Rijkdom van de armen tonen als levenswerk

Loman Leefmans
Leiden

Wat in 1967 begon als een reguliere zending naar Brazilië, ontwikkelde zich gaandeweg tot een uitgebreide cultuurmissie. Frans van der Poel (74) is even terug op geboortegrond in Zoeterwoude en toont er het levenswerk waar hij veertig jaar aan schreef: een vuistdik standaardwerk over Braziliaanse volkscultuur en -religie. ,,En dit is feitelijk nog maar een eerste stap.’’

De jonge Frans groeide op aan de Rijndijk, doorliep vanaf zijn twaalfde internaat en seminarie, en trad toe tot de orde der Franciscanen. De missie was waar hij naar uitkeek. Een oom was immers ook missionaris en diens verhalen lieten Van der Poel niet los. ,,Eigenlijk mocht je niet kiezen, maar ik wilde naar Brazilië en dat is het ook geworden.’’

De Zoeterwoudenaar kwam terecht in het Dal van de Jequitinhonha, toen een van de armste streken ter wereld. ,,Extreem onderontwikkeld. Geen water of elektriciteit, geen infrastructuur. Wél ziektes, analfabetisme’’, herinnert hij zich.

Waarde

Van der Poel schetst een stereotype en welhaast romantisch beeld van een zendeling die, te paard of per jeep, zich van parochie naar parochie verplaatste in noordelijk Brazilië. Frans werd Francisco en geheel in het teken van die tijd ontstond het besef dat de katholieke kerk er toch vooral is om armen te helpen. En zeker de Franciscanen die van oudsher hun bezittingen opgeven en in armoede leven. ,,Waarde geven aan de mensen, daar gaat het om. En dat is niet eenvoudig in een gebied dat door anderen het dal van de wanhoop of van de misère wordt genoemd. Niet belerend zijn, maar juist van ze leren’’, zo omschrijft Van der Poel zijn eigen invulling aan de kerkelijke strategie.

Hij verdiepte zich in de gemengde cultuur van de diverse bevolkingsgroepen, hun muziek, mondelinge tradities en idealen. Van der Poel raakte gefascineerd, schreef op wat hij hoorde en werd na tien jaar missiewerk zelfs vrijgesteld om verder te gaan met zijn culturele verdieping. Hij verzamelde in de loop der jaren 2500 gebeden, 700 verhalen en duizend spreekwoorden, waar in totaal 15.000 A4-tjes voor nodig waren. Een lijvig boek, dat onlangs verscheen in een oplage van 5000 stuks, is het resultaat. ,,De opbrengst van het boek schenk ik aan de Franciscanen.’’

Plaatjes

Van der Poel stichtte ook een koor, dat volksliederen zong. ,,Ik ben zelf musicus en speel behoorlijk gitaar. Koorleden die niet konden lezen of schrijven, hielden soms hun gezangboekje ondersteboven en werden daarom uitgelachen. Ik heb dat verholpen door er plaatjes van bekende personen bij te plakken. Dan wist iedereen was boven en onder was.’’

Slogan

Het zanggezelschap werd een succes. Tv-opnames, twee uitgebrachte cd’s en live optredens in enkele grote steden staan op de palmares. ,,Je toont de rijkdom van de armen’’, zegt Van der Poel, die zich terdege realiseert dat hij een fraaie slogan gebruikt.

De Nederlander die aan de basis stond, en zich ontpopte tot een autoriteit op het gebied van de Braziliaanse volkscultuur, is inmiddels voor zijn jarenlang armenwerk en inventarisatie gelauwerd aan diverse scholen en universiteiten. Daar geeft hij regelmatig lezingen. Afkomst en opleiding verloochent hij op geen enkel moment. Dat blijkt wel uit een zestien jaar durend verblijf in een melaatsenkolonie, waar hij óók een koor opzette. ,,Melaatsheid is te genezen en ik vind dat de regering voor geneesmiddelen moet zorgen. Daarom heb ik ook nooit geld daarvoor gevraagd. Ook door alle andere dingen die ik doe, zullen bij de Zoeterwoudse missieveiling wel denken: wat is dat voor een missionaris? Ik kan jammer genoeg over twee weken ook niet bij de missieveiling zijn. Dan heb ik alweer afspraken in Brazilië.’’

Thuis

Van de Poel woont inmiddels in een voorstad van de metropool Belo Horizonte, en hij doet het na zijn 70ste iets rustiger aan. In een plaatselijk theatergezelschap vertolkt hij de rol van clown, maar als de term ’pensioen’ valt, trekt hij juist een niet erg vrolijk gezicht. ,,Ik word natuurlijk nooit helemáál een echte Braziliaan, maar dat is mijn thuis. Ik spreek en schrijf de taal goed. Het Nederland dat ik ken, is het Nederland van 46 jaar geleden. Er is zó veel veranderd. Ik mag hier nog stemmen, maar dat doe ik niet. Ik zou ook echt niet weten op wie.’’

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.