’Planten staan niet ver van dieren af’

Wilfred Simons
Leiden

De Britse naturalist Charles Darwin (1809-1882) staat bekend als de geleerde die de afstand tussen de mens en de andere diersoorten op aarde verkleinde van een kloof tot een greppel. Dieren, zo toonde hij aan, zijn helemaal niet zo anders als wij. Minder bekend is dat Darwin ook een groot plantonderzoeker was. In Down House, zijn buitenplaats in Kent, had hij bloemen- en moestuinen, kassen en boomgaarden waar hij uitgebreide proeven met planten deed.

De Leidse filosoof Norbert Peeters publiceerde vorig jaar samen met zijn leermeester Wouter Oudemans het boek ’Plantaardig - Vegetatieve filosofie’. Daarin veegt hij de vloer aan met de gedachte dat planten een saai, passief en onbeweeglijk bestaan leiden. Oudemans en Peeters lieten in dat boek zien dat planten, als levende wezens, geen ’kasplantjes’ zijn en ’quasihumane’ eigenschappen hebben.

Onderzoeksresultaten

Tijdens de voorbereidingen voor dat boek kwam Charles Darwin regelmatig om de hoek kijken. Het stak Peeters, die in het dagelijks leven als ambtenaar aan de Universiteit Leiden werkt, dat de ideeën en de onderzoeksresultaten van Darwin over planten zo moeilijk te vinden zijn. In zijn belangrijkste werken, zoals de Voyage of the Beagle, The Origin of Species, The Expression of the Emotions in Plants and Animals en lastig te vinden artikelen, besteedt hij evenveel aandacht aan botanisch onderzoek als aan dierstudie. In zijn betoog loopt plant- en dieronderzoek vaak door elkaar. Peeters besloot daarom om een overzicht te maken van al het botanische onderzoek van Darwin. Het werd ’Botanische Revolutie’, dat vorige week verscheen bij KNNV Uitgeverij in Zeist.

Uit Darwins onderzoek blijkt dat ook het onderscheid tussen dier en plant minder groot is dan wij geneigd zijn te denken. Darwin was gefascineerd door een boek van Carolus Linnaeus (1707-1778), Somnus Plantarum uit 1755, waarin de grote Zweedse botanicus opmerkt dat planten slapen. Sommige soorten sluiten hun bloembladen, vouwen bladeren over bloemen heen of brengen hun bladeren in ’slaappositie’.

Planten wakker houden

,,Darwin kende dat boek’’, zegt Peeters. ,,Hij begon zijn eigen onderzoek. Zo probeerde hij met spelden en lucifers planten wakker te houden. Het bleek dat ze daar écht niet tegen kunnen. Hij schrijft zelfs aan zijn vriend Joseph Dalton Hooker dat een ’geliefde plant’, die hij nog had meegenomen van de Galapagos Eilanden en waar hij op experimenteerde, ’gisteren aan slaapgebrek was overleden’.’’ Darwin ging uiteindelijk niet zo ver als Linnaeus in zijn stelling dat planten ’slapen’, maar hij stelde wel dat ze een dag- en nachtritme hebben.

Tuba

Darwin zag bij planten niet alleen gedrag dat lijkt op slaap, maar ook beweging en waarneming. Om er achter te komen of planten kunnen horen, speelde hij tuba tegen een mimosa om te kijken of er een reactie zou volgen - dat bleek niet het geval. Planten reizen, doen aan seks, proberen via kruisbestuiving incest te vermijden. Ze doen volop mee in de strijd om het bestaan.

In een beroemd, eenmalig onderzoek ruimde Darwin één vierkante meter van zijn grasveld leeg en zaaide allerlei bloemen en planten in. ,,Het bleek dat tachtig procent van de soorten de eerste paar maanden niet overleefden. Dat bracht Darwin tot de gedachte dat er in de bloemenweide helemaal geen harmonie en evenwicht heersen, zoals de Victorianen dachten, maar een felle strijd om het bestaan.’’ Dit soort onderzoek trof de christenen van zijn tijd meer in het hart dan zijn ideeën over de evolutie, zegt Peeters. ,,Hiermee stelde Darwin de vraag hoe God, die toch wordt voorgesteld als liefhebbend, zo’n wrede natuur kan bedenken waarin planten en dieren elkaar voortdurend naar het leven staan.’’

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.