Wennen aan een Hollands gebouw

Architect Ninke Happel met het plan dat ze met haar collega’s Floris Cornelisse en Paul Verhoeven maakte voor de nieuwbouw aan de Lammermarkt. Foto Hielco Kuipers

Binnert Glastra

De storm is een week na de presentatie van de nieuwbouw- en restauratieplannen niet geluwd. Op de redactie van het Leidsch Dagblad komen nog steeds reacties binnen van mensen die menen dat er een dikke streep moet worden gezet door het nieuwbouwhoofdstuk in de plannen voor Museum De Lakenhal.

Ninke Happel, die samen met haar collega’s van het Rotterdamse architectenbureau Happel Cornelisse Verhoeven tekende voor de nieuwe vleugel aan de Lammermarkt, had zich daarop voorbereid. Ze vindt dat ze het verhaal achter het ontwerp moet blijven vertellen.

,,Het is wel gek dat er aan de andere kant zo weinig wordt gepraat over het deel van de plannen dat gaat over de restauratie en verbouwing van de oude Lakenhal, de Harteveltzaal en de Papevleugel’’, zegt ze. Dat onderdeel van het project - in samenwerking met Julian Harrap Architects in Londen - beoogt een aantal ingrijpende veranderingen in de bestaande gebouwen van De Lakenhal.

Stevig

Maar aan de andere kant… De nieuwbouw springt het meest in het oog. Te groot, te massaal, is de meest gehoorde kritiek. ,,Mensen zien het voor het eerst, dus ik kan het me goed voorstellen. Dit is een gebouw waar je een paar keer naar moet kijken voordat je het begrijpt. Het is bij ons óók gegroeid.’’ Happel Cornelisse Verhoeven had overigens niet iets kleiners kunnen ontwerpen. ,,Dat stedenbouwkundig volume is voorgeschreven door de stad’’, aldus Ninke Happel. ,,De gemeente vond dat de Lammermarkt een stevig gebouw nodig heeft, het volume stond vast.’’

De architecten hebben, voordat ze begonnen te ontwerpen, een uitgebreide studie gedaan naar de stad. Het idee om een massaal gebouw naast kleine woningen te bouwen neer te zetten, is beslist niet nieuw. Op tal van plekken in de historische binnenstad van Leiden staan forse fabrieksgebouwen gebroederlijk naast wevershuisjes. ,,Kijk maar’’, bladert Happel door een reeks foto’s. ,,Die fabriekspanden zijn onderscheidend in formaat, ze hebben een eigenzinnig postuur. Wat je wél altijd ziet is dat die panden ondanks dat volumeverschil altijd aansluiting zochten met de buurpanden.’’

Weefmotief

Wie naar de tekeningen voor de nieuwbouw kijkt, ziet al snel dat het ontwerp in tweeën is te delen: de begane grond en de verdiepingen erboven. Twee verschillende functies ook: op maaiveld tentoonstellingsruimte en laden en lossen, daarboven werkruimte en kantoren.

De lampetconstructie onder de erkers zorgt feitelijk voor de aansluiting met de buurpandjes.

Daarboven dus de verspringende gevel met de erkers, met horizontaal metselwerk, vertikaal metselwerk en ook andere patronen, zoals een weefmotief op de zijgevels als verwijzing naar de lakenindustrie. Deze manier van bouwen zorgt er straks voor dat de gevel gaat leven. zo is het idee ,,De Lammermarkt staat namelijk op het noorden, met weinig direct zonlicht. Daar moesten we wat voor verzinnen.’’

Lucht

Het ontwerp rijst inderdaad ’superhoog’ boven de andere bebouwing aan de Lammermarkt uit, zegt Happel zelf ook. ,,Het gebouw gaat een relatie aan met de lucht.’’

Daar komt de baksteen om de hoek kijken. Die baksteen, een heel bijzonder Deens product van drie soorten klei dat twee keer gebakken is, lag al op de tekentafel voordat de architecten een potlood op papier zetten. Van Goyen-grijs wordt de steen wel genoemd, als verwijzing naar de Leidse landschapsschilder uit de Gouden Eeuw, die wereldberoemd werd vanwege zijn wolkenluchten.

Veel mensen schrokken ervan: grijs is kil. Maar de werkelijkheid is anders: de kleur van de baksteen komt misschien nog het meest overeen met Bentheimer zandsteen, een materiaal dat in veel oude gebouwen in Leiden is terug te vinden. ,,De gekozen baksteen is heel bijzonder, anders dan alle andere bakstenen. De kleur noemen we warm grijs, maar je kunt ook zeggen dat hij geel-grijs is of beige-grijs. Afhankelijk van het licht is-ie ook telkens weer anders. Kil is het in elk geval beslist niet’’, meent Ninke Happel, die over het totale plan - of het nu gaat om de nieuwe vleugel of de restauratie van de Lakenhal (1640), de Harteveltzaal (1890) en de Papevleugel (1921) - niet uitgepraat raakt.

Eiffeltoren

Lakenhaldirecteur Meta Knol vindt het mooi dat er zó véél over het project wordt gesproken. ,,Zo hoort het ook. Toen in Parijs de Eiffeltoren werd gebouwd, was de stad te klein: zoiets paste daar toch beslist niet. Of het Groninger Museum, hetzelfde verhaal. En daar is heel veel voor gesloopt. Nu wordt het omarmd, is het het paradepaardje van de stad'’, zegt ze. ,,Wij krijgen straks een museum met twee gezichten. Aan de kant van de Oude Singel het oude historische gezicht en aan de kant van de Lammermarkt het nieuwe gezicht. Die jonge kant is ook de plek van de nieuwe stad: het cultuurkwartier van Leiden. Ik heb er veel zin in.’’

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.