Koffioloog, Auberge Française... het einde van een traditie

Wilfred Simons

Op deze plek heb ik al eens eerder geschreven over de Koffioloog. Dat was een koffiehuis op de Sint Jorissteeg in Leiden waar ik in mijn studententijd wel eens bijkwam van een nacht op de vereniging. Vanaf 4 uur konden we er terecht voor een bak slappe Bravilorkoffie.

Op dat tijdstip zat het koffiehuis bomvol bouwvakkers, straatvegers, schoonmakers en nachtwakers, mensen die voor hun werk vroeg moesten beginnen of laat eindigen - allemaal met een zak shag op de wankele tafel.

Destijds voelde ik al dat ik getuige was van een traditie die op zijn einde liep. De koffioloog, een oude, sjofele man in een stofjas, verdiende de kost op dezelfde manier als Moeke en Riekie, de twee vrouwen die in de 19de eeuw al koffie schonken voor doorzakkende studenten. Ik realiseerde me dit toen ik Ruud Spruits boekje ’Leiden, Stad van m’n leven’ las.

Af en toe had ik ook wel eens een borrel of receptie in de Auberge Française in de Kloksteeg. De zaak werd geleid door ’Madame’ Anne Marie Hoffmann, die in 1899 geboren was en dus stokoud, toen één van mijn studiegenoten daar in 1988 haar afstudeerfeest hield.

Het was nette armoede. Bladderend stucwerk. Sigarettenrook, vermengd met de scherpe geur van kattenpis. Wat mij achteraf vooral verbaast: die mensen gingen zo lang door.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.