Premium

’Ik zou dit werk ook willen doen als ik er niet voor betaald werd’

1/2

„Ik ben geboren en getogen in Voorhout. Ik héét niet alleen Bakker, mijn vader was het ook. ’s Nachts bakte hij het brood dat hij overdag verkocht. We waren thuis met zes kinderen – en het waren ook andere tijden. We hadden allemaal baantjes om onze studieboeken te bekostigen. Na de middelbare school ben ik eerst gaan werken, mijn studie, fiscaal recht, deed ik in de avonduren. Nee, ik zag dat niet als een zware combinatie. Zoiets is leuk op het moment dat je het leuk vindt. Bovendien had ik de eagerness, de behoefte om meer kennis op te doen. En wat ook geldt: niks gaat vanzelf. Ik had het geluk dat ik een gezond stel hersens heb. En ik ben opgegroeid met het idee dat je iets moet bijdragen aan de samenleving, iets met je talenten moet doen.”

Publieke zaak

„De publieke zaak is wat mij drijft, ik ben nooit voor het ’grote geld’ gegaan. Ooit ben ik begonnen bij de douane, gewoon, als aspirant-douanier. Tijdens en na mijn studie heb ik twintig jaar bij de FIOD gewerkt. Daar deed ik onderzoek naar fraudezaken bij grote ondernemingen en criminele kopstukken. Sorry, ik kan echt geen namen noemen, maar die kun je als trouwe krantenlezer zelf wel invullen.”

Die crisis

„Ik ben in december 2014 bij het COA begonnen als bestuursvoorzitter. Vanaf dag één begon het druk te worden. Drie maanden later begon de gigantische asielinstroom. Ineens kregen we te maken met een enorme groei. Er waren weken, waarin er vierduizend per week ons land binnenkwamen, terwijl er normaliter zes- tot zevenhonderd mensen in een AZC (asielzoekerscentrum, red.) verblijven. Vierduizend, een week later weer vierduizend..

In die tijd moesten we zeven AZC’s per week openen.

Dan moet je de omwonenden in recordtijd meenemen. Waar er normaliter acht, negen maanden werd gedaan om te overleggen met alle betrokkenen, gemeenteraad, bewoners, moesten we zo’n AZC nu in een paar weken zien op te tuigen.”

Kritiek

„We hebben als COA flink in de wind gestaan. De eerste tijd wees iedereen naar ons, dat wij ’onze zaakjes niet goed voor elkaar hadden’. Een ongelofelijke tijd. Alle ogen waren op ons gericht, maar wij zijn alleen een schakel in een hele keten. Niet wij bepalen wie er naar Nederland komt om asiel aan te vragen, dat blijkt pas in het aanmeldcentrum in Ter Apel. Het COA zorgt voor de opvang en begeleiding op de locaties, tot het moment dat de asielzoekers al dan niet een verblijfsvergunning krijgen. Maar ook degenen die dat uiteindelijk niet krijgen, moet je helpen, dat doet het COA namelijk ook. Hoe mooi is het, om ze een volle koffer aan geestelijke bagage mee te geven, zodat ze sterker naar het land van herkomst teruggaan.”

Ieders probleem

„Toen de instroom in 2015 en 2016 zo groot werd, hebben wij gezegd: dit is niet het vraagstuk van het COA, maar van de totale samenleving. Er is eind 2015 een bestuursakkoord gesloten tussen de Rijksoverheid, provincies, gemeenten en veiligheidsregio’s. Zo kwamen we tot een integrale aanpak en bepaalden we met al die instanties hoe die asielzoekers te verdelen over de 389 gemeenten. De intensieve samenwerking met de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Dienst Terugkeer en Vertrek en talloze maatschappelijke organisaties als Vluchtelingenwerk Nederland en het Rode Kruis was van doorslaggevend belang. Schouder aan schouder hebben we het opgepakt. Medio februari 2015 heb ik in een interview met de NRC gezegd: ’ik wil een flexibele schil van 10.000 bedden hebben’. Die hadden we in juni. Door de Turkije-deal blijken we die op dit moment bij lange na niet nodig te hebben. Maar wat de media deze week berichtten over de kapitalen die de leegstand kost, klopt niet. Er wordt geslingerd met bedragen die wij niet herkennen. De media lijken voorbij te gaan aan het feit dat er ook Rijksregelingen zijn voor locaties die niet doorgaan of moesten sluiten. Dat zijn bedragen die niet op onze begroting staan en die ook niet ten koste gaan van ontwikkelingssamenwerkingsgelden.”

Iconische beeld

„Pas toen die foto, dat iconische beeld van het verdronken jongetje Aylan de wereld in ging, begin vorig jaar, kreeg de asielcrisis een gezicht. Bij het COA ontplofte de boel. BN’ers, vrijwilligers, voetbalverenigingen, bejaardentehuizen, scholen: duizenden mensen meldden zich bij ons met de vraag wat ze konden doen. Er was meteen een maatschappelijk draagvlak. Tijdens de crisis bouwden we met elkaar een bestand op van 60.000 vrijwilligers, er waren er twee op elke vluchteling beschikbaar. Als je dan praat over draagvlak…..”

Voor of tegen

„Sommige mensen zijn absoluut voor of tegen asielzoekers. Je hebt natuurlijk een hele grote ’zwijgende meerderheid’, van wie je niet precies weet wat die denkt. Het gros van wat ik hoor, is dat Nederlanders ervoor stáán, als het maar om echte vluchtelingen gaat. Dat zag ik ook op bewonersavonden. Soms stond ik voor een zaal vol boze mensen, die zich afvroegen: ’Waarom moeten ze bij ons in de buurt komen? Zijn het allemaal vluchtelingen, of economische gelukszoekers?’

