Woubrugge. In 1113 kreeg priester Hendrik een verzoek van de bisschop van Bremen en Hamburg om moerasgebieden langs de Elbe te ontginnen zoals dat in Hollland gebruikelijk was. Naar goed Oudhollands gebruik tekende Hendrik een cope en trok hij met een groepje pioniers naar de monding van de Elbe.

Lees verder in het Leidsch Dagblad, editie Rijn en Veen, van vrijdag 7 oktober.

Meer nieuws uit LD

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.