Het veiligheidshuis: Net dat extra steuntje in de rug

Binnert Glastra
Leiden

Voor veel mensen zal het ’veiligheidshuis’ een enigma zijn. Het roept een beeld op van een opvangplek voor mishandelde vrouwen of een groothandel in anti-inbraakartikelen. En dat is prima, vindt Janneke van der Zalm, die ’ketenmanager veiligheidshuis Hollands Midden’ op haar kaartje heeft staan. Het is alleen maar goed als je niets te maken hebt met een samenwerkingsclub die zich richt op - bijvoorbeeld - criminelen met hoog recidivegevaar, ’multiprobleemgezinnen’ en mensen die dreigen af te dwalen van het rechte pad.

,,Maar preventie of het risico op recidive is geen voorwaarde’’, zegt Van der Zalm. ,,Een situatie waarbij de vader in detentie zit en waarbij rond het achtergebleven gezin ook van alles speelt, kan ook een reden zijn om een casus aan te nemen. Het is voor die gevallen waarbij een organisatie zelf besluit dat ze het niet in hun eentje kunnen oplossen.’’

,,De klassieke aanpak bij een veelpleger is oppakken, vrij, terug de straat op, oppakken, vrij, terug de straat op. En er was voorheen wel veel informatie-uitwisseling, maar daarmee had je dan nog niks opgelost.’’, zegt de Leidse burgemeester Henri Lenferink, die samen met de Goudse burgemeester de stuurgroep van het veiligheidshuis voorzit. ,,Nu is het veel meer vooraf delen en bespreken wie wat gaat dóén. Als je iemand die op straat leeft nou helpt met het vinden van een huis en het weer op orde krijgen van zijn leven? Hoe beter je daarin slaagt, des te kleiner de kans op recidive.’’

Drang

Soms is één gebeurtenis ook genoeg om onder de aandacht van het veiligheidshuis te komen. ,,We kregen bijvoorbeeld eens een 30-jarige man die het in zijn hoofd had gehaald dat hij een relatie had met een meisje van dertien’’, zegt Van der Zalm. ,,Dat meisje wees hem af en hij reageerde zich af op de wijk. Er waren heel veel vernielingen. De buurt was bezorgd en trok aan de bel bij de burgemeester, die Henri Lenferink inschakelde. Zo kwam het bij ons terecht. Want hij weet ook niet wat er misschien al aan hulpverlening actief is bij iemand.

Die bleek er nog niet te zijn, maar hij had hulpverleners al wel diverse keren de deur gewezen. Nu er overlast was, konden we drang toepassen. Er werd besloten om te proberen hem met GGD, GGZ en een hulpverlener waarmee hij wel goed contact had, ertoe te bewegen toch hulp te accepteren. En om daar extra druk achter te zetten adviseerde het openbaar ministerie de rechtbank om voor de vernielingen een voorwaardelijke straf op te leggen met een verplichte voorwaarde het meewerken aan zorg.’’

Goud

Nu het Leidse en Goudse veiligheidshuis beide vijf jaar bestaan, zien Van der Zalm en Lenferink dat het werkt. ,,Ik geef toe, ik was aanvankelijk sceptisch’’, zegt Lenferink. ,,Maar er is absoluut heel veel verbeterd. Waarmee ik natuurlijk niet wil zeggen dat alles wat het veiligheidshuis aanraakt in goud verandert.’’ ,,En er zijn ook geen garanties’’, zegt Van der Zalm. ,,Bovendien kun je niet meten wat je hebt voorkómen, want hoe meet je wat er niet is? Zelfs als politiecijfers een daling laten zien weet je nog niet zeker waardoor dat komt.’’

Hoe succesvol ook, al dan niet bewezen, het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat Leiden en Gouda het veiligheidshuis Hollands Midden steeds meer probleemgevallen toespelen. ,,Het is namelijk wel een hele dure aanpak’’, zegt Lenferink. ,,Daarom richten we ons met name op mensen die al zwaar op weg zijn, en jongeren met al heel veel op hun kerfstok. En op de nazorg voor ex-gedetineerden - dat doet niet ieder veiligheidshuis. Als een bijzondere gedetineerde vrijkomt, krijgt een gemeente daar bericht van. Het veiligheidshuis inventariseert dan wat er nodig is om dat goed te laten verlopen. Want er is niks geregeld als je vrijkomt. Geen uitkering, niets. Als je geen huis meer hebt en je gezin is vertrokken, is de kans op een terugval veel groter. Een beetje begeleiding kan dan veel leed voorkomen.’’