Dan stond er altijd wel iemand in de zaal op met: ’Wij zijn toch ménsen? Wij zijn destijds toch ook geholpen?’ De Watersnoodramp, de Marshallhulp, alles kwam dan aan bod. Soms zaten er 500 mensen op zo’n bewonersavond, met spandoeken. Als die enkeling daartegen durft op te staan, dan voel je dat er enorme krachten vrijkomen.”

’Afspiegeling’

„Tijdens de asielcrisis hebben onze mensen onderzoek gedaan naar het opleidingsniveau van asielzoekers, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken. Uit de rapportage bleek dat één derde hoogopgeleid was, één derde middelbaar en een derde laag. Dat kan je op veel manieren interpreteren, feit is dat deze mensen allemaal hun achtergrond hebben. Dat ze, net als wij in Nederland, een afspiegeling zijn van een samenleving die gelijk is aan de onze. Een samenleving waarin sommige laag, anderen gemiddeld en weer anderen hoogopgeleid zijn.”

Betekenisvol

„Welnee, ik kijk absoluut niet met frustraties terug op die hectische tijd. Ik ben wel gewend aan extremen. Ik zie het ook als heel betekenisvol om mensen in kwetsbare posities te helpen, die op de vlucht zijn voor oorlog en terreur. In zo’n functie doe je er wel toe. Uiteindelijk zijn we sterk uit de crisis gekomen. Het was twee jaar lang hard werken, maar ik kijk met trots terug op die tijd. Ik ben er enorm trots op dat geen enkele asielzoeker een nacht op straat heeft moeten doorbrengen. Wat dat betreft zijn we uniek voor Europa.”

Leiderschap?

„Goed leiderschap is eerst goed luisteren wat de andere partijen vinden. Vervolgens moet je, gehoord alle meningen, zelf een keuze maken. En dan heb ik het over een échte keuze, geen compromis. Daar moet je dan vierkant achter gaan staan. En zorgen dat je die anderen in die beslissing meeneemt.”

De praktijk

„Een dag in de week bezoek ik twee tot drie asielzoekerscentra. Op die dag zou ik honderden andere dingen kunnen doen, maar hier kies ik bewust voor. Ik praat met medewerkers, ik wil van hen horen wat er goed gaat, en wat juist niet. Wat zijn de struikelblokken?

Alles wat je dáár hoort, komt terug op de bestuurstafel. Innovaties worden niet aan de bestuurstafel bedacht. Er komen juist vanuit de locaties goede ideeën. Ik noem maar wat: vrijwilligers kwamen op het idee om een koffie-café te beginnen, zodat bewoners een vaste plek hebben om met medewerkers in gesprek te gaan. Zo ontstaan verbindingen.”

Spijt?

„Spijt? Heb ik absoluut niet. Als ik van tevoren van die crisis had geweten, dan had ik nog voor het COA gekozen. Die crisis overkomt je, en je weet van tevoren niet hoe je die moeilijke klus gaat klaren, maar zelfs als ik er niet voor betaald zou worden, dan had ik dit werk nog willen doen. Het gáát ergens over! Ik word er gewoon heel blij van.

Ik heb me door de roerige tijden die het COA eerder meemaakte niet laten weerhouden om te solliciteren. Je bent er toch zelf bij? Ik ben een hele nuchtere en weet dat ik mezelf altijd meeneem.”

Social media

„Ik lees al die berichten over het COA of over mezelf niet meer. Er zitten hele nare dingen tussen, meestal anoniem natuurlijk. Ik doe een klus waarop een deel van de Nederlandse samenleving kritiek heeft.

Persoonlijk heb ik ook dingen meegemaakt. Uit veiligheidsoverwegingen kan en wil ik het daar niet over hebben. Je moet mensen niet op ideeën brengen. Social media, tegenstanders: ik kan het wel handelen. Ik kan er allemaal wel goed tegen. Het is niet makkelijk, wel uitdagend.”

Wakker liggen?

„Die beelden van stromen van mensen, die helemaal los waren, zitten in mijn geheugen gegrift. Ik heb veel schrijnende situaties gezien. Sommige verhalen zijn uit het leven gegrepen. Maar ik neem ze niet mee naar huis en lig van mijn werk of van die beelden niet wakker, zeker niet van zaken, waarop ik geen invloed kan uitoefenen. Zo zit ik gewoon niet in elkaar. Ik geloof in de kracht van mensen. Dat geldt voor onze medewerkers, maar ook voor de vluchtelingen, die ondanks alles het leven weer oppakken.”

Die glimlach

„Een glimlach helpt altijd. Je komt er makkelijker door binnen bij burgemeesters, tegen wie je moet zeggen: ’Ik heb u nodig’. Ik kan niet anders, je bent wie je bent. Blijmoedig? Ja, ik ben zeker een mens met optimisme, dat is makkelijker leven dan met pessimisme. De energie komt van binnenuit, dan is je werk bijna geen werk meer. Of het nou bij de FIOD was, bij het COA of dat ik in mijn muziekbandje speel, het staat allemaal dichtbij me.”

Kleintje Pils

„Onze band heet ’Kleintje Pils’, een echt Voorhouts gebeuren. Ik ben er meer dan veertig jaar geleden met zeven man mee begonnen, in de loop der jaren zijn we uitgegroeid tot vijftien man. We doen het gewoon voor de lol, omdat we het leuk vinden om met elkaar muziek te maken. Door de jaren heen hebben we ongelofelijk veel optredens gedaan. We zijn in 35 landen geweest, hebben voor de Paus gespeeld, bij veel Olympische Spelen, sportevenementen, het schaatsen in het Thialf-stadion. We oefenen elke week. Als dat geen goede uitlaatklep is voor mijn dagelijks werk?”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.