Laveren in wereld van de mondiale architectuur

Bart Akkerhuis in het door hem ontworpen strandpaviljoen Bries. Foto Peter van Evert

Bart Akkerhuis in het door hem ontworpen strandpaviljoen Bries. Foto Peter van Evert

Peter van der Hulst
Noordwijk

Bart Akkerhuis valt maar meteen met de deur in huis. Hij gaat voor zichzelf beginnen na negen jaar dienst bij een van de meest vooraanstaande architectenbureaus van de wereld. Het aandelenpakket dat hoort bij zijn partnerschap doet hij langzaam van de hand. ,,Ik handel de lopende projecten af. Er zal sprake zijn van een transitiefase waarbij ik nog voor de helft voor het bedrijf werk, maar ook al voor mezelf projecten doe.’’ De standplaats van Studio Akkerhuis blijft voorlopig Parijs.

Zijn vertrek bij Renzo Piano is opmerkelijk. Eigenlijk al sinds zijn studie is Akkerhuis verweven met het bedrijf van de Italiaanse architect, die vooral naam maakte met Centre Pompidou. De stage van Akkerhuis liep uit op een tweejarige verbintenis, waarbij de Noordwijker tekende voor het ontwerp van de KPN-toren op de Kop van Zuid in Rotterdam. Na een verblijf in London, riep Piano hem naar het hoofdkantoor in Parijs om te werken aan een gebouw in de stad die hij net had verlaten: The Shard. Tot nu toe een van de meeste prestigieuze opdrachten van de Noordwijker. De 310 meter hoge toren was bij de opening in juli 2012 het hoogste pand van Europa. Aan de buitenzijde heeft het gebouw de vorm van een glasscherf. Aan Akkerhuis de taak om dat met een team van architecten en ingenieurs vorm te geven.

Maar hoe vrij ben je als de naam van Renzo Piano met het innerlijk en uiterlijk van het gebouw is verweven? ,,Je werkt volgens een bedrijfsfilosofie. Vergelijk het met de spits van Ajax. Je voetbalt volgens bepaalde patronen, maar binnen dat systeem kun je je eigen creativiteit kwijt. Renzo Piano maakt de allereerste schets. Daarna heb je veel vrijheid om jouw visie weer te geven. Dat maakt hem wel erg bijzonder. Er zijn in de wereld vijf tot tien grote architectenbureaus, waaronder dat van Rem Koolhaas. Renzo heeft met 150 werknemers een van de kleinere bedrijven binnen die wereldtop. Wat hem onderscheidt is de vrijheid die hij medewerkers geeft.’’

Centre Pompidou

,,Vraag een willekeurig iemand een oordeel over Centre Pompidou en de kans bestaat dat gevraagd wordt wanneer het gebouw uit de steigers gaat. Maar Centre Pompidou is een van de redenen waarom ik architectuur ben gaan studeren. Renzo gaat heel erg uit van het ambachtschap binnen de bouwkunst. Hoe zit een gebouw nu eigenlijk in elkaar? Laag voor laag wordt het opgebouwd. Het moet kwalitatief heel goed in elkaar zitten. Geen pand van hem is hetzelfde. Er valt geen stijl in te ontdekken.’’

Zo waren de projecten waaraan Akkerhuis meewerkte totaal verschillend van aard. In Amerika speelde hij een voorname rol bij de bouw van de ’modern wing’ van The Art Institute of Chicago, en twee jaar lang reisde hij geregeld naar Zuid-Korea voor de bouw van de op een na hoogste toren van de wereld: de Yongsan Landmark Tower. Voor dat project stuurde hij een team van architecten en ingenieurs in Parijs, Londen, Toronto en Seoel aan. De werkzaamheden liggen inmiddels al tijden stil, vanwege onenigheid tussen de twee opdrachtgevers.