Truc

Bij andere gemeenten in de regio ligt momenteel een voorstel op tafel om ook mee te doen met het veiligheidshuis. Een aantal gemeenten had daar ook om gevraagd. Want probleemgevallen zijn natuurlijk niet alléén in de steden te vinden. De buurgemeenten kunnen nu veelal niet terecht bij het veiligheidshuis. ,,Een zeer groot deel wordt door het rijk betaald, maar het is bij lange na niet voldoende. Er zit ook veel eigen geld in. Dat is natuurlijk niet voor de buurgemeenten’’, zegt Lenferink.

Toetreding tot het veiligheidshuis gaat ze dan ook geld kosten. Van elke gemeente wordt, afhankelijk van grootte, een jaarlijkse bijdrage verwacht. Maar daar heeft het veiligheidshuis iets op bedacht. ,,We hebben geprobeerd een truc te verzinnen, want het is lastig om steeds om te geld te moeten komen vragen’’, zegt Lenferink. ,;En dat is gelukt. We bleken al die tijd btw te betalen voor allerlei opdrachten van organisaties - terwijl je die terug kunt vragen als de gemeente rechtstreeks opdracht geeft.’’

Met de constructie bespaart de gemeente 300.000 euro per jaar. Daarvan is 180.000 euro nodig voor de regionale bijdrage en het voorstel aan de gemeenteraden is dan ook de besparing daarvoor te gebruiken. Lenferink hoopt van harte dat alle raden dat zullen doen. ,;En daar lijkt het voorlopig wel op’’, zegt hij. ,,Gelukkig maar, want dit werkt eigenlijk alleen maar als vrijwel iedereen lid is.’’

’Ouders staan er niet langer alleen voor’

Pas geleden nog kregen Lenferink en Van der Zalm een zaak op hun bordje die het voordeel van een meer regionale aanpak van het Veiligheidshuis onder de aandacht brengt. ,,We hebben net een zwervende jeugdgroep gehad. Soms zaten ze in Leiden, dan weer Zoeterwoude of Leiderdorp. En ze kwamen ook uit meerdere gemeenten. Het was echt grensoverschrijdend’’, zegt Lenferink. ,,En veel vraagstukken zijn dat. Daar wil je iets mee, en dan is het wel belangrijk dat buurgemeenten meedoen.’’

Omdat het zo kort geleden is dat werd ingegrepen bij die jeugdgroep, is moeilijk te zeggen wat het effect precies is. ,,De overlast is in ieder geval sterk afgenomen. We zien af en toe nog wel stukjes van die groep, maar niet meer zo massaal. Daardoor is het veel beter beheersbaar’’, zegt Van der Zalm. ,,Maar je weet natuurlijk niet wat er gaat gebeuren. Vaak zie je direct na zo’n interventie een ’dipje’ omdat ze even geschrokken zijn en omdat ouders er bovenop zitten.’’

Ze heeft echter goede hoop. ,,We zijn met de betrokken gemeenten om tafel gaan zitten om een aanpak te bedenken. We hebben een informatiebijeenkomst gehouden over middelengebruik, en criminaliteit in het algemeen, specifiek voor die groep. Op één na kwamen ze allemaal. In zo’n geval wordt die ene dan naderhand benaderd. En ook voor de ouders van die specifieke jongeren hebben we een bijeenkomst gehouden. Alle ouders kregen een brief van de eigen burgemeester met een dringend verzoek om daarbij aanwezig zijn.’’

,,Ze zijn er nu van op de hoogte dat hun kind dergelijk gedrag vertoond en in een groep zit met andere kinderen die dat gedrag ook vertonen. Dat werkt. Bij een eerste contact ontkennen ouders vaak: ’Mijn kind doet dat niet’. Maar op zo’n bijeenkomst, als ze in gesprek komen met de andere ouders, vinden ze ook een luisterend oor bij elkaar. Dat is een neveneffect van zo’n bijeenkomst: dat ouders niet meer alleen staan.’’

Partners

In het Veiligheidshuis werken allerlei instanties samen. Welke, dat wisselt al naar gelang de situatie waarvoor een oplossing gevonden moet worden. De kern wordt gevormd door dertien ’sleutelpartners’. Dat zijn gemeenten, het Openbaar Ministerie, de politie, de GGD, de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, Reclassering Nederland, verslavingszorg Palier, het Leger des Heils, de Dienst Justitiële Inrichtingen, Bureau Halt en het Regionaal bureau Leerplicht.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.