Het is een bijzondere wereld waarin Akkerhuis zich begeeft. De ene week zit hij met de top van het zakenleven aan tafel, het andere moment bezoeken filmsterren het kantoor. En zo soms leidt het tot grappige spraakverwarringen, zoals die keer dat zijn gesprekspartner zei dat hij Aston Martin zou kopen. Welk type, vroeg Akkerhuis nog. Maar in werkelijkheid had de man het over de fabriek.

Akkerhuis verhaalt er smakelijk over op het terras van Bries. Het strandpaviljoen van de broers Michiel en Martijn van den Berg is van zijn hand en staat symbool voor zijn manier van werken. ,,Een gebouw is gevoel. Je moet heel goed kunnen beseffen hoe een ruimte werkt. Elke keer is dat weer anders.’’

Paviljoen

Om inzichtelijk te maken wat hij bedoelt, wijst hij vanaf het terras naar het paviljoen achter zich. ,,Het paviljoen mag duizend vierkante meter groot zijn, waarvan zeshonderd bebouwd en vierhonderd terras. Maar aan de buitenruimte heb je alleen wat bij mooi weer. Door heel veel glas te gebruiken is de overgang van binnen naar buiten, en omgekeerd, vervaagd. Het dak is van hoogwaardig tentdoek. Als er een wolkje voor de zon komt merk je dat. Het werkt als een soort parasol. Heel veel mensen hoeven niet per se naar buiten, maar zitten graag binnen, juist met mooi weer.’’ Een ruimte onder het doek zorgt voor natuurlijke koeling en het onderste doek is waterafstotend zodat het binnen keurig droog blijft.

Voor Hotel Vesper aan de Astridboulevard - dat eind juni de deuren opent - ontwierp hij een zeer ruime lobby met aan een zijde een wand die doorloopt tot aan het dak van het gebouw. Bij Hof van Holland zijn het juist de hofjes die de panden accentueren. ,,Er zat geen samenhang in het terrein. Ik het eerst drie pleintjes ontworpen en daaromheen de gebouwen. Er heerst daardoor een menselijke maat en er ontstaat een natuurlijke loop tussen de hofjes.’’

Schipper

Je zou haast denken dat Akkerhuis als architect een kameleon is. ,,Nee, die past zich te veel aan de omgeving aan. Ik heb een eigen interpretatie. Soms past iets heel contrasterend juist heel goed. Ik zie mezelf meer als een schipper op een zeilboot. Ik gebruik de wind om mijn eigen koers te bepalen. Het is een ontdekkingsreis, waarbij je als ontwerper nooit in een rechte lijn vaart. Je laveert en dan kom je op verrassende plekken.’’

Al zijn er soms reizen waar Akkerhuis niet aan begint. ,,Mijn baas heeft opdrachten voor het uitkiezen en kan dus ook opdrachten weigeren. Een luxepositie waarvan ik alleen maar kan dromen. Als ik voor mezelf bezig ben, zal ik de economische druk wel voelen. Toch zal ik niet alle opdrachten doen.’’ Zo adviseerde hij in het geval van Hof van Holland voor een andere architect te kiezen. ,,Er wordt in historische stijl gebouwd dan moet je ook voor een architect kiezen die klassiek ontwerpt. Ik ben niet zo van de trapgeveltjes.’’

Dat wordt zelfs voor een leek duidelijk als hij naar The Shard in Londen kijkt. Een icoon van de moderne architectuur waarmee Renzo Piano en dus ook Akkerhuis de waardering van zijn vakgenoten oogstte. Al woog dat oordeel niet op tegen het compliment van zijn dochter. ,,Ze had natuurlijk al afbeeldingen van The Shard gezien, maar toen ze het gebouw in het echt zag, straalde trots van haar gezicht af. ’Hé, papa’s toren’, zei ze. En dat voor iemand die tot dan toe alleen tevreden was over haar eigen bouwwerken en tekeningen.’’

Meer nieuws uit Duin- en Bollenstreek

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